Stofexplosie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een stofexplosie.

Een stofexplosie is een explosieve verbranding van stof, met zuurstof uit de lucht. Wanneer stof en lucht in een bepaalde verhouding aanwezig zijn en er een ontstekingsbron aanwezig is, bijvoorbeeld in de vorm van een statische ontlading, kan een explosie plaatsvinden.

Stofexplosies kunnen voorkomen in een scheepsruim of in meel- of suikersilo's. Ook in fabrieken is het fenomeen stofexplosies onder de aandacht gekomen door het opnemen van de ATEX 137 richtlijn in de arbowet. Deze richtlijn is van toepassing op werkplekken waar een potentieel explosieve omgeving heerst. Het verplicht de werkgever een veilige werkplek voor het personeel te creëren. Eigenlijk zijn alle niet geoxideerde stoffen brandbaar. Zo dienen dus fabrieken met productie van meel, diervoeders, melkpoeder, houtstof, metaalpoeders enz. na te gaan of de voorwaarden voor het ontstaan van een stofexplosie aanwezig kunnen zijn. Onder zulke omstandigheden past men vaak cyclonen toe en worden de elektrische installaties explosieveilig ontworpen.

Secundaire stofexplosies[bewerken]

Een stofexplosie lijkt op een gasexplosie, maar is vaak veel krachtiger. Dit heeft in het bijzonder te maken met het optreden van secundaire stofexplosies. De primaire veelal wat lichtere stofexplosie, wervelt ander stof op tot een nieuwe, explosieve stofwolk. Het gevolg is een kettingreactie, waarbij de opvolgende secundaire stofexplosies meestal veel groter zijn dan de primaire stofexplosie. De secundaire stofexplosies kunnen zo met hoge snelheid door een heel gebouw razen. We zien de desastreuze gevolgen hiervan vaak bij bedrijven waar overal stof ligt, zoals meel-, graanopslag- en overslagbedrijven.

Het verschijnsel van een stofexplosie[bewerken]

Ten opzichte van een gasexplosie is een stofexplosie een stuk gecompliceerder. Wanneer in een fabrieksomgeving onopgemerkt stof ligt te broeien en een deur opengaat, ontstaat er een luchtstroom door de ruimte. Het stof dwarrelt hierdoor op, waarna er een stofwolk in een explosieve verhouding kan ontstaan. De ’onschuldige’ broei komt vrij te liggen en ontsteekt de stofwolk, waarna een zogenaamde primaire stofexplosie ontstaat. De drukgolf van deze primaire explosie doet het stof in andere ruimten opdwarrelen waardoor ook hier nieuwe, secundaire explosies ontstaan. Een stofexplosie is hierdoor in staat zich door een heel bedrijf voort te planten, met alle gevolgen van dien. In tegenstelling tot de explosiebeveiliging in een gashoudende omgeving dient er bij stof rekening gehouden te worden met het feit dat:

  • Stof niet vervluchtigt maar zich in een steeds dikker wordende laag afzet;
  • Stof-explosiebeveiliging heel sterk afhangt van de gebruiksomstandigheden.

Een ontsteekbare gasomgeving kan door krachtig ventileren zo ver verdund worden dat er geen explosiegevaar meer bestaat. Gebruikt men eenzelfde proces bij stofafzettingen, dan worden deze zo opgewaaid en verdeeld dat hierdoor weer een extra gevarenbron ontstaat. De stoflagen bemoeilijken de koeling van apparatuur en vormen zodoende een extra risico. Dat betekent dat het bij stofexplosiebeveiliging beslist noodzakelijk is de betreffende apparaten regelmatig te reinigen. Ook vanuit deze overweging dient voor voldoende veiligheid gekozen te worden

Zie ook[bewerken]