Straattaal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
De neutraliteit van dit artikel wordt betwist.
Zie de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie.


Straattaal is de mengtaal die jongeren van verschillende culturele en sociale achtergronden in het dagelijks leven spreken op school en op straat. Niet alle straattaalsprekers behoren tot dezelfde groep of subcultuur. Voor straattaal geldt, net als voor jongerentaal, dat het niet toegeschreven kan worden aan een specifieke en afgebakende groep jongeren. De straattaal bestaat niet.

Straattaal moet niet worden verward met het begrip slang (zie dat artikel). De aanduiding straattaal wordt door taalkundigen in het bijzonder gebruikt voor de Nederlandse mengtaal die aan het eind van de 20e eeuw ontstond op plaatsen waar autochtone en relatief veel allochtone jongeren met elkaar samenleefden en die kan worden gezien als een nieuwe Nederlandse taalvariant. De taal ontstond door spontane communicatie in de omstandigheid dat met name sommige allochtone jongeren het Nederlands gebrekkig beheersten. Deze straattaal wordt door taalkundigen ook wel licht denigrerend aangeduid met smurfentaal.

In Nederland is bijvoorbeeld de Amsterdamse straattaal een combinatie van het Engels, Turks, Marokkaans-Arabisch, Berber, Surinaams, Papiaments en Nederlands. De straattaal omvat zowel een kenmerkend woordgebruik als een woordvolgorde. Voorbeelden van Nederlandse straattaal zijn de Surinaamse woorden [doekoe] of [money] voor geld en bakra of tata voor blanke. In het (Marokkaans-)Arabisch wordt onder "Bakra" een koe verstaan.

In Vlaanderen is de Antwerpse straattaal een combinatie van het Antwerps dialect, Marokkaans, Berber, Frans en het Amerikaanse Engels. Een opvallend verschil tussen de Nederlandse en Vlaamse straattaal, is dat de Vlaamse variant veel dichter aanleunt bij het lokale dialect. De bekendste Vlaamse straattaal is het Algemeen Cités, een straattaal die vooral in de oude mijnbouwstreken van Belgisch Limburg voorkomt, en afkomstig is uit het mengtaaltje, dat gebruikt werd door mijnwerkers. De belangrijkste invloeden van het Algemeen Cités zijn het Italiaans, het Grieks, het Spaans, het Frans en het Engels. Voorbeelden van Vlaamse straattaal zijn "scasseren" voor "onzin vertellen" (Ital: scassare), "wat een bordel" voor "wat een toestand" (Ital: bordello), "ik zweer u" voor "ik verzeker je" (Ital: ti giuro), "ga kakken" voor "maak dat je wegkomt" (Ital: va a cacare), "patat" voor iets dat heel mooi is (Ital: pattata), etc. Heel wat woorden uit het Algemeen Cités hebben intussen ingang gevonden in de Vlaamse jongerentaal.

Straattaal is niet hetzelfde als een etnolect; terwijl een etnolect een variant is van het Nederlands die beïnvloed is door één andere taal, is straattaal een mengvorm van Nederlands met woorden en uitdrukkingen uit verschillende talen. Terwijl een bepaald etnolect slechts gebruikt wordt door een bepaalde groep mensen met dezelfde afkomst, wordt straattaal gehanteerd door een kleine groep (vooral jongeren) van heel diverse etnische afkomsten. Nog een belangrijk verschil tussen straattaal en etnolecten, is het opnemen van allerlei Amerikaanse slangwoorden en -uitdrukkingen in straattaal ("chillen", "dope", "click", "moven", "nigger", "check it!"), wat niet gebeurt in etnolecten.

Straattaal is niet alleen een praktische manier van communiceren, het is ook een belangrijk onderdeel van de sociale identiteit. Onder taalkundigen woedt een discussie over de waarde van straattaal. Sommigen vinden het een teken van verpaupering van het taalvermogen en infantilisering van de cultuur. Anderen vinden het een natuurlijke en waardevolle ontwikkeling die bijdraagt aan de interculturele communicatie en de ontwikkeling van jongeren. Straattaal komt niet alleen tot uitdrukking in het gesproken taalgebruik van de jongeren, maar ook in tags (graffiti) en rapmuziek.

Uit onderzoek van René Appel is gebleken dat het gebruik van straattaal positief gerelateerd is aan de beheersing van het Nederlands: jongeren die het Nederlands niet goed beheersen gebruiken minder straattaal dan jongeren van wie die beheersing goed is. Een van de redenen van Straattaal kan dus ook aan de creativiteit liggen van jongeren. Toch is het opmerkelijk dat juist in een lager opgeleide sociale omgeving meer straattaal wordt gebruikt. Zo wordt er duidelijk meer straattaal gebruikt in de achterbuurten van Rotterdam, dan bijvoorbeeld in het centrum van deze stad.

Het is nooit de bedoeling geweest vaste regels te hebben in de straattaal. Vaak is het juist de bedoeling geweest dat betekenissen in plaatsen verschillen, maar ook van tijd tot tijd een grote verandering meemaken.

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Externe links

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

  • Het verschijnsel straattaal: een verkenning, een publicatie van Jolanda van den Braak in het kader van een onderzoek naar straattaal en identiteit in multi-etnisch Amsterdam.

 
Persoonlijke instellingen
Boek maken