Standart

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Russian Navy Ensign
Standart
Standart bij de aankomst te Jalta, de Krim
Standart bij de aankomst te Jalta, de Krim
Geschiedenis
Besteld 19 juni 1893
Werf Burmeister & Wain
Kiellegging 01 oktober 1893
Tewaterlating 10 maart 1895
Gedoopt 10 maart 1895
In de vaart genomen 27 september 1896
Uit de vaart genomen 1963
Uit dienst 1961
Status gesloopt
Thuishaven Kronstadt, Rusland
Algemene kenmerken
Deplacement 5.557 ton
Lengte 112,8 meter
Breedte 15,8 meter
Diepgang 6,0 meter
Snelheid 21,18 knopen
Eigenaar Russische Keizerlijke Marine
Bemanning 355
Bewapening 8 stuks 47 mm Hotchkiss snelvuurkanonnen
Portaal  Portaalicoon   Maritiem

Het Russisch keizerlijk jacht Standart (Russisch: Штандартъ) was het favoriete jacht van de laatste tsaar van Rusland, Nicolaas II, en zijn gezin. Het jacht was indertijd (eind 19de eeuw / begin 20ste eeuw) het grootste en luxueuste statiejacht ter wereld. Daarnaast was Standart in technisch opzicht zijn tijd ver vooruit.

Na de Russische Revolutie werd het schip de status keizerlijk jacht afgenomen en werd het schip, na de oktoberrevolutie, aan de Sovjetmarine overgedragen, die het hernoemde tot 18 marta (18e maart - de dag van de Commune van Parijs). Het schip werd in april 1918 uit de vaart genomen en uiteindelijk in een droogdok geplaatst, waar het bleef liggen tot de jaren 1930, alvorens het tussen 1933 en 1936 in opdracht van Stalin op de Martiwerf in Leningrad werd verbouwd tot mijnenlegger. Het schip werd daarop weer in de vaart gebracht onder de naam Marti (vernoemd naar de Franse communist André Marty).

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het schip ingezet op de Oostzee voor het leggen van mijnen en het bombarderen van Duitse posities aan de kust. Het schip raakte beschadigd door een luchtaanval op Kronstadt op 23 september 1941, maar werd vervolgens gerepareerd en bleef operationeel tijdens de oorlog. Na de oorlog werd de Marti verbouwd tot opleidingsschip, vanaf 1957 onder de naam Oka. In 1961 werd het schip ingezet als drijvend doelwit voor raketoefeningen, waarna het in 1963 werd gesloopt op een scheepswerf in Tallinn (Estse SSR).

Geschiedenis[bewerken]

Keizerlijk Jacht[bewerken]

De Russische Keizerlijke Marine plaatste in juni 1893 bij de Burmeister & Wain werf te Kopenhagen, Denemarken de opdracht voor de bouw van een bevoorradingsschip voor de Baltische vloot. Op 01 oktober 1893, tijdens een privébezoek van de Russische keizerlijke familie aan Denemarken, werd de eerste klinknagel voor de kiel geslagen door tsaar Alexander III. In november 1893 echter besloot deze dat het nog te bouwen schip een nieuw keizerlijk jacht diende te worden. Ogenblikkelijk werd de bouw stilgelegd en gedurende een periode van ongeveer zes maanden werd het hele schip opnieuw ontworpen. Tijdens de bouw werden kosten noch moeite gespaard; de romp werd vervaardigd uit hoogwaardig Schots staal, de dekhuizen werden gemaakt van teak en mahoniehout en het interieur kenmerkte zich door een schakering van de mooiste houtsoorten (mahonie-, kersen-, peren-, essen- en berkenhout). Op uitdrukkelijk verzoek van de tsaar werd er bij het gebruik van metalen in het interieur of aan dek geen gebruik gemaakt van goud.

Toen Alexander III in oktober 1894 plotseling kwam te overlijden, werd bij de verdere bouw van de Standart rekening gehouden met het jonge gezin van de nieuwe tsaar, Nicolaas II. Met name de indeling van de keizerlijke suites werd aangepast; op het bovendek werd ruimte gemaakt voor een koestal, zodat er altijd verse melk aan boord was.

Op verzoek van Nicolaas II werd het jacht te water geladen op de verjaardag van z'n vader, 10 maart 1895. Dit verzoek plaatste de werf voor een groot probleem, want door de strenge winter van 1894/1895 was de haven van Kopenhagen dichtgevroren met een dik pak ijs. In de dagen voor de tewaterlating werd door honderden arbeiders een kanaal van zo'n 40 meter breed en 250 meter lang uit het ijs gezaagd, teneinde aan de wens van de tsaar tegemoet te komen. Alleen met de grootste moeite kon de verzekeringsmaatschappij overtuigd worden haar goedkeuring te geven aan de tewaterlating. Uiteindelijk werd de Standart, in aanwezigheid van de Deense koninklijke familie, Russische hoogwaardigheidsbekleders en verdere genodigden, te water gelaten in overeenstemming met de wens van de jonge tsaar.

De verdere bouw van de Standart verliep voorspoedig; teneinde de contractueel afgesproken leverdatum te kunnen halen waren vanaf ongeveer midden 1895 tot midden 1896 meer dan 1.500 timmerlieden te werk gesteld.

Externe link[bewerken]