Stomme film

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Stomme film
Charlie Chaplin in The Kid.
Charlie Chaplin in The Kid.
Alternatieve naam zwijgende film, stille film
Eerste film Quo Vadis (1902)
Kenmerkende personen Charlie Chaplin, Laurel en Hardy, Buster Keaton, Ferdinand Zecca
Categorie met een overzicht van films
Portaal  Portaalicoon   Film

Een stomme of zwijgende film (Nederland) of stille film (Vlaanderen) is een film waarin alleen het beeldsignaal voorkomt. Pas in 1927 werd het met de introductie van de geluidsfilm mogelijk om geluid en beeld synchroon af te spelen.

Om het gemis van geluid op te vangen, kwamen in een stomme film teksten voor die de situatie op het scherm verduidelijkten of de gevoerde dialoog weergaven. Ondertiteling was nog niet mogelijk, dus de filmbeelden werden afgewisseld met schermvullende bordjes waarop de tekst stond; de intertitels.

Soms werd gebruikgemaakt van een explicateur, iemand die zei wat er gezegd werd en die begeleidende geluiden maakte. Zo'n explicateur was een artiest op zich. Als in de film bijvoorbeeld iemand een motor aanslingerde, dan draaide de explicateur met een ratel. Viel er iets, dan sloeg de explicateur een klappende stok op tafel, de slapstick, die zijn naam aan dit genre film gaf. Een goede explicateur kende de film precies, zodat hij op tijd de hulpmiddelen bij de hand had om geluiden te maken. Verder werd de film vaak met muziek begeleid door een (klein) orkest dat in een zogenaamde orkestbak (is ruimte voor podium, zo laag dat het publiek hen niet zag, maar zij zelf het scherm wel nog konden zien) of gewoon naast het scherm zat, waardoor er van een stille film nooit echt sprake is geweest.

Veel grootheden van de stomme film zagen na de introductie van de geluidsfilm een einde aan hun filmcarrière komen; de acteerstijl van de stomme film was grotendeels ongeschikt voor een geluidsfilm. Acteurs met een lange loopbaan in de stomme films hadden vaak moeite met de omschakeling. Men bleef te veel vasthouden aan de oude, door lichaamstaal en gezichtsuitdrukkingen benadrukte acteerstijl. In andere gevallen compenseerde men juist te veel, wat een 'stijf' resultaat opleverde, of men had moeite met de timing waardoor gesprekken niet vloeiend verliepen. Veel oudgedienden keerden terug naar het theater, en het was vooral het nieuwe acteertalent dat zich snel thuis voelde in de geluidsfilm.

Geluidsfilms bleken minder makkelijk aan andere landen te verkopen door de taalbarrière. Bij de stomme films was het slechts een kwestie van het vervangen van de intertitels, bij de geluidsfilm was dit problematischer. Soms koos men ervoor om een film tegelijk in twee of meer talen op te nemen, bijvoorbeeld Der blaue Engel (1930).

Enkele grootheden van de stomme film[bewerken]

In Nederland:

Enkele stomme films[bewerken]

met regisseur en jaar: