Street-level bureaucracy

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De term Street-level bureaucracy (SLB) heeft zijn intrede gedaan in de jaren tachtig door de Amerikaanse politicoloog Michael Lipsky. De term slaat op de vorm van ambtenaren die veel contact hebben met de burgers en daarmede een kritische rol spelen in de beleidsuitvoering. In zijn boek, genaamd 'Street-level Bureacrats and The Dilemmas of the Individual in Public Service’, probeert Lipsky de discrepantie tussen geformuleerd beleid en de feitelijke beleidsuitvoering te verklaren door verschijning van SLB’s.

Volgens Lipsky staan SLB’s in direct contact met de individuele burgers en beschikken daarbij over aanzienlijk vrije beleidsruimte bij het uitoefenen van het beleid en beïnvloeden daarbij het oorspronkelijke beleid.

SLB’s passen de regelgeving en de administratieve routines toe in concrete situaties. Hoewel de uiteindelijke beschikking formeel door de overheidsdienst wordt gegeven, zijn het de maatschappelijk werkers, politieagenten, leerkrachten, beslisambtenaren en belastingcommiezen die in de praktijk besluiten nemen aangaande de burger. Vaak gaat het om kleine beslissingen zoals bepaling van het boetebedrag, voorwaarde voor een vergunningaanvraag etc. Soms hebben de beslissingen ook grote impact voor de burgers en zijn voor hen van cruciaal belang, waarbij onzorgvuldige afhankelijk niet gepermitteerd kan worden.

Kenmerken van Street Level Bureaucraten[bewerken]

De SLB’s worden gekarakteriseerd met een aantal gemeenschappelijke kenmerken zoals:

  • Chronisch gebrek aan geldmiddelen en mankracht;
  • Grote vraag naar de diensten die het aanbod overtreffen;
  • Vaak ambigue en ambivalente doelstellingen van de beleidsopstellers;
  • Moeilijk meetbare prestaties.

Deze kenmerken creëren moeilijke omstandigheden zoals discriminatie aangezien de beschikbare diensten voor de distributie niet onbegrensd zijn en sommige klanten moeten worden gediend ten koste van de uitsluiting van anderen. Bovendien worden ze slecht betaald en krijgen veel te verdragen door asociaal gedrag en ontevreden burgers.

Problemen van SLB's[bewerken]

De grote autonomie van organisatorische controle en middelen veroorzaken moeilijke situaties voor de SLB’s die ze zelf moeten oplossen. Ondanks de gedetailleerde regels van beleidsmakers, blijken de situaties in de werkelijkheid complexer en gevarieerder te zijn dan de wetgever heeft voorzien. Doordat de SLB’s voortdurend beslissingen nemen over het al dan niet toepassen van regels en de manier waarop deze in dat specifieke geval geïnterpreteerd moeten worden. Bij een dergelijke beoordelingsruimte spreekt men over discretionaire bevoegdheid. Soms voorziet de wetgever dit expliciet voor een invulling door de uitvoerders. Zowel door die formele beleidsvrijheid als door de feitelijke beoordelingsruimte krijgen street-level bureaucraten macht om het beleid naar eigen inzicht in te vullen. Door ontbreken van duidelijke regels zijn de SLB’s geneigd om eigen routines te ontwikkelen met als gevolg dat het beleid dat wordt uitgevoerd niet strookt met ideeën en doelen van beleidsbepalers. Daarmee zijn zij volgens Lipsky in feite niet alleen beleidsuitvoerders maar ook beleidsmakers.