Stomme film
| Stomme film | ||||
| Charlie Chaplin in The Kid. | ||||
| Alternatieve naam | zwijgende film, stille film | |||
| Eerste film | Quo Vadis (1902) | |||
| Kenmerkende personen | Charlie Chaplin, Laurel en Hardy, Buster Keaton, Ferdinand Zecca | |||
| Categorie met een overzicht van films | ||||
|
||||
Een stomme of zwijgende film (Nederland) of stille film (Vlaanderen) is een film waarin alleen het beeldsignaal voorkomt. Pas in 1927 werd het met de introductie van de geluidsfilm mogelijk om geluid en beeld synchroon af te spelen.
Om het gemis van geluid op te vangen, kwamen in een stomme film teksten voor die de situatie op het scherm verduidelijkten of de gevoerde dialoog weergaven. Ondertiteling was nog niet mogelijk, dus de filmbeelden werden afgewisseld met schermvullende bordjes waarop de tekst stond; de intertitels.
Soms werd gebruikgemaakt van een explicateur, iemand die zei wat er gezegd werd en die begeleidende geluiden maakte. Zo'n explicateur was een artiest op zich. Als in de film bijvoorbeeld iemand een motor aanslingerde, dan draaide de explicateur met een ratel. Viel er iets, dan sloeg de explicateur een klappende stok op tafel, de slapstick, die zijn naam aan dit genre film gaf. Een goede explicateur kende de film precies, zodat hij op tijd de hulpmiddelen bij de hand had om geluiden te maken. Verder werd de film vaak met muziek begeleid door een (klein) orkest dat in een zogenaamde orkestbak (is ruimte voor podium, zo laag dat het publiek hen niet zag, maar zij zelf het scherm wel nog konden zien) of gewoon naast het scherm zat, waardoor er van een stille film nooit echt sprake is geweest.
Veel grootheden van de stomme film zagen na de introductie van de geluidsfilm een einde aan hun filmcarrière komen; de acteerstijl van de stomme film was grotendeels ongeschikt voor een geluidsfilm. Acteurs met een lange loopbaan in de stomme films hadden vaak moeite met de omschakeling. Men bleef te veel vasthouden aan de oude, door lichaamstaal en gezichtsuitdrukkingen benadrukte acteerstijl. In andere gevallen compenseerde men juist te veel, wat een 'stijf' resultaat opleverde, of men had moeite met de timing waardoor gesprekken niet vloeiend verliepen. Veel oudgedienden keerden terug naar het theater, en het was vooral het nieuwe acteertalent dat zich snel thuis voelde in de geluidsfilm.
Geluidsfilms bleken minder makkelijk aan andere landen te verkopen door de taalbarrière. Bij de stomme films was het slechts een kwestie van het vervangen van de intertitels, bij de geluidsfilm was dit problematischer. Soms koos men ervoor om een film tegelijk in twee of meer talen op te nemen, bijvoorbeeld Der blaue Engel (1930).
Enkele grootheden van de stomme film [bewerken]
- Charlie Chaplin
- Buster Keaton
- Stan Laurel en Oliver Hardy ("de Dikke en de Dunne")
- Harold Lloyd
- Ben Turpin
- Harry Langdon
- Roscoe 'Fatty' Arbuckle
- Lillian Gish
- Mary Pickford
- Douglas Fairbanks
- Buster Brown
- The Keystone Cops
- W.C. Fields
- Jetta Goudal
In Nederland:
Enkele stomme films [bewerken]
met regisseur en jaar:
- Quo Vadis, Ferdinand Zecca, 1902
- Le voyage dans la lune, Georges Méliès, 1902
- The Great Train Robbery, Edwin S. Porter, 1903
- La presa di Roma, Filoteo Alberini, 1905
- Ben Hur, Sidney Olcott, 1907
- Quo vadis, Enrico Guazzoni (Italië), 1912
- From the Manger to the Cross, Sidney Olcott, 1912
- Cabiria, Giovanne Pastrone, 1914
- The Perils of Pauline, Louis J. Gasnier & Donald MacKenzie 1914
- The Birth of a Nation, D. W. Griffith, 1915
- Intolerance, D.W. Griffith, 1916
- Cleopatra, J. Gordon Edwards, 1917
- Rebecca of Sunnybrook Farm, Marshall Neilan, 1917
- Das Cabinet des Dr. Caligari, Robert Weine, 1920
- Der Golem, Paul Wegener, 1920
- Nosferatu, Friedrich Wilhelm Murnau, 1922
- The Thief of Bagdad, Douglas Fairbanks, 1924
- Sherlock Jr., Buster Keaton, 1924
- Pantserkruiser Potemkin, Sergej Eisenstein, 1925
- The Gold Rush, Charlie Chaplin, 1925
- Safety Last!, Harold Lloyd, 1925
- Greed, Erich von Stroheim, 1925
- The Phantom of the Opera, Lon Chaney, 1925
- The Big Parade, King Vidor, 1925
- Faust, Friedrich Wilhelm Murnau, 1926
- Sparrows, Mary Pickford, 1926
- The Lodger: A Story of the London Fog, Alfred Hitchcock, 1927
- The General, Buster Keaton, 1927
- Sunrise, Friedrich Wilhelm Murnau, 1927
- Metropolis, Fritz Lang, 1927
- La Passion de Jean d'Arc, Carl Theodor Dreyer, 1928
- Die Büchse der Pandora, Georg Wilhelm Pabst, 1929
- De man met de camera, Dziga Vertov 1929
- De aarde, Aleksandr Dovzjenko 1930
- The Artist, Michel Hazanavicius 2011