Stille Omgang

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het mirakel op een bedevaartprentje uit 1518 van de hand van Jacob Cornelisz. van Oostsanen.
De in 1908 gesloopte Heilige Stede, met het nog niet gedempte Rokin.

De Stille Omgang is een door katholieken uitgevoerde devotionele nabootsing in stilte en zonder uiterlijk vertoon van de vroegere processie ter herdenking van het Amsterdamse hostiewonder uit 1345. Deze stille tocht wordt elk jaar in de nacht van zaterdag op zondag na de 15e maart gelopen in de oude binnenstad van Amsterdam. In 2010 namen rond de 7.000 mensen deel aan de processie.

De processie herdenkt het Mirakel van Amsterdam van 15 maart 1345. Een stervende man in de Kalverstraat braakte de heilige hostie uit tezamen met voedsel dat door hem ervoor genuttigd was, nadat hem het viaticum (ziekencommunie) was gegeven. Het braaksel, inclusief de heilige hostie, werd in het haardvuur gegooid uit eerbied, maar de volgende ochtend bleek dat de hostie ongeschonden in de as werd gevonden. Een werkvrouw bracht de hostie naar de pastoor, maar de volgende dag keerde de heilige hostie terug naar de woning in de Kalverstraat. Dit herhaalde zich twee keer. Dit vervolgwonder met de hostie werd gezien als een teken dat hier speciale verering aan de hostie en Christus diende te geschieden. Het verhaal verspreidde zich snel en bedevaartgangers kwamen in groten getale naar Amsterdam. Op de plaats waar de woning had gestaan werd daarom een grote bedevaartkapel (Heilige Stede) gebouwd, die na 1578 als protestantse kerk ging dienen totdat het monument in 1908 werd afgebroken..

Met de Alteratie van Amsterdam in 1578 werd de middeleeuwse sacramentsprocessie ter ere van het wonder van 1345 verboden. Het devotioneel individueel volgen van het parcours van die processie bleef echter in de 17e en de 18e eeuw wel in gebruik. Aangezien katholieken in Nederland in de 19e eeuw - niettegenstaande de godsdienstvrijheid sinds 1795 - nog steeds geen processies mochten houden (Processieverbod van 1848) zochten zij hun toevlucht tot alternatieven. Een daarvan was het doen van een stille omgang, zonder gebed, gezang, kerkelijke kledij of attributen. Een dergelijk stoet viel namelijk niet onder het processieverbod. Toen het processieverbod in de 20e eeuw verdween was met name de Stille Omgang van Amsterdam een zo sterke traditie geworden dat men die tot op de dag van vandaag heeft gehandhaafd.

In 1881 werd de Stille Omgang voor het eerst door enkele personen in het geheim gelopen, geïnitieerd door Joseph Lousbergh en zijn vriend Carel Elsenburg. De kapel van het Heilig Mirakel, waar omheen werd gelopen bestond toen nog, maar in 1908 werd deze kapel aan het Rokin gesloopt door de (protestantse) eigenaren, om te voorkomen dat deze "Heilige Stede" in bezit van de katholieken zou komen en ooit voor de roomse eredienst heringericht zou kunnen worden. De zoon, kleinzoon en achterkleinzoon van Carel Elsenburg zijn allen voorzitter van het genootschap van de Stille Omgang geweest[1].

De 75ste Stille Omgang in 1956 in Amsterdam

Om het mirakel te herdenken, lopen katholieke Amsterdammers en gelovigen van buiten de stad elk jaar een stille processie, waarbij geen enkel woord wordt gesproken, dit vanwege het tot voor enige jaren (tot 1983) geldende processieverbod in plaatsen ten noorden van de grote rivieren van Nederland (waar reeds honderden jaren de protestantse overheid deze plechtigheden had verboden en de katholieke bedienaren vervolgd). De processie loopt langs de vroegere grenzen van de stad, en onder andere over de Heiligeweg, een zijstraat van de Kalverstraat. De processie loopt ook over het Spui, de Nieuwendijk, de Warmoesstraat en de Nes.

Op 18 maart 2006 werd het 125-jarig jubileum van de Stille Omgang gevierd. Het was de eerste keer dat de Omgang live op televisie werd uitgezonden. De opkomst was hoog: circa 9.000 pelgrims liepen mee. De organisatie denkt dat dit verband houdt met het jubileum. In 2007 was de opkomst volgens de voorzitter van het Gezelschap van de Stille Omgang inderdaad weer lager: naar schatting namen in dat jaar ruim 8.000 pelgrims deel. In 2008 en 2009 deden opnieuw ruim 8000 gelovigen mee aan de optocht. Het was (is nog?) gewoonte dat de burgerlijke gemeente Amsterdam met name de exploitanten van cafés en andere horecabedrijven per brief vraagt ten tijde de Ommegang-die langs hun bedrijf voert-, gordijnen te sluiten en muziek te beperken.

Werkelijke datum van het Mirakel[bewerken]

Het Mirakel had plaats op de woensdag na het feest van de heilige paus en kerkleraar Gregorius de Grote in 1345. Gregoriusdag was in die dagen ongetwijfeld een belangrijke datum. Het was een onderbreking van de vastentijd. Precies een halve eeuw voor het Mirakel verhief Rome hem tot kerkleraar. Toch is er verder geen enkele binding tussen Amsterdam en deze paus, die het gregoriaans als kerkmuziek verplicht stelde voor alle kerken van de Latijnse ritus.

De sterfdag van deze paus werd op 12 maart gevierd volgens de toen nog gebruikte juliaanse kalender. Maar die 12de maart was 20 maart volgens de (later ingevoerde) gregoriaanse kalender. De werkelijke datum waarop het Mirakel plaats had, was dus woensdag 23 maart 1345. Het jaar 1345 begon namelijk op een zaterdag en had de B als zondagsletter. Na toepassing van de gregoriaanse correctie viel Gregoriusdag dat jaar op zondag 20 maart. Dit verklaart meteen het verschil in de Mirakeldag van het Amsterdams Mirakelgilde (de historisch correcte woensdag na 20 maart) en die van het Gezelschap van de Stille Omgang Amsterdam (de woensdag na 12 maart). Overigens verplaatste de kerk de feestdag van de in 604 gestorven Gregorius I in het midden van de vorige eeuw van 12 maart naar 3 september.

Literatuur[bewerken]

  • Peter Jan Margry (1988) Amsterdam en het Mirakel van het Heilig Sacrament. Van middeleeuwse devotie tot 20e-eeuwse stille omgang. Amsterdam: Polis.
  • Charles Caspers en Peter Jan Margry (2006) Identiteit en spiritualiteit van de Amsterdamse Stille Omgang. Hilversum: Verloren.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. De Telegraaf, Hoogste pauselijke eer voor Nederlander, 25 november 2011