Stanza's van Dzyan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Stanza's van Dzyan vormen de basis van Helena Blavatsky's boek De Geheime Leer (1888), een van de basisgeschriften voor de theosofische beweging.

Volgens Blavatsky gaat het om een oeroude tekst, die deel uitmaakt van het Boek van Dzyan. Blavatsky zou dat boek, "een verzameling palmbladen, die door de een of andere bijzondere en onbekende bewerking onaantastbaar zijn gemaakt voor water, vuur en lucht", tijdens een verblijf in Tibet onder ogen hebben gehad. In De Geheime Leer citeert ze gedeeltes van de zeven stanza's, die de "zeven grote trappen van het evolutieverloop" beschrijven.

Alice Bailey publiceerde in 1925 nog enkele Stanza's van Dzyan. Ze beweerde dat ze die langs telepathische weg had ontvangen van iemand die ze aanduidde als De Tibetaan.

Bibliografie[bewerken]

  • Sri Krishna Prem, Sri Madhava Ashish (1969) Man, the Measure of All Things: In the Stanzas of Dzyan, Theosophical Publishing House, ISBN 0835600068