Straattaal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Straattaal is de mengtaal die jongeren van verschillende culturele en sociale achtergronden in het dagelijks leven spreken op school en op straat. Niet alle straattaalsprekers behoren tot dezelfde groep of subcultuur. Voor straattaal geldt, net als voor jongerentaal, dat het niet toegeschreven kan worden aan een specifieke en afgebakende groep jongeren. De straattaal bestaat niet.

Straattaal versus slang[bewerken]

Straattaal moet niet worden verward met het begrip slang (zie dat artikel) maar gebruikt bijvoorbeeld wel veel woorden uit het Amerikaanse slang.[1] De aanduiding straattaal wordt door taalkundigen in het bijzonder gebruikt voor de Nederlandse mengtaal die aan het eind van de 20e eeuw ontstond op plaatsen waar autochtone en relatief veel allochtone jongeren met elkaar samenleefden en die kan worden gezien als een nieuwe Nederlandse taalvariant. De taal ontstond door spontane communicatie in de omstandigheid dat met name sommige allochtone jongeren het Nederlands gebrekkig beheersten. Deze straattaal wordt ook wel licht denigrerend aangeduid met smurfentaal.[2][3]

Straattaal versus etnolect[bewerken]

Straattaal is niet hetzelfde als een etnolect; terwijl een etnolect een variant is van het Nederlands die beïnvloed is door één andere taal, is straattaal een mengvorm van Nederlands met woorden en uitdrukkingen uit verschillende talen. Terwijl een bepaald etnolect slechts gebruikt wordt door een bepaalde groep mensen met dezelfde afkomst, wordt straattaal gehanteerd door een kleine groep (vooral jongeren) van heel diverse etnische afkomsten. Nog een belangrijk verschil tussen straattaal en etnolecten, is het opnemen van allerlei Amerikaanse slangwoorden en -uitdrukkingen in straattaal ("chillen", "dope", "click", "moven", "check it!"), wat niet gebeurt in etnolecten.

Nederland[bewerken]

Vraagteken Er wordt getwijfeld aan de feitelijke juistheid van het volgende gedeelte

Raadpleeg de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie, en pas na controle desgewenst het artikel aan.
Opgegeven reden: Bronopgave ontbreekt

In Nederland is de Amsterdamse straattaal een combinatie van het Engels, Turks, Marokkaans-Arabisch, Berbers, Surinaams, Papiaments en Nederlands en invloeden uit film en televisie. De straattaal omvat zowel een kenmerkend woordgebruik als een woordvolgorde.

Vlaanderen[bewerken]

In Vlaanderen is de Antwerpse straattaal een combinatie van het Antwerps dialect, Marokkaans, Berbers, Frans en het Amerikaanse Engels. Een opvallend verschil tussen de Nederlandse en Vlaamse straattaal, is dat de Vlaamse variant veel dichter aanleunt bij het lokale dialect. De bekendste Vlaamse straattaal is het Algemeen Cités, een straattaal die vooral in de oude mijnbouwstreken van Belgisch Limburg voorkomt, en afkomstig is uit het mengtaaltje, dat gebruikt werd door mijnwerkers. De belangrijkste invloeden van het Algemeen Cités zijn het Italiaans, het Grieks, het Spaans, het Frans en het Engels. Voorbeelden van Vlaamse straattaal zijn "scasseren" voor "onzin vertellen" (Ital: scassare), "wat een bordel" voor "wat een toestand" (Ital: bordello), "ik zweer u" voor "ik verzeker je" (Ital: ti giuro), "ga kakken" voor "maak dat je wegkomt" (Ital: va a cacare), "patat" voor iets dat heel mooi is (Ital: pattata), etc. Heel wat woorden uit het Algemeen Cités hebben intussen ingang gevonden in de Vlaamse jongerentaal.

Sociale identiteit[bewerken]

Straattaal is niet alleen een praktische manier van communiceren, het is ook een belangrijk onderdeel van de sociale identiteit. Onder taalkundigen woedt een discussie over de waarde van straattaal. Sommigen vinden het een teken van verpaupering van het taalvermogen en infantilisering van de cultuur. Anderen vinden het een natuurlijke en waardevolle ontwikkeling die bijdraagt aan de interculturele communicatie en de ontwikkeling van jongeren. Straattaal komt niet alleen tot uitdrukking in het gesproken taalgebruik van de jongeren, maar ook in tags (graffiti) en rapmuziek.

Uit onderzoek van René Appel is gebleken dat het gebruik van straattaal positief gerelateerd is aan de beheersing van het Nederlands: jongeren die het Nederlands niet goed beheersen gebruiken minder straattaal dan jongeren van wie die beheersing goed is. Een van de redenen van Straattaal kan dus ook aan de creativiteit liggen van jongeren. Toch is het opmerkelijk dat juist in een lager opgeleide sociale omgeving meer straattaal wordt gebruikt. Zo wordt er duidelijk meer straattaal gebruikt in de achterstandsbuurten van Rotterdam, dan in meer welvarende wijken van deze stad.

Het is nooit de bedoeling geweest vaste regels te hebben in de straattaal. Vaak is het juist de bedoeling geweest dat betekenissen in plaatsen verschillen, maar ook van tijd tot tijd een grote verandering meemaken.

Ich-taal/ish-taal[bewerken]

In Amsterdam spreken een aantal jongeren de ‘ish-taal’[4], het is een geheimtaaltje waar ouders en andere volwassenen zich vooral niet mee moeten bemoeien. Het principe is makkelijk, maar voor het ongetrainde oor is het volstrekt onverstaanbaar. Over de ish-taal is weinig bekend. De ish-taal vindt zijn oorsprong in de Spaarndammerbuurt in Amsterdam eind jaren 90. Tot op de dag van vandaag zijn er nog steeds een aantal groepen in Amsterdam die deze 'geheime' taal spreken. Het werd een begrip onder de jongeren in Amsterdam Westerpark. Het was vooral bedoeld om de autoriteit te slim af te zijn. Zo werd het vaak gebruikt in gesprekken met en tussen gedetineerden. Het gebruik van de taal is simpel, voor en tussen woorden wordt 'ish' geplaatst, zodat een Nederlandse zin compleet verandert. Fonetisch: 'iesh'-taal.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Referenties
  1. "Het verschijnsel straattaal: een verkenning", Jolanda van den Braak
  2. Hoezo straattaal? Kennislink.
  3. Straattaal, Meertens Instituut.
  4. Nieuwe geheimtaal Amsterdamse jongeren, Roos Menkhorst op Mediastudies.nl