Starčevo-Köröscultuur
De Starčevo-Köröscultuur, ook Starčevo-Körös-Crișcultuur is de naam die archeologen gegeven hebben aan een wijdverbreid complex van nauw verwante vroeg-neolithische culturen in Oost-Europa en de Balkan van tussen 6200 en 5600 v.Chr.
Het complex is genoemd naar Starčevo, een plaats aan de noordelijke oever van de Donau, tegenover Belgrado in Servië en de Körös, een zijrivier van de Donau. Het vertegenwoordigt de oudste sedentaire agrarische samenleving in dat gebied, al waren jagen en verzamelen nog belangrijke middelen van bestaan.
Inhoud |
Ontstaan en verspreiding [bewerken]
De neolithische revolutie heeft zich hier later voltrokken dan in het Nabije Oosten en was hier waarschijnlijk een afgeleide van.
Mogelijk mede als gevolg van het overstromen van grote gebieden rond de Zwarte Zee heeft het Neolithicum zich in eerste instantie door migratie verspreid tot in Griekenland, de Balkan en het Middellandse Zeegebied[1] en dan verder richting Noordwest-Europa grotendeels door imitatie[2].
Deze cultuur legde de basis voor de latere Bandkeramische cultuur, maar werd in Servië opgevolgd door de Vinčacultuur.
Nederzettingen [bewerken]
Woonplaatsen lagen bij rivieren. Kennelijk waren de huizen klein, met binnenwanden van met leem aangesmeerd vlechtwerk. Van de Köröscultuur zijn paalwoningen en gedeeltelijk ingegraven woningen bekend, maar daar is nog maar weinig onderzoek naar gedaan. Mogelijk waren de nederzettingen niet het hele jaar bewoond.[3]
Endröd-Öregszölök [bewerken]
Een van de best onderzochte en beschreven nederzettingen is die van Endröd-Öregszölök.[4] Hier zijn enkele gedeeltelijk ingegraven woningen gevonden en afvalputten met keramiek en beenderen. Het is niet duidelijk hoeveel woningen er tegelijkretijd bestonden en bewoond waren. De nederzetting kan ongeveer 500 jaar bestaan hebben, even lang als het cultuurcomplex dus.
Keramiek [bewerken]
De Starčevocultuur produceerde potten, schalen en schotels, soms met een voet, flessen en grote voorraadpotten. Het keramiek was zeker in het begin grof, alleen versierd door met de vinger groeven of uitstulpingen te maken, pas later werd het ook beschilderd (wit of donker op rood). Er was een duidelijke ontwikkeling in het keramiek, die gebruikt wordt om de Starčevocultuur in perioden onder te verdelen. Het aardewerk van de Köröscultuur was meestal niet beschilderd. Opmerkelijk is dat de potten vaak op drie tot zes voetjes rustten. Er is een grote variatie in versieringen.
Gebruiksvoorwerpen van steen en bot [bewerken]
De Starčevocultuur produceerde stenen bijlen, geslepen in de vorm van een leest en maakte vishaakjes en harpoenen van been. Men maakte priemen en lepels van been. Van de Köröscultuur zijn priemen, spatels en lepels van been bekend en vuurstenen pijlpunten, krabbers, schrapers en andere gereedschappen.
Dodenritueel [bewerken]
Veel grafvelden zijn er tot op heden niet gevonden. Er zijn vooral hurkgraven aangetroffen, bij de Köröscultuur merkwaardig genoeg in de nerderzettingen, met veel grafgiften, die bij de graven uit de Starčevocultuur veelal ontbreken.
Neolithicum in grote lijnen [bewerken]
| Neolithicum in grote lijnen (uitklapbaar) |
|
|---|---|
| jaartallen | gebeurtenissen |
| 11.350 v.C. IJstijd |
Het Weichselien (de laatste ijstijd) raakt ten einde. In onze streken is er geen ijs en sneeuw, maar toendra. De mensen in deze streken van de paleolithische Hamburgcultuur en Magdalénien, jagen op kuddes trekkende rendieren. Zelfs op mammoeten, tot zelfs op de drooggevallen Doggersbank van de Noordzee. |
| 11.350 - 10.700 v.C. Allerød |
Dan volgt een wat warmere periode, Allerød-interstadiaal met bijna de huidige temperaturen. De mensen hier van de laat-Paleolithische Federmessercultuur, Magdalénien, en Ahrensburgcultuur, jagen op rendieren. In noord-Amerika smelten gletsjers en ontstaan reusachtige glaciale meren. |
| 10.700 v.C. Noord-Amerika Jonge Dryas |
In noord-Amerika breekt de dam van een gigantisch stuwmeer (440.000km2) van glaciaal smeltwater, het Agassizmeer; een enorme hoeveelheid water baant zich een weg door Amerika en stort zich in de Atlantische oceaan. Mogelijk hierdoor raakt het klimaat ontregeld.[5]: de jonge Dryas breekt aan, het wordt veel kouder en droger. |
| 9.700 v.C. Vruchtbare sikkel |
In zuid-Anatolië en de vruchtbare sikkel (maar ook op andere plaatsen in de wereld) zou dit de impuls kunnen zijn geweest tot het ontstaan van het Neolithicum. Het land zou door de droogte en kou minder voedsel opgebracht hebben en de mensen in het Natufien en de PPNA gedwongen hebben zich te sedenteren en gewassen te zaaien en te wieden.[6]
Volgens nieuwere inzichten was het Neolithicum 10.900 vC. al stevig gevestigd in het Nabije Oosten en Zuid-Anatolië[7], en zou er mogelijk al ca. 20.000 vC. geexperimenteerd zijn met graanveredeling [8]. In onze streken waren er spaarzaam mensen die zich aangepast hadden aan de kou en de droogte. |
| 9.560 v. C. Onze streken |
De jonge Dryas houdt plotseling op. Binnen een paar decennia wordt het veel warmer. In onze streken ontstaan de mesolithische Maglemosecultuur (7500 - 6000 v.C.) en de Kongemosecultuur (6000 - 5200 v.C.). |
| 8.500 - 3.300 v.C. Vruchtbare sikkel |
In de vruchtbare sikkel wordt sinds ca. 8.500 v.C. ook aan veeteelt gedaan, sinds ca. 6.200 v.C. aan pottenbakken, ca. 5.500 v.C. wordt het koper toegepast in werktuigen en wapens, ca 4.000 v.C. wordt het wiel uitgevonden en ca. 3.300 v.C. het schrift. |
| 6.500 v.C. Verspreiding |
Het Neolithicum begint zich vanuit de vruchtbare sikkel en zuid-Anatolië te verspreiden over Europa. Mogelijk wordt deze verspreiding versneld door het onderstromen van de Zwarte Zee. Deze verspreiding gebeurt tot in de Balkan en het Middellandse Zeegebied vrnl. door migratie[9], maar verder richting Noordwest-Europa vrnl. door imitatie (via sociale- en handelscontacten)[10]. De nieuwe Neolithici hebben de volgende vaardigheden: landbouw en veeteelt. En een paar eeuwen later ook pottenbakken. Er zijn 2 verspreidingsroutes van het Neolithicum naar Europa.
|
| 6.500 - 5.500 v.C. Verspreidingsroute |
De waarschijnlijke verspreidingsroute die het neolithicum in onze streken bracht, zou kunnen zijn:
|
| 4.000 - 2.000 v.C. Onze streken |
|
| Gevolgen | Overal waar het Neolithicum doordringt, veroorzaakt het grote veranderingen in de samenleving. Er komt:
|
Literatuur [bewerken]
- I. Kutzián: A Körös kultúra [The Körös Culture]. Diss. Pannonicae (Budapest 1944/1947).
- J. Makkay: Excavations at the Körös culture settlement of Endröd-Öregszölök 119 in 1986-1989. In: S. Bökönyi (ed.), Cultural and landscape changes in south-east Hungary, 121-93 (Budapest, Archaeolingua 1992).
- Andrew Sherratt: Early agrarian settlement in the Körös region of the Great Hungarian Plain. Acta Archaeologica Academiae Scientiarum Hungaricae 35, 1983, 155-69.
- V. Milojčić, Chronologie der jüngeren Steinzeit Mittel- und Südosteuropas (Berlijn 1949).
- D. Arandjelovic-Garašanin, Starcevacka kultura (Ljubljana 1954).
- A. McPherron, D. Srejović, Divostin and the Neolithic of Central Serbia (Pittsburgh 1988).
- H. Schubert, Die bemalte Keramik des Frühneolithikums in Südosteuropa, Italien und Westanatolien (Rahden/Westf. 1999).
Bronnen, noten en/of referenties
|