Stephen Decatur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Stephen Decatur, jr.

Commodore Stephen Decatur jr. (Sinepuxent, Maryland, 5 januari 1779 - Washington D.C., 22 maart 1820) was een Amerikaans marineofficier bij de United States Navy. Hij werd vooral opgemerkt voor zijn heldendaden in de Tweede Barbarijse Oorlog en in de Oorlog van 1812. Stephen Decatur was de jongste marineofficier die de rang van kapitein behaalde in de loop van de toenmalige jonge geschiedenis van de Amerikaanse Marine.

Vroege leven[bewerken]

Stephen Decatur jr. was een zoon van Stephen Decatur, Sr. en Ann Pine. Hij doorliep de Episcopal Academy en studeerde daarna aan de University of Pennsylvania, samen met toekomstige marinehelden zoals Richard Somers en Charles Stewart. Zijn vader was ook marineofficier, die het bevel voerde op verscheidene schepen. Stephen A. Decatur (1815-1876), die een neef van Decatur jr. was, claimde een toegewezen grond in het gebied van de Omaha-indianen en stichtte later de stad Decatur in Nebraska.

Stephen Decatur jr. huwde met Susan Wheeler, de dochter van de burgemeester van Norfolk, Virginia, op 8 maart 1806.

Militaire loopbaan[bewerken]

Eerdere opdrachten[bewerken]

Stephen Decatur werd op 17-jarige leeftijd tewerkgesteld in de scheepsfirma van Gurney & Smith, als toezichthouder voor de afwerking van het fregat "USS United States".

Quasi-Oorlog[bewerken]

Decatur nam dienst gedurende de gehele periode van de Quasi-Oorlog, een onverklaarde oorlog tegen Frankrijk. In 1798 verwierf Decatur de taak van midshipman (adelborst) aan boord van de "USS United States". Hij werd daarna in 1799 gepromoveerd tot luitenant. Decatur diende kortstondig aan boord van de sloep "USS Norfolk" maar keerde weldra terug naar zijn vertrouwde "USS United States". Na de Quasi-Oorlog, onderging de U.S. Navy een belangrijke inkrimping in het aantal actieve schepen en officieren. Decatur was een van de weinigen die nog in marinedienst bleven.

Eerste Barbarijse Oorlog[bewerken]

Hij kreeg in 1803 het bevel over de brik "USS Argus" en voer naar de Middellandse Zee tijdens de Eerste Barbarijse Oorlog tegen Tripoli. Aangekomen in de oorlogszone voerde luitenant Decatur het bevel over de schoener "USS Enterprise" en op 23 december 1803 veroverde hij de ketch "Mastico" op de piraten. Dit schip werd ondergebracht in de U.S. Navy, onder de herdoopte naam "USS Intrepid" en het werd door Decatur op 16 februari 1804 gebruikt voor een nachtelijke aanval in de haven van Tripoli om het het voormalige fregat "USS Philadelphia" te vernietigen. De Philadelphia was in Tripolitaanse handen gevallen na door de Barbarijse piraten gekaapt te zijn geweest toen het schip aan de grond liep en niet meer tijdig kon ontsnappen, door het kleine getijdeverschil van de Middellandse Zee. Admiraal Nelson noemde Decaturs actie in deze "The most bold and daring act of the age!" ("Het meest stoutmoedige en gewaagde optreden van de eeuw!") De Amerikanen trokken aan de riemen om met hun schip de "Intrepid" te ontsnappen aan het vuur van het havengeschut, wat hen ook gelukte.

Door deze gedurfde en succesvolle onderneming werd luitenant Decatur een nationale held, hetgeen bevestigd werd door zijn leiding tijdens de beschietingen van Tripoli op 3 augustus 1804. In deze actie leidde hij de man-tegen-mangevechten tijdens het enteren van een vijandelijke kanonneerboot en veroverde deze. Decatur werd vervolgens gepromoveerd tot de rang van kapitein en voerde gedurende de volgende 8 jaar het bevel over diverse fregatten.

Oorlog van 1812[bewerken]

De Verenigde Staten verklaarden op 14 juni 1812 de oorlog aan Groot-Brittannië. De "USS United States", onder bevel van Decatur, het fregat de "USS Congress", bewapend met 36 kanonnen, en de brik "USS Argus" met 18 kanonnen voegde zich bij het eskader van Commodore John Rodgers en vertrokken onmiddellijk vanuit New York City naar zee. Ze kruisten voor de Amerikaanse oostkust tot eind augustus. Het eskader zeilde op 8 oktober 1812 weer uit, ditmaal vanuit Boston. Drie dagen later, nadat ze de "Mandarin" veroverd hadden, verliet de "USS United States" de vloot en voer verder oostwaarts. Bij dageraad op 25 oktober, zo'n 500 zeemijlen ten zuiden van de Azoren, meldde de uitkijkpost een zeil op 12 zeemijl (19 km) aan de loefzijde (windzijde). Terwijl Decatur naar het schip aan de horizon koerste, herkende hij het onbekende schip als de Britse "HMS Macedonian".

In 1810 waren de "USS United States" en de "HMS Macedonian" beide in de haven van Norfolk, Virginia gelegen. Toen was er nog geen strijd tussen beide landen. De Britse kapitein John Carden pochte met een weddenschap om een hoed van beverpels dat als de twee schepen elkaar ooit tijdens een zeegevecht zouden ontmoeten, de "Macedonian" zeker zou zegevieren. De United States boekte echter een eenvoudige overwinning en dwong de toegetakelde Macedonian tot overgave. Decatur nam het fregat in en stuurde het na reparaties terug naar de VS als oorlogsbuit.

Na herstelwerkzaamheden verliet de "USS Unites States", in gezelschap van de "USS Macedonian" en de brik "USS Hornet" de haven van New York op 24 mei 1813. Op 1 juni werden de drie schepen naar de haven van New London, Connecticut, gedwongen door een sterk Brits eskader, en de "United States" en "Macedonian" werden door de Britse blokkadevloot tot het einde van de oorlog belet weer uit te varen.

In de lente van 1814 bracht Decatur zijn bevelvoerend vaandel naar de "USS President", een 44 kanonnen tellend vlaggenschip van zijn nieuw eskader bestaande uit de "USS Hornet", een 22 kanonnen tellende sloepbrik, de "USS Peacock" en de "USS Tom Bowline" met 12 kanonnen aan boord. Door de Britse blokkade van de havens waren zijn bewegingen echter zeer beperkt.

In januari 1815 werd Decaturs eskader ingezet voor een missie in Oost-Indië, maar hiervoor moest ze eerst de blokkade omzeilen, wat hen ook lukte en maakten ze daarna een rendezvous-ontmoeting in Tristan da Cunha. Op 15 januari, de dag na de uitbraak, voer hij uit de haven van New York en bereikte het Britse West-Indië eskader nabij Razee. Deze Britse vloot bestond uit de "HMS Majestic", met 65 kanonnen en de fregatten "HMS Endymion" met 40 kanonnen, de "HMS Pomone", uitgerust met 38 kanonnen en de "HMS Tenedos", met 38 kanonnen.

Tijdens een poging de achtervolgende Britse vloot te ontwijken liep de "USS President" aan de grond. De "HMS Endymion" was de eerste die hem bereikte. Na een hevig vuurgevecht was het Amerikaanse fregat in staat het Britse fregat uit te schakelen, ondanks zijn handicap. Decaturs schip trok weer vlot maar door de schade, toegebracht door de "HMS Endymion", werd hij uiteindelijk ingehaald door de "HMS Pomone" en de "HMS Tenedos". Na een vuurgevecht moest het beschadigde Amerikaans fregat zich overgeven. Decatur zei later: "My ship crippled, and more than a four-fold force opposed to me, without a chance of escape left, I deemed it my duty tot surrender !"; ("mijn schip was kreupel, en met meer dan een viervoudige vijandige strijdmacht tegenover mij, zonder een kans om te ontsnappen, oordeelde ik het als mijn plicht om mij over te geven!") Tijdens de gevechten sneuvelden op de "President" 24 manschappen en werden er 55 gewond, waaronder Decatur zelf, die verwond werd door een grote rondvliegende houtsplinter.

Decatur en zijn mannen werden naar Bermuda weggevoerd als krijgsgevangenen. Op 8 februari 1815, na het beëindigen van de vijandelijkheden tussen de Verenigde Staten en Engeland, reisde Decatur aan boord van de "HMS Narcissus" naar New London, Connecticut vanwaar hij op 26 februari aankwam in New York City om te herstellen.

Tweede Barbarijse Oorlog[bewerken]

In mei 1815 voer commodore Stephen Decatur jr. met zijn eskader van 9 schepen naar de Middellandse Zee voor deelname in de Tweede Barbarijse Oorlog, die een einde maakte aan de praktijken van de Barbarijse piraten. De Barbarijse staten werden verplicht herstelbetalingen te betalen voor de door hen toegebrachte schade aan de Europese en Amerikaanse handelsbelangen in de Middellandse Zee. Decatur zelf werd aangesteld om de zaak te regelen in Algiers.

Met de inname van het Algerijnse vlaggenschip "Mashouda", alsook de Algerijnse brik "Estedio" verwierf hij een sterke onderhandelingspositite en kwam er een moeizaam behaalde overeenkomst tot stand met de Bei. De Amerikaanse gevangenen moesten weer vrijgelaten worden en er moesten schadevergoedingen betaald worden. Een nieuw verdrag werd binnen 48 uur na zijn aankomst in Algiers afgesloten.

Na de vrede met Algiers voer Decatur met zijn smaldeel naar Tunis en Tripoli voor het opeisen van de gevraagde schadevergoedingen. Daarna zeilde hij voldaan en triomfantelijk terug naar de Verenigde Staten.

Tijdens deze campagne werd hij bekend als: "The Conqueror of the Barbary Pirates", ("De Veroveraar van de Barbarijse Piraten").

Familiale gebeurtenissen[bewerken]

Tussen 1816 en 1820 diende Stephen Decatur als marinecommissaris in Washington D.C.. Gedurende zijn ambtstermijn was hij actief in het sociale uitgaansleven in Washington D.C.. In één van zijn vele sociale bijeenkomsten deed Decatur een geruchtmakende uitspraak tijdens een heildronk: "Our Country! In her intercourse with foreign nations may she always be in the right, but right or wrong, our country!" ("Ons Land! In haar omgang met de buitenlandse naties moge ze altijd rechtvaardig zijn, maar juist of verkeerd, ons land!") Deze heildronk werd dikwijls verkeerd geciteerd als: "My Country, right or wrong!".

In 1818 liet hij in Washington D.C. een huis bouwen, dat ontworpen werd door Benjamin Henry Latrobe. Dit Decatur House is nu een museum gelegen aan het President's Square (Lafayette Square).

Zijn dood[bewerken]

In 1820 daagde commodore James Barron Stephen Decatur uit tot een duel, dat deels betrekking had op een opmerking die beledigend overkwam op Barron aangaande Barrons leiding in de Chesapeake-Leopard-affaire van 1807. Decatur had toen officieel dienst gedaan als deelnemer aan een krijgsraad die Barron schuldig had bevonden wegens de slechte voorbereiding van de strijd tussen de "USS Chesapeake" en de "HMS Leopard". Barron werd hiervoor voor 5 jaar uitgesloten van bevelvoerende diensten.

Barrons secondant was kapitein Jesse Elliott, bekend om zijn tegenstand tegen Decatur. Decatur vroeg zijn "vriend" commodore William Bainbridge als zijn secondant. Hiermee had Decatur zonder het te weten een man gekozen die een langdurige jaloezie koesterde tegenover hem. Het duel zou uitgevochten worden met het pistool en niet met de gebruikelijke sabels. Normaliter zou Decatur hiermee gewonnen hebben, maar het lot bepaalde anders.

De twee hoge officieren vochten het duel uit op het terrein van Bladensburg Field in Bladensburg, Maryland (nu Colmar Manor, Maryland), op 22 maart 1820. Vóór het tweegevecht sprak Barron tot Decatur in verzoenende woorden, maar de secondanten deden geen poging om het geschil te stoppen. Stephen Decatur was een expert als schutter met het pistool en zijn intentie was om Barrow slechts te verwonden en niet te doden. Met hun ruggen naar elkaar toe stapten ze in getelde passen weg van elkaar, naar een bepaalde schootsafstand. Hierop draaiden de twee officieren zich naar elkaar toe, en schoten met hun pistool naar de tegenstander. Stephen Decatur werd dodelijk gewond door een schot in de onderbuik. (Decatur had eveneens een ernstige, doch niet dodelijke, verwonding toegebracht aan Barrons heup).

Toen Stephen Decatur langzaam lag te sterven in zijn huis aan Lafayette Square, riep hij: "I did not know that any man could suffer such pain!" ("Ik wist niet dat een mens dergelijke pijnen kon uitstaan!"). Hij stierf kort daarna. Ofschoon hij zijn weduwe 75.000 dollar naliet, toen een aanzienlijk bedrag, stierf zij in 1860 in armoede.

Plaquette van Stephen Decatur op Lafayette Square in New York.

Decaturs begrafenis werd bijgewoond door de elite van Washington, inclusief de president en leden van het Hooggerechtshof, alsook de meeste vooraanstaande leden van het Congres. Meer dan 10.000 burgers begeleidden de begrafenisstoet, uit respect en uit eerbetoon voor hun nationale held.

Hij werd eerst tijdelijk bijgezet in de tombe van Joel Barlow te Washington, maar later overgebracht naar Philadelphia, waar hij begraven werd in de St. Peter's Church. Zijn in 1808 overleden vader, Stephen Decatur sr., werd daarna eveneens bijgezet in de kerk naast zijn zoon.

Eerbetoon[bewerken]

Vijf Amerikaanse marineschepen werden naar hem vernoemd uit eerbetoon, evenals meerdere plaatsen en scholen.

Een gegraveerd portret van Decatur versierde het verzilverde certificaatswaarde (bankbiljet) van 20 dollar uit 1886.

Amerikaanse plaatsen met de naam Decatur zijn onder meer:

Zie ook[bewerken]

De schepen waarover hij het bevel voerde:

Referenties[bewerken]

  • Dit artikel bevat tekst uit de Dictionary of American Naval Fighting Ships, die zich in het publiek domein bevindt.

^ [Dictionary of American History by James Truslow Adams, New York: Charles Scribner's Sons, 1940] ^ White House Weddings Frederick C. Leiner, The End of Barbary Terror (New York: Oxford University Press, 2006) Nathan Miller, The US Navy: An Illustrated History (New York: American Heritage, 1977

Externe links[bewerken]

  1. Biographies in Naval History - Kapitein Stephen decatur, 5 januari 1779 - 22 maart 1820
  2. Oorlog van 1812 - Commodore Stephen Decatur
  3. De geschiedenis over Stephen Decatur
  4. Stephen Decatur House
  5. Stephen Decatur
  6. Fotogalerij
  7. Overwinning in Tripoli
  8. Worcester County, Berlin, Maryland. Public Schools, Stephen Decatur High School
  9. Stephen Decatur Elementary, Indianapolis, Indiana