Stoptonend sein

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Stoptonend sein, hier een laag geplaatst sein (dwergsein) bij station Obdam

Een stoptonend sein (STS) is een Nederlandse term voor een spoorwegsein dat aan de treinbestuurder of machinist aangeeft dat hij een bepaald punt niet mag passeren. In België spreekt men wel van een gesloten sein.

Het stoptonende sein kan een rood lichtsein zijn, maar het kan ook een bord of een vlag zijn. Als iemand naar de trein zwaait, kennelijk om de machinist voor gevaar te waarschuwen, geldt dat ook als een stoptonend sein.[1]

STS-passage[bewerken]

Een STS-passage is jargon in de spoorwegwereld voor het ongeoorloofd passeren van een stoptonend sein of een gesloten sein. De veelgebruikte Engelse term is SPAD (signal passed at danger).

Er is onderscheid tussen terechte ofwel geoorloofde STS-passages en een onterechte ofwel ongeoorloofde STS-passages. Dit onderscheid niet altijd expliciet gemaakt. Als men spreekt over een STS-passage, dan bedoelt men daar meestal een ongeoorloofde STS-passage mee. Verder is er nog de technische STS-passage: Bij een wissel- of seinstoring zet het beveiligingssysteem het sein plotseling op rood, omdat het ontwerp van de beveiligingssysteem fail-safe is, wat betekent dat bij storingen seinen automatisch op rood gaan. Men spreekt dan van een 'afgevallen sein'. Een machinist kan de trein niet meer vóór het afgevallen sein tot stilstand brengen, behalve als hij van grote afstand kan waarnemen dat het sein afviel. Er is dan geen gevaar voor botsingen of ontsporingen, omdat de betrokken trein een veilige rijweg had.

Een ongeoorloofde STS-passage (2007-2011: 1007 maal) kan tot gevolg hebben: een aanrijding met een andere trein (2007-2011: 15 maal), een aanrijding met verkeer op een overweg (2007-2011: 28 maal een open overweg bereden) of met baanwerkers (2007-2011: niet voorgekomen), bij een open brug te water raken van de trein (2007-2011: niet voorgekomen), het openrijden (en daarmee mogelijk beschadigen) van een wissel (2007-2011: 107 maal beschadiging) of het ontsporen (2007-2011: drie maal zonder botsing).

Bij het treinongeval bij Amsterdam Westerpark in 2012 was er voor het eerst in 24 jaar een dode onder de reizigers door een STS-passage.

In Nederland is het aantal STS-passages verminderd van ruim 250 tot 155 (2011[2]) per jaar, als gevolg van de gedeeltelijke invoering van ATB Verbeterde versie (ATB-Vv).[3] Indien een machinist een STS-passage doet, wordt hij direct van de trein gehaald en vervangen door een andere machinist. Er vindt een onderzoek plaats naar de oorzaak en eventuele achterliggende oorzaken (vermoeidheid, psychische problemen e.d.) en de machinist wordt na herindienststelling tijdelijk begeleid in zijn werk.

Een treindienstleider kan nauwelijks waarnemen dat er een STS-passage heeft plaatsgevonden. Alleen wanneer toevallig is ingezoomd op de betreffende locatie met het deelsignaleringsscherm is dit te zien, namelijk als een sectie die niet met een groene kleur als rijweg is aangegeven geel wordt (wat bezetting door een trein aangeeft), maar alleen als hij op het moment van verspringen kijkt.[4]

Geoorloofde passages van stoptonende seinen[bewerken]

Als gevolg van een storing kan het zijn dat één of zelfs meer opeenvolgende seinen een rood licht blijven uitstralen. Om de treindienst niet te veel te ontregelen zijn er regels om in dit soort gevallen treinen toch (langzaam) te kunnen laten rijden. In Nederland is er bij deze regels een onderscheid tussen permissieve lichtseinen en andere lichtseinen.

Een permissief sein of P-sein is voorzien van een bord waarop de letter P is afgebeeld. Het mag gepasseerd worden als de treindienstleider daar toestemming voor geeft. Die toestemming geldt dan ook alle volgende permissieve seinen die een rood licht uitstralen. De machinist of treinbestuurder moet dan 'op zicht' rijden, wat betekent dat hij moet kunnen stoppen binnen de afstand waarop de spoorbaan is te overzien, en hij moet er rekening mee houden dat bewaakte spoorwegovergangen niet of niet goed functioneren. Als geen contact met de treindienstleider gelegd kan worden mag de trein tóch doorrijden.[5] P-seinen worden alleen toegepast bij blokstelsels. Het op zicht doorrijden na een stoptonend sein wordt toegelaten omdat in de genoemde situatie geen bijzondere gevaarpunten zijn zoals wissels, een gelijkvloerse kruising met een ander spoor of een beweegbare brug. Dat er een tegemoetkomende trein op hetzelfde spoor rijdt is in principe niet mogelijk.

Als een spoorwegsein niet-permissief is mag de treinbestuurder of machinist deze alléén passeren als hij van de treindienstleider een aanwijzing stoptonend sein krijgt. Ook dan moet hij 'op zicht' rijden.[6] Niet-permissieve seinen staan soms vóór een bijzonder gevaarpunt, bijvoorbeeld een wissel of een beweegbare brug. Seinen die voor een bijzonder gevaarpunt staan zijn met een apart bord gemarkeerd.


Borden die onder lichtseinen geplaatst kunnen zijn

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Alle Nederlandse spoorwegseinen staan in bijlage 4 van de Regeling spoorverkeer. Zie hoofdstuk 6 voor een beschrijving borden die stopopdrachten geven. In de hoofdstukken 8 en 13 staan ook nog enkele seinen die stopopdrachten geven.
  2. STS-passages 2011 van de Inspectie Leefomgeving en Transport
  3. Frontale botsing tussen twee reizigerstreinen bij Amsterdam Westerpark van de Inspectie Leefomgeving en Transport.
  4. Het rapport Treinongeval Amsterdam Westerpark, Human Factors aspecten Treindienstleider van bureau Intergo
  5. Een dergelijke regeling is in veel andere landen van toepassing, zo ook in België. In de Verenigde Staten, waar de betekenis van seinen overigens per spoorwegmaatschappij verschilt, wordt de betekenis van een rood sein vaak omschreven als 'stop and proceed' (stop en ga verder). Ook in dit land moet dan op zicht gereden worden.
  6. Regeling Spoorverkeer, artikel 33.