Stemplicht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De stemplicht (of actieve kiesplicht) is de verplichting voor de burger om na de oproep tot de verkiezingen zich aan te melden bij een kiesbureau om deel te nemen aan de verkiezingsverrichtingen.

Gezien het stemgeheim is er geen mogelijkheid om te controleren of een stem werkelijk is uitgebracht wanneer een stembiljet in een stembus wordt gedeponeerd. In de praktijk is een stemplicht dus de verplichting om een stembiljet in de stembus te deponeren of uitsluitend een opkomstplicht.

Situatie in diverse landen[bewerken]

België[bewerken]

België kent een opkomstplicht voor elke kiesgerechtigde Belg in België. Bij de federale verkiezingen geldt dit ook voor Belgen woonachtig in het buitenland. Bij volmacht stemmen en blanco of ongeldig stemmen zijn toegestaan. Wie niet stemt begaat een overtreding en riskeert een berisping of boete van de politierechter. De bedragen variëren normaal tussen de 27,50 en 55 euro, bij herhaling kan de geldboete echter tot 137,5 euro oplopen [1]. Wie binnen 15 jaar vier of meer keren niet opkomt riskeert ontneming van het stemrecht voor een periode van tien jaar en bovendien uitsluiting van benoemingen, promoties of onderscheidingen van de openbare overheid voor die periode. In de praktijk echter wordt niet langer overal even strikt bijgehouden wie niet opkomt en worden ook niet overal meer sancties opgelegd aan afwezige kiezers. In België gaat het wel degelijk om een opkomstplicht en niet om een stemplicht.

Nederland[bewerken]

Nederland kende van 1917 tot 1970 een opkomstplicht. Sinds de afschaffing van de opkomstplicht is de opkomst uiteraard sterk gedaald. Met name bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten en het Europees Parlement zijn opkomstpercentages van lager dan 30% gehaald, terwijl de opkomst bij de Tweede Kamer- en gemeenteraadsverkiezingen vergeleken met andere landen hoog (60 tot 80%) ligt.

Voor het instellen van de opkomstplicht lagen de opkomstpercentages ongeveer op hetzelfde lage peil als we zien na de afschaffing, te weten voor landelijke verkiezingen (in een districtenstelsel overigens) zo rond de 70% (bron: Kiesraad)

Australië[bewerken]

In Australië bestaat er een stemplicht voor verkiezingen in alle deelstaten en het gemenebest. Ook hier is er slechts sprake van een opkomstplicht gezien het stemgeheim. Verzuim kan worden beboet, doch dit wordt niet in alle gevallen gehandhaafd.

Thailand[bewerken]

In Thailand bestaat er ook een opkomstplicht. Bij niet stemmen riskeert men boetes en andere sancties.

Noord-Korea[bewerken]

In Noord-Korea bestaat er stemplicht. Naast dat de mensen opkomstplicht hebben, kennen zij hier geen stemgeheim. In elke van de 678 kiesdistricten kunnen mensen 'kiezen' voor één kandidaat, en die wordt aangeduid door de regering. Het zijn stuk voor stuk leden van de enige toegelaten partij in Noord-Korea, de Arbeiderspartij. Noord-Koreanen mogen de kandidaat in hun kiesdistrict enkel goed- of afkeuren. Op het stembiljet hebben ze de keuze tussen 'ja' of 'neen'. De 'democratische' plicht van de kiezers is dus niet te laten weten wie ze in het parlement willen, maar of ze het al dan niet eens zijn met de keuze van de regerende partij. De stemming verloopt niet anoniem. Wie 'neen' wil stemmen, moet dat in een apart hokje doen. Dat wordt dan ook als een daad van rebellie en verraad gezien. De verkiezingen in Noord-Korea zijn daarom ook eerder bedoeld als volkstelling, dan als volksstemming.

Overzicht[bewerken]

Landen met een opkomst- of stemplicht die wordt afgedwongen:

  • Argentinië (geldboete van 500 dollar)
  • Australië (geldboete van 250 dollar bij eerste keer, oplopend tot gevangenisstraf)
  • België (geldboete van 50 euro)[2]
  • Brazilië (geringe geldboete 3,51 real, bij openstaande boetes is een aanvraag paspoort en legitimatiebewijs niet mogelijk, meerdere opstaande boetes kan leiden tot intrekking CPF (sofinummer), ontslag bij een overheids dienstverband, blokkade bankrekening, geen stemplicht voor 16- en 17-jarigen en voor 70-plussers)
  • Cyprus (geldboete tot ongeveer 350 euro)
  • Ecuador (geldboete)
  • Fiji (geldboete en mogelijk gevangenisstraf)
  • Griekenland (geldboete, regelmatig stemmen is bovendien voorwaarde voor het verkrijgen van een paspoort)
  • Libanon (alleen voor mannen)
  • Libië (alleen voor mannen)
  • Liechtenstein (geldboete)
  • Luxemburg (geldboete en mogelijk gevangenisstraf, maar dat laatste wordt niet toegepast)
  • Nauru (geldboete)
  • Noord-Korea (daad van rebellie en verraad; doodstraf)
  • Peru (geldboete van ongeveer 40 euro)
  • Singapore (ontzegging van het kiesrecht, kan wel weer verleend worden bij een geldige reden)
  • Turkije (geldboete van ongeveer 13 euro)
  • Uruguay (geldboete)
  • Zwitserland (alleen in Schaffhausen: geldboete van 3 frank (ongeveer 2 euro)

Landen met een opkomst- of stemplicht die niet wordt afgedwongen:

Landen die de opkomst- of stemplicht hebben afgeschaft:

Bronnen, noten en/of referenties
  • Juridat
  • belgium.be, Federale portaalsite