Stationaire motor

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Stationaire motor van het merk Crossley

Een stationaire motor is een interne verbrandingsmotor die op een vaste plaats staat om iets aan te drijven, hij is niet in een voertuig geplaatst. Verplaatsbare motoraandrijvingen noemt men tractiemachines of locomobielen.

Geschiedenis[bewerken]

Aanvankelijk werden voor de aandrijving van machines en fabrieken stoommachines gebruikt, die via platte riemen alles aandreven. Later werden deze stoommachines vervangen door interne verbrandingsmotoren. Lenoir ontwierp een interne verbrandingsmotor, maar deze atmosferische motor had een veel te laag rendement. Nicolaus August Otto en Eugen Langen brachten in circa 1876 de viertakt motor die we nu nog kennen. Ze startten de fabricage van deze benzine motor eerst onder de naam Otto maar begin 1900 werd dat Deutz.

Er kwamen al snel vele interne verbrandingsmotoren op de markt, soms onder licentie gebouwd maar vaak ook door ingenieurs of de lokale smid zelf ontworpen en gemaakt. Andere viertakt motorenbouwers in die beginjaren claimden, misschien terecht, dat ze eerder dan de “Otto motor” hun uitvinding hadden gedaan. Tegenwoordig zijn er wereldwijd verzamelaars van deze motoren. De motoren hadden in die beginjaren allerlei verschillende ontstekingsmethoden, bijvoorbeeld de gloeibuis; vlamschuif; of mechanische bougie. Pas veel later na veel ervaring zorgde de nu nog bekende bougie voor de ontsteking, net als bij de auto (automotoren zijn interne verbrandingsmotoren). Rudolf Diesel stelt in 1893 zijn direct ingespoten hoge druk motor aan de mensen voor, dit is wat men later de dieselmotor noemt. (Door de extra hoge druk in de compressieruimte ontstaat warmte, directe inspuiting van diesel hierin zorgt voor zelfontbranding).

De interne verbrandingsmotoren worden steeds populairder, ze zijn gemakkelijker in gebruik dan stoommachines. In de landbouw worden ze onder andere gebruikt voor de aandrijving van dorsmachines. Langzaam maar zeker wordt het een begrip. De elektriciteit (soms ook opgewekt door stationaire motoren) zorgt in de jaren 30 voor een nog gemakkelijkere krachtbron en vervangt op haar plaats de stationaire motor. In veel korenmolens verdween het gevlucht of het waterrad om plaats te maken voor een stationaire motor die niet afhankelijk was van de beschikbaarheid van wind of water. Ook in gemalen verschenen stationaire motoren.

Tegenwoordig worden machines in fabrieken met behulp van elektriciteit aangedreven, maar men vindt stationaire motoren nog wel op boten en schepen; als nood-aggregaat in ziekenhuizen op vliegvelden en andere plaatsen waar stroomuitval catastrofale gevolgen zou hebben.

Externe link[bewerken]