Stanisław Ignacy Witkiewicz
Stanisław Ignacy Witkiewicz (Warschau, 24 februari 1885 - Jesiory, 18 september 1939), ook wel bekend onder de naam Witkacy, was een Poolse schrijver, filosoof, fotograaf en schilder.
Leven [bewerken]
Witkiewicz wordt geboren in Warschau. Zijn vader is schilder en schrijver, zijn moeder muzieklerares. In 1890 verhuist het gezin naar Zakopane, waar Witkiewicz thuis les krijgt van zijn vader, die van mening is dat scholen de individualiteit van de mens bederven.
Reeds op jonge leeftijd begint Witkiewicz met schilderen en pianospelen en met acht jaar schrijft hij al een toneelstuk, Kakkerlakken (Karaluchy).
Hoewel hij in 1897 toelatingsexamen voor de middelbare school doet, blijft Witkiewicz thuis onderwijs volgen. Twee jaar later krijgt hij van zijn vader een fototoestel en begint hij met fotograferen.
In 1902 schrijft hij zijn eerste filosofische verhandelingen: een over het dualisme (O dualizmie) en een over Schopenhauer (Filozofia Schopenhauera i jego stosunek do poprzedników). Het jaar daarop slaagt hij voor zijn eindexamen en schrijft De dromen van een improductief (Marzenia improduktywa), een klein filosofisch werk.
Witkiewicz leert In 1904 de componist Karol Szymanowski kennen, met wie hij een jaar later naar Italië reist. Bij terugkeer verhuist Witkiewicz naar Krakau, waar hij aan de kunstacademie wil gaan studeren, hetgeen een wig tussen hem en zijn vader drijft. Witkiewicz senior is van mening dat zijn zoon vooral zijn eigen weg moet gaan, maar deze besluit in eerste instantie anders. In 1906 sluit Witkiewicz zijn eerste jaar aan de kunstacademie af, schrijft zich in voor het volgende jaar, maar ziet onder invloed van zijn vader af van voortzetting. Hij keert terug naar Zakopane, waar hij zich veel met schilderen bezighoudt.
In 1910 werkt Witkiewicz aan zijn eerste roman, De 622 nederlagen van Bungo, of Een demonische vrouw (622 upadki Bunga, czyli Demoniczna kobieta), maar ziet af van publicatie vanwege het intieme karakter ervan.
Drie jaar later verlooft hij zich met Jadwiga Jańczewska, die echter in 1914 zelfmoord pleegt. In hetzelfde jaar vertrekt Witkiewicz naar Nieuw-Guinea met de antropoloog Bronisław Malinowski, met wie hij al jaren bevriend is. De reis wordt onderbroken door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, die Witkiewicz doet terugkeren naar Polen. Malinowski zet de reis alleen voort. In september 1915 wordt Witkiewicz naar het front in Minsk gestuurd. In die tijd overlijdt ook zijn vader. Witkiewicz raakt in 1916 gewond tijdens de slag aan de Stochod bij Witomirz en vecht daarna niet meer mee.
De jaren 1917-1923 zijn een moeilijke, maar tegelijkertijd ook creatieve en experimentele periode in Witkiewicz’ leven. Hij schildert, experimenteert met fotografie en verdovende middelen, en schrijft toneelstukken en beschouwingen. In 1923 trouwt Witkiewicz met Jadwiga Unrug.
Twee jaar later stopt hij met schilderen en wijdt zich aan de romankunst. In juni 1925 begint hij met het schrijven van de roman Afscheid van de herfst (Pożegnanie jesieni), die in april 1927 verschijnt. Zijn andere grote roman Onverzadigbaarheid (Nienasycenie) volgt drie jaar later, in mei 1930.
Hierna houdt hij zich nagenoeg alleen nog maar met filosofie bezig, maar publiceert ook zijn laatste toneelstuk De schoenmakers (Szewcy). In 1935 verschijnt zijn filosofische magnum opus: Begrippen en beweringen geïmpliceerd door het begrip Bestaan en andere filosofische geschriften (Pojẹcia i twierdzenia implikowane przez pojẹcie Istnienia i inne pisma filozoficzne). In dit boek heeft Witkiewicz’ filosofie definitief gestalte gekregen.
Kort nadat Duitsland Polen is binnengevallen in september 1939 slaat Witkiewicz samen met zijn vriendin Czesława Oknińska op de vlucht. Ze bereiken het dorp Jesiory, waar hij op 18 september 1939 zelfmoord pleegt, nadat hij kennis heeft genomen van de inval van de Sovjet-Unie de dag daarvoor.
Werken, vertaald in het Nederlands [bewerken]
- Pożegnanie jesieni (1927) (Afscheid van de herfst)
- Nienasycenie (1930) (Onverzadigbaarheid)