Stelling van Amsterdam

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Voor het gelijknamige streekpad, zie Stelling van Amsterdam (streekpad).
Stelling van Amsterdam
Werelderfgoed cultuur
Stelling van Amsterdam the Netherlands.svg
Land Vlag van Nederland Nederland
UNESCO-regio Europa en Noord-Amerika
Criteria ii, iv, v
Inschrijvingsverloop
UNESCO-volgnr. 759
Inschrijving 1996 (20e sessie)
UNESCO-werelderfgoedlijst
De Stelling van Amsterdam (Fort bij Abcoude)

De Stelling van Amsterdam was een verdedigingslinie, gelegen op 15 tot 20 kilometer rond het centrum van het Nederlandse Amsterdam. De Stelling is 135 kilometer lang, bevat 45 forten en is aangelegd van 1880 tot 1920.

Op 26 september 1995 werd de Stelling van Amsterdam samen met de Nieuwe Hollandse Waterlinie bij UNESCO aangemeld voor plaatsing op de Werelderfgoedlijst waar zij in in haar geheel op werd geplaatst in 1996.[1]

Functie[bewerken]

Primair was de Stelling van Amsterdam een waterlinie. In geval van vijandelijkheden zouden grote delen van het gebied rond Amsterdam onder water worden gezet. De vijand zou dan niet kunnen oprukken. Amsterdam zou fungeren als nationaal redoute, als het laatste bastion van Nederland. De aanleg van de Stelling van Amsterdam werd geregeld in de Vestingwet van 1874.

De forten werden gesitueerd op plaatsen waar de waterlinie wordt doorkruist door dijken, wegen of spoorlijnen. Plaatsen waar het water diep genoeg was voor boten waren kwetsbaar, doordat de oprukkende vijand op die plaatsen niet door het water zou worden tegengehouden, zodat hij ook op deze plekken onder vuur genomen moest kunnen worden. In het militaire jargon stonden deze wegen etc. bekend als accessen.

Het gebied binnen de fortengordel was een redoute. Bij een oprukkende vijand zou het veldleger zich hierbinnen terugtrekken en met de aanwezige burgerbevolking stand houden tot hulp vanuit het buitenland Nederland zou bevrijden. Bij een vijandig beleg moest binnen de stelling voldoende voedsel, water, brandstof en militair materieel voorhanden zijn om het zes maanden vol te houden. Delen van de Haarlemmermeer en Beemster kwamen binnen de stelling te liggen om in de behoefte van weide- en landbouwgrond te voorzien. Er kwamen steenkooldepots en pakhuizen voor voedsel en graan zoals de graansilo Korthals Altes. In de Nieuwe Meer werd voldoende grondwater aangetroffen. Tussen 1901 en 1905 werden hier installaties opgericht om het water op te pompen en te zuiveren. Het Hemveld, langs het Noordzeekanaal, bood voldoende ruimte voor de Artillerie-Inrichtingen en er lagen twee kruitfabrieken binnen de stelling, De Oude Molen in Ouderkerk aan de Amstel en De Krijgsman in Muiden.

Voorbereiding en bouw[bewerken]

In 1880 lag het traject van de Stelling vast en legde men de laatste hand aan het ontwerp van de forten. Het ontwerp was een verbeterde versie van de gebastioneerd stelsel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. In 1883 was men eindelijk zover om met de bouw van het eerste object, het Fort bij Abcoude, te beginnen. Dit fort bestond uit aardwerken, waarin zeven bomvrije ruimten waren aangebracht en werd omringd met een gracht. Het fort bleek bij oplevering al achterhaald door de technische ontwikkeling. De komst van de brisantgranaat maakte het noodzakelijk om de forten uit beton, in plaats van metselwerk te vervaardigen. Daarmee was nog weinig ervaring opgedaan in Nederland. Er werden eerst uitgebreide proeven gedaan waarbij betonconstructies werden beschoten met het zwaarste geschut. In 1897 werd de aanleg van de forten herstart.

Veel van de forten werden gebouwd in polders op veengrond. Voor een goede fundering moest dit worden weggegraven en vervangen door zand. De nieuw opgeworpen zandlichamen moesten eerst meerdere jaren inklinken alvorens de forten zelf gebouwd konden worden. Deze ervaring had men opgedaan bij de bouw van Fort Bijlmer in 1868, waarbij de bomvrije kazerne van de fundering in de fortgracht was gegleden na het aanbrengen van zware aarden gronddekking op het dak.

De verdedigingslinie[bewerken]

De verdedigingslinie bestond uit twee onderdelen, de inundatie van het voorliggend terrein en de forten.

Inundatie[bewerken]

Nederland had al veel ervaring opgedaan met inundaties met de Oude en Nieuwe Hollandse Waterlinies. Bij het noord- en zuidfront was dit gemakkelijk te realiseren. Door gedurende drie dagen de bemaling en de uitwatering te staken stond hier voldoende water op het land en was de inundatie voltooid. Bij de overige fronten waren extra maatregelen nodig om water vanuit de Zuiderzee, onder andere bij Muiden, naar binnen te laten stromen. Verder waren er hoogteverschillen tussen de gebieden die onder water kwamen te staan. Hier werden extra sluizen aangelegd om te voorkomen dat het water in dieper gelegen gebieden, zoals polders, te hoog kwam te staan en het water in de hoger gelegen polders te laag. Andere polders waren te groot waardoor het te lang zou duren om het gewenste waterpeil te bereiken. De Geniedijk Haarlemmermeer verdeelde de Haarlemmermeer in een zuidelijk en noordelijk deel. Het zuiden werd onder water gezet en het noordelijk deel bleef droog en lag binnen de stelling. Op de accessen, hoger gelegen terreinen als een dijk, kade, spoorweg of autoweg, kwamen de forten te liggen.

Forten[bewerken]

Fort bij Vijfhuizen (model A) Betekenis nummers: 1. Hoofdgebouw met twee keelkazematten en frontgebouw; 2. Frontwal; 3. Gracht; 5. Metalen genieloods, 10. Ringvaart
Keelzijde van Fort bezuiden Spaarndam met beide keelkazematten, een deel van de gracht en de brug

De forten van de Stelling zijn gebouwd volgens drie standaardmodellen; A, B en C. De eerste forten van model A, zijn gemaakt van ongewapend beton en werden gebouwd in de periode tot 1907. Dit type fort bestaat uit een langgerekt hoofdgebouw. Hierin zijn de lokalen voor de bemanning, de keuken en opslagruimten ondergebracht. Elke ruimte heeft aan de keelzijde een ingang. Naast de ingangen zijn kleine vensters geplaatst. Al deze openingen waren voorzien van stalen deuren met daarin schietgaten. Aan beide uiteinden van het langgerekte hoofdgebouw zijn keelkazematten gebouwd. Deze zijn verbonden met het hoofdgebouw, maar liggen hierachter om de kans op een vijandelijk treffer te minimaliseren. In de keelkazematten zat een deel van de bewapening voor groot flankementvuur en voor de eigen nabijverdediging. In het middel van het hoofdgebouw zijn twee grote deuren die toegang geven tot de poterne. De poterne verbindt het hoofdgebouw met het kleinere voorgebouw. Verder diende de poterne als appelplaats voor de infanterie. In het voorgebouw is een observatiekoepel geïnstalleerd. Voor het hoofdgebouw en links en rechts van het voorgebouw liggen twee kleinere gebouwen met een snelvuurkanon in een hefkoepel. Alle gebouwen zijn bedekt met aarde en zand om het uitwerking van een vijandelijke treffer te beperken.

Na 1908 kwam model B in gebruik. In hoofdlijnen bleef de indeling gelijk maar de gebouwen met de hefkoepels zijn verbonden met het hoofdgebouw. Dit had als belangrijk voordeel dat de bemanning niet meer ongedekt naar de hefkoepels hoefde te rennen en ook de aanvoer van munitie veiliger werd. De laatste twee forten van de stelling, gebouwd tussen 1912 en 1914, zijn gemaakt volgens Model C. Deze kregen geen voorgebouw, maar hier lag een hefkoepel met snelvuurkanon.

De forten van de stelling wijken af van het standaardmodel om rekening te houden met de plaatselijke omstandigheden. Voor het Fort bij Hoofddorp was het beschikbare terrein te klein en kreeg het hoofdgebouw twee verdiepingen. Fort bij Spijkerboor telt ook twee verdiepingen vanwege de hoogte van de te verdedigen dijk. Het Fort bij Velsen kreeg een extra bewapening van drie 15 centimeter kanonnen in pantserkoepels en Spijkerboor heeft twee 10,5 centimeter snelvuurkanonnen in een pantserkoepel. Verder zijn de kustforten, Fort bij IJmuiden en Fort aan het Pampus, uniek en niet in een van de drie modellen onder te brengen.

Om de vijand de toegang tot het fort moeilijker te maken zijn de meeste van de forten omringd door een gracht. Het Fort bij Aalsmeer had zelfs twee grachten aan de voorzijde. Aan de keelzijde is een brug die het fort met de rest van het land verbind.

Elk fort had verder een genieloods aan de keelzijde net buiten de gracht. Deze loods werd gebruikt voor de opslag van het inventaris in vredestijd. Hier werden ook de vuurmonden opgeslagen die in de tussenbatterijen werden opgesteld. De meeste loodsen waren van hout met een pannen dak. In oorlogstijd werden ze in brand gestoken om een vrij schootsveld te krijgen. Vijf genieloodsen zijn gemaakt van stalen golfplaten, zoals bij Fort bij Vijfhuizen. Tot slot was er een fortwachterswoning bij elk fort. Hier woonde een beambte die het fort bewaakte en het noodzakelijke onderhoud verrichtte. Dit waren vaak de eerste gebouwen die werden geplaatst en de bouw van het fort werd van hieruit begeleid.

Bewapening[bewerken]

Replica 10 cm kanon voor groot flankementsvuur Fort bij Krommeniedijk
Gardner M'90 mitrailleur op veldaffuit

De forten werden bewapend met kanonnen, mitrailleurs en geweren.[2] De standaardbewapening bestond uit twee snelvuurkanonnen met een kaliber van 6 centimeter in hefkoepels. In de keelkazematten stond de rest van de vaste bewapening opgesteld. Hier stonden voor groot flankementsvuur twee kanonnen met een kaliber van 10 centimeter opgesteld, een snelvuurkanon van 6 centimeter die naar achteren was gericht en twee Gardner M’90 mitrailleurs die de keelzijde met vuur dekte. Verder waren in de genieloodsen bij de forten ook kanonnen opgeslagen. Bij een oorlogsdreiging werden deze opgesteld om de linies tussen de forten te dekken. Tot slot hadden de infanteristen op het fort hun eigen wapens. De bewapening varieerde naar de omstandigheden en de kustforten kregen veel zwaarder geschut omdat zij tegen gepantserde marineschepen moesten optreden.

Staat van "dienst"[bewerken]

De Stelling van Amsterdam heeft nooit actief dienstgedaan, maar heeft wel een afschrikwekkende werking gehad. In 1914 waren de Stelling en de Nieuwe Hollandse Waterlinie namelijk een factor voor de Duitsers om Nederland niet in te vallen. Op 31 juli 1914 werd een algehele mobilisatie afgekondigd. Binnen enkele dagen kwamen 200.000 extra militairen onder de wapenen. De stelling kreeg een veiligheidsbezetting van ongeveer 10.000 man. Een klein deel hiervan behoorde tot de vestingartillerie en de rest tot infanterie-eenheden van de Landweer. Deze hadden hun volledige diensttijd van zes jaar doorlopen en ze waren tussen de 25 en 35 jaar oud. Bij een slecht verloop van de oorlog werden deze troepen aangevuld met de militairen van de veldlegers die zich in de stelling terugtrokken. Direct na de mobilisatie werden de forten in gebruik genomen en bewoonbaar gemaakt. Om een vrij schootsveld te krijgen en een oprukkende vijand te zien werd alle begroeiing voor het fort gekapt of verwijderd. Met de inundering werd nog gewacht, alleen het voorbereidingspeil werd bereikt, waardoor het water in sloten en boezems zo hoog als mogelijk werd opgezet. De strijd ging aan Nederland voorbij en in 1917 werden twee forten, Fort bij Spijkerboor en Fort aan de Nekkerweg gebruikt als huis van bewaring van dienstweigeraars. Op 11 november 1918 kwam een einde aan de oorlog. De stelling werd verlaten en achtergelaten in de staat van voor de mobilisatie.

Door de opkomst van het vliegtuig verloor de Stelling na de Eerste Wereldoorlog snel aan militaire betekenis. Zij bleef echter grotendeels behouden, en de militaire status werd pas in 1963 opgeheven. Daarna zijn er musea en kunstcentra gekomen.

UNESCO Werelderfgoedlijst[bewerken]

In 1975 kwam het Fort bij Velsen bij de Dienst der Domeinen in de verkoop.[3] Het fort genoot toen nog geen bescherming als monument. De gemeente Beverwijk en de Provincie Noord-Holland wilden het fort kopen voor 450.000 gulden, maar Domeinen wilde meer geld zien.[3] In 1979 werd het verkocht aan G. Kruk voor 755.000 gulden die het gebouw in 1983 deels heeft gesloopt.[3] De Provincie Noord-Holland heeft geprobeerd dit te verhinderen, maar kwam wel in actie voor het behoud van de stelling. In 1987 kwam een beleidsnota uit waarin de stelling als waardevol erfgoed werden bestempeld.[4] In 1992 kwamen alle bouwwerken en objecten van de Stelling op de provinciale monumentenlijst[3], maar de forten in Utrecht werden niet op een vergelijkbare wijze beschermd. Het provinciebestuur vroeg de toenmalige minister van Cultuur, Hedy d'Ancona, de stelling voor te dragen voor de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Nederland had in 1972 het verdrag getekend maar het duurde tot 1992 voor het verdrag werd geratificeerd. In 1995 werd de stelling voorgedragen en in 1996 werd het op de lijst geplaatst.[3] In Europa bestaan meer kringstellingen, bijvoorbeeld de Stelling van Antwerpen en rondom Parijs, Boekarest en Kopenhagen, maar het systeem van inundaties om Amsterdam is uniek.[3]

Vanaf 2005 is de stelling door het Ministerie van VROM aangewezen als Nationaal Landschap (18.590 ha) vanwege het samenhangende systeem van forten, dijken, kanalen en inundatiekommen, het groene en relatief stille karakter en de relatief grote openheid. Tot slot zijn veel bouw- en kunstwerken beschermd als provinciale monumenten in Noord-Holland.

De 47 forten en batterijen van de Stelling[bewerken]

Zuiderzeefront

Geniedijken


Galerij[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Harnas voor de hoofdstad. De Stelling van Amsterdam. H.G. Baas en P.H.C. Vesters. Uitgeverij Matrijs, Utrecht, 2003. ISBN 90-5345-210-9

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (en) Stelling van Amsterdam op de website van Unesco Cultural Heritage logo.svg UNESCO Werelderfgoed
  2. Stelling van Amsterdam Opgave der bewapening 1910, geraadpleegd op 30 december 2014
  3. a b c d e f Oneindig Noord Holland Fort bij Velsen: sloophamer schudde burgers en overheden wakker, 17 december 2012, geraadpleegd op 14 januari 2015
  4. Provincie Noord Holland: ‘de stelling van amsterdam’, een provinciaalse beleidsvisie, juli 1987