Strienestad
Strienestad is de carnavalsnaam van Steenbergen gedurende de het Strienestadse Karnaval.
De naam het 'Strienestad' slaat terug op de 'Striene', een rivier die liep tussen de Schelde bij Tholen en de Maas en waaraan Steenbergen in de vroege Middeleeuwen een grote rijkdom aan ontleende. Een Steenbergenaar heet tijdens het carnavalsfeest een Bierboerke en een Steenbergse wordt een Meerminneke genoemd.
De viering van het carnaval in Steenbergen is zoals alle na-oorlogse carnavalsvieringen, sterk beïnvloedt door de Bossche carnavalstraditie. In Steenbergen is deze echter sterk vermengt met de rijke stadsgeschiedenis wat voor een uniek karakter zorgt.
Inhoud |
[bewerken] Geschiedenis
In Steenbergen wordt al vanaf de Middeleeuwen carnaval gevierd. Van deze vieringen zijn maar weinig schriftelijke bronnen bewaard gebleven, het merendeel van de verwijzingen naar het feest komen uit de periode kort na het begin van de Tachtigjarige Oorlog en betreffen juist ordinanties die het feest, vanwege het uitgesproken katholieke karakter, verbieden.
Steenbergen zal tot 1827 een actieve vestingstad blijven, waarbij grote groepen (overwegend hervormde en lutherse) soldaten van de Republiek in het stadje gelegerd zijn. Ook de schepenen en de burgemeester, die samen het stadsbestuur vormen zijn van protestantse signatuur en verbieden, ook na de oorlog, de feestelijkheden. Pas vanaf het midden van de 19e eeuw komt het carnavalsfeest terug in de stad en maakt een, zij het zeer bescheiden, groei door.
Vanaf 1900 wordt het feest echter door de lokale clerus als ruig en onbeschoft beschouwd. Na de oorlog komt het tot dan toe grotendeels ongeleide feest terug geïnspireerd op de meer theatrale vorm die zich dan in de Noord-Brabantse hoofdstad Den Bosch al ruim ontwikkeld had en die wel op de steun van de katholieke elite kon rekenen.
Deze ontwikkeling culmineerde in 1959 (wat vrij laat is voor West-Brabantse begrippen) in de oprichting van een formele stichting; de Stichting Karnaval Steenbergen kortweg S.K.S. Zij bedacht, geïnspireerd door de rijke Steenbergse geschiedenis; de figuren, karakters en het merendeel van de tradities die het Strienestadse karnavalsfeest tot op de dag van vandaag zo kenmerken.
[bewerken] Bietboerkes & Meerminnekes
De mannelijke inwoners van Steenbergen worden tijdens het Steenbergse carnaval "Bietboerkes" genoemd.
Steenbergen was van 1871 tot 1985 een van de grootste centra voor de suikerindustrie. Aan de Westdam stond destijds een suikerfabriek, vrijwel naast het centrum van het stadje. Bij de na-oorlogse stadsuitbreidingen werd de locatie van de suikerfabriek, alleen al om haar economische betekenis, meermaals gespaard totdat zij in de jaren tachtig alsnog moest verhuizen naar het naburige Dinteloord.
De bietboerkes zijn het symbool van dit verleden. Zoals veel zaken bij het Strienestads Karnaval staat omkering van de werkelijkheid centraal. De trotse bietboerkes genieten tijdens carnaval met volle teugen van de leut, de historische bietenboeren leefden veelal in armoede en waren (mede dankzij hun monocultuur) vrijwel totaal afhankelijk van de fabrikanten.
Steenbergse vrouwen en meisjes daarentegen, zijn geen 'bietboerinnekes' maar "Meerminnekes".
De oorsprong van de zeemeermin in het Steenbergse carnaval ligt in een oude sage. Volgens deze sage zwommen er aan het begin van de 14e eeuw twee uitgehongerde en dorstige zeemeerminnen rond in de Noordzee. Op zoek naar eten en drinken kwamen ze naar land toe.
Allereerst bereikten ze Reimerswaal. De inwoners van deze rijke stad weigerden de meerminnen te eten te geven. Daarop vervloekte het paar de stad en schreeuwde dat Reimerswaal zou vergaan. Enige tijd later verzwolg de zee de stad.
De nog altijd uitgehongerde zeemeerminnen waren intussen verder gezwommen, en bereikten de rivier de Striene, en vervolgens Steenbergen waar zij weer vroegen om voedsel. De Steenbergenaren waren zich niet bewust van de ramp die zich in Reimerswaal had voltrokken en waren daarnaast ook nog eens zeer arm. Ze wilden de meerminnen niet laten verhongeren en gaven hen wat water en voedsel.
Dit was echter niet genoeg want de meerminnen gaven aan nog steeds hongerig en dorstig te zijn. De Steenbergenaren weigerden om nog meer voedsel beschikbaar te stellen waarop de zeemeerminnen riepen: 'Steenbergen zal half vergaan'. Het zou niet lang duren Steenbergen werd getroffen door een hevige stadsbrand, waarbij ongeveer de helft van de gebouwen werd verwoest. Uiteindelijk bereikten de meerminnen Bergen op Zoom, waar ze volop mochten eten en drinken. Bij hun terugkeer naar de zee spraken zij 'Bergen op Zoom blijft eeuwig bestaan'.
In Steenbergen begrepen de mensen dat ze een fout hadden gemaakt, door de meerminnen in nood niet ten volle te helpen. Om hen te eren zouden aan het stadswapen twee zeemeerminnen zijn toegevoegd.
In veel van de Strienestadse liedjes komen verwijzingen voor naar de naam. Zoals bijvoorbeeld in het mottolied Achterom is't kerremus, waarin de oproep tot saamhorigheid onder de inwoners van Strienestad wordt uitgesproken:
Traditioneel roept de Strienestadse Prins telkens als hij een menigte toespreekt de woorden "Bietboerkes en Meerminnekes!" waarop een luid gejuich volgt.
[bewerken] Personages
[bewerken] Prins
De prins van Strienestad is, na de sleuteloverdracht, met carnaval 4 dagen lang, de vorst van Steenbergen. In tegenstelling tot veel andere plaatsen in Noord-Brabant en Limburg draagt de prins in Steenbergen enkel met carnaval zelf zijn officiële prinsenpak. Voor deze tijd is hij te zien in een blauwe kiel en gepluimde hoed. Tijdens de eigenlijke carnavalstijd draagt hij echter zijn flamboyante prinsenpak in de kleuren rood, goud en wit.
In de jaarlijkse carnavalskrant, de Leutige Flodder, opent hij zijn vaste speech steevast met al zijn titels, in 2009 te weten:
"Wij Wannes I, stad'ouwer van het gèèfste plekske aon de Vliet, 't Strienedurpke, de Raldal, 't Moer, de Koevering, Touw-, Prinse- en gààns de rest van 't ommelàànd, boegbeeld van de leut, regisseur van alle dweile, draoger van de Gouwe Meermin én plak, h'Erelid van de Klup van 11x11, 'Ooge pief van de Boveste Plàànk, Ridder in de Orde van de Peeje en de Spruite, in m'n Sasdweiler en gao zoow mar deur, en gao zoow mar deur ..."
Prins Wannes I
Tijdens carnaval wordt de Prins altijd vergezeld door een boerenploeg, te herkennen aan de blauwe kiel die ze dragen en hun felgekleurde paraplus.
Prinsen in Strienestad 'regeren' relatief lang in vergelijking met prinsen uit andere plaatsen. Met maar één termijn was Prins Merein I een uitzondering. De overige prinsen dienden allemaal drie jaar of meer. De langstzittende prins is de huidige prins Wannes I, voor wie karneval 2012 zijn 11e keer was.
|
[bewerken] Nar
De nar van Strienestad is te herkennen aan zijn rood groene pak met belletjes. Het is zijn taak om de Prins, maar vooral kinderen, aan het lachen te maken. In het traditionele "Spel op de mart" (markt) is het gebruikelijk dat de nar voor probleem zorgt door zijn rare streken en er voor zorgt dat carnaval bijna niet door kan gaan.
[bewerken] Jan Oorlog
Jan Oorlog vervult de rol van politieagent tijdens carnaval. Hij is te herkennen aan zijn zwarte pak, dat erg lijkt op een 19e eeuws politieuniform. Het is zijn taak te zorgen dat carnaval goed en vooral prettig verloopt. Daarnaast moet hij de optocht leiden, en de weg vrijmaken voor de prins en gevolg. Als attributen beschikt hij over een witgeverfde houten wapenstok, een ouderwetse dienstfiets en een zilveren fluitje. Jan Oorlog is vernoemd naar een veldwachter die omstreeks 1900 actief was in en rond Steenbergen, en wiens bijnaam Jan Oorlog was.
|
[bewerken] Mussenkoning
De Mussenkoning is een unieke figuur uit het Steenbergse carnaval. Gewapend met een donderbus en in jagerskledij volgt hij de prins. De mussenkoning is essentieel in het beëindigen van carnaval. Het is zijn taak om tijdens de musverbranding, het afsluiten van het Strienestadse carnaval, de mus aan te steken. De mussenkoning is een eigenwijs type en vaak heeft de prins moeite om hem in het gareel te houden.
De legende van de mussenkoning begint met een mussenplaag die Steenbergen teisterde rond 1754. Honderden tot duizenden mussen vlogen in de Steenbergse huizen, in de lucht en vraten het zaaigoed op. De burgemeester, vroeg aan alle mannen met een geweer of ze zoveel mogelijk mussen dood wilden schieten. Voor elke mussenkop die ze bij hem brachten, kregen ze een stuiver. Binnen de kortste keren liep half de stad in het wilde weg te schieten. De risico's die dit met zich mee bracht waren te groot en in het jaar 1756 besloot de burgemeester tot de oprichting van een gilde: het mussengilde. Alleen mannen die lid waren van het mussengilde, mochten op mussen jagen. Volgens de jaarverslagen van Steenbergen, schoten de leden van het mussengilde in vier dagen tijd meer dan 400 mussen dood. De man die de meeste mussenkoppen bij de burgemeester had gebracht, kreeg niet alleen geld, maar werd ook nog eens beloond met een eretitel: de Mussenkoning.
Deze laatste had een geheime truc om mussen te vangen. Dat deed hij met een soort muizenval. Niet lang nadat hij de eretitel had gekregen brandde zijn huis compleet af, en heeft niemand ooit nog iets van hem teruggevonden. Ook heeft Steenbergen nooit meer last gehad van mussen.
|
[bewerken] Deftige Flodder
In de middeleeuwen gingen er geruchten dat in Steenbergen een beest ronddwaalde. Deze "Flodder", zoals de mensen hem noemden zou een groot eng beest zijn met glibberige kikkerpoten maar tegelijkertijd ook een ongrijpbaar spook. Al snel werd de Flodder een synoniem voor alles waar de Steenbergenaren 's nachts bang voor waren.
Omdat een dergelijke creatuur niet echt de carnavalsfeer belichaamt, is zijn gedaante veranderd in die van een deftige man in een zwart maatpak en met een hoge hoed, maar wel een die de mensen nog altijd graag laat schrikken. Ook de Steenbergse carnavalskrant is naar de Flodder vernoemd en heet dan ook "de leutige flodder".
|
[bewerken] Tradities
Vanaf de bekendmaking van het motto op 11-11, waarbij de Strienestadse bevolking zweert (op een krans van boerenkool) dat zij van het komende carnaval weer het beste zullen maken. Hier begint het carnavalsseizoen. De periode tussen het "echte" carnaval en 11-11 wordt gekenmerkt door diverse "voorballen" van de vele Strienestadse dweilbands. Vanaf het "Snorrebal", beginnen de meeste carnavalsactiviteiten. De prins en zijn gevolg gaan op ziekenbezoek in de diverse ziekenhuizen in de omgeving, en het Steenbergs dictee (dialect) wordt gehouden.
Dan is er de traditionele Carnavalsmis en Kindermiddag gevolgd door het Spel op de Mart, een toneelstuk door de prins en zijn gevolg. Op de laatste dag van het carnaval wordt de grote optocht gehouden, gevolgd door de lampionnenoptocht en de kleine mus. Deze laatste wordt dan weer gevolgd door de grote mus, de beëindiging van het Strienestadse carnaval om 0.00u. Tijdens carnaval zijn alle cafés geopend en dweilt iedereen van kroeg naar kroeg tot 's avonds laat.
[bewerken] Motto
Het motto is een gevleugelde uitspraak in het Steenbergse dialect. Bouwers van de praalwagen en andere deelnemers aan de optocht kunnen zich hierdoor laten inspireren. Tevens is het de naam van het liedje van het jaar in kwestie.
In chronologische volgorde zijn de motto's als volgt:
- 1960 - 't zit wel snor (Motto op snorrebal)
- 1961 - En gaa'de n'ok naor de maan! (Eerste officiële motto)
- 1962 - Ut word'un beesteboel
- 1963 - De boer op!
- 1964 - We rolle deur de leut!
- 1965 - De rem d'r op!
- 1966 - Uitbreije!
- 1967 - D'r zit meziek in!
- 1968 - Ut samme sport worre!
- 1969 - t'is uit'te kunst!
- 1970 - We staon all'op scherp!
- 1971 - We vliege z'elf!
- 1972 - We staampe n'op jubeltenen!
- 1973 - We gooije wir oog n'ooge!
- 1974 - Ut ekke n'is van de dam!
- 1975 - Wa stik mijn un bos peeje!
- 1976 - Heej, speul j'ok meej!
- 1977 - Vusiere zumme' nut!
- 1978 - Op mun eige n'outje!
- 1979 - Bekijk 't mar!
- 1980 - k'emme draoj gevonne!
- 1981 - 'Hopgepoets naor 't kommet jaor!
- 1982 - 'Ow was't ok wir!
- 1983 - K' sal voor jouw us 'n mus vange!
- 1984 - We steken 'r de draok meej!
- 1985 - Ben j'ok in vorrum!
- 1986 - T'is wir un groote sjoow!
- 1987 - We blaoze d'r op los!
- 1988 - Wa zijn'k wir goed gemutst!
- 1989 - Geef uit de verruf gekomme!
- 1990 - Me zette de joker in!
- 1991 - Striensestad in de blommekes!
- 1992 - 't Zit te broeje!
- 1993 - Feest j'ok meej!
- 1994 - Z'ak je kiel us haole!
- 1995 - We pakke steengoed uit!
- 1996 - Wa d'ek nouw aon me fiets 'ange!
- 1997 - Strienestad gao d'op groote voet!
- 1998 - Ebbe we genog ceente!
- 1999 - 'K wou da'k de weg wies!
- 2000 - 't Is eeuwig teneel!
- 2001 - W'aole alles uit de kast!
- 2002 - Bejje Betoetert!
- 2003 - 't Stao d'in de sterre!
- 2004 - We viere n’òògtij!
- 2005 - Achterom is't kerremus!
- 2006 - We speule de panne van 't dak
- 2007 - 'K zijn 'ier de koning te rijk!
- 2008 - 'Wa d'n leutige toer is't!
- 2009 - 'K 'eb 'r beeld bij!
- 2010 - We gaon vor goud!
- 2011 - Strienestad op de kaort!
- 2012 - Betoverd deur de leut!
[bewerken] Elluf Elluf
De elf-elf-viering is samen met de musverbranding één van de plechtigste momenten van het carnavalsfeest in Steenbergen. Vanuit de cafés en zalen trekt met 's nachts in een stoet geleidt door Jan Oorlog naar het carnavalsmonument aan het Strieniusplein waar de eed plaatsvindt.
Jan Oorlog leest de eed voor, waarop alle aanwezigen hem nazeggen. De eed bestaat er kort gezegd uit dat alle Bietboerkes en Meerminnekes gehuld in kaarslicht 'met hun hand op de dweil en het oog op de boerenkool' zweren dat de komende carnaval, 'net als alle voorgaande carnavals', een goede carnaval zal worden.
Hierna wordt het motto voor het komende jaar onthuld en is er een kort vuurwerk.
[bewerken] Elluf Gebòòje
Elk jaar worden ook de 11 geboden bekendgemaakt. Deze zijn altijd geïnspireerd op het motto. Als tegenhanger van de gebòòje zijn er de zogenaamde pliessievoorschrifte, waarvan er ook 11 zijn. Ze zijn op schrift te vinden in de Leutige Flodder.
[bewerken] Snorrebal
Het Snorrebal vindt twee weken voor het eigenlijke carnavalsfeest plaats. Tijdens het bal, wordt het nieuwe carnavalsliedje aan het publiek gepresenteerd en geoefend met de aanwezige Bietboerkes en Meerminnekes. Daarnaast is er de uitreiking van de prijzen voor de gèèfste snor, een ludieke reeks prijzen voor de mensen met de meest in het oog springende creaties onder hun neus.
[bewerken] Kinderoptocht
De kinderoptocht wordt gehouden, gevolgd door de sleuteloverdracht op het bordes van het stadhuis waar de prins door de burgemeester officieel als vorst van Strienestad wordt uitgeroepen.
[bewerken] Spel op de Mart
Het Spel op de Mart (mart is dialect voor markt) is een sinds 1978 terugkomend evenement wat destijds gestart werd door het plaatselijke dweilorkest De Primurkus en daarna overgenomen door de Stichting Karnaval Steenbergen. Het betreft een groot openluchttheater waarop 'het gevolg' (de Prins en companen) een middagvullend toneelstuk opvoeren voor alle kinderen van Steenbergen en omstreken. Het Spel is een begrip in West-Brabant en werd in 1983 zelfs uitgezonden door de NOS.
[bewerken] Grote & Kleine Mus
Om 19:00u eindigt het carnaval voor de kleine kinderen van Strienestad. Na de lampionnenoptocht komen zij aan bij het Oude Stadshuis van Steenbergen waar een papierencarnavalspop in de vorm van een mus op hen wacht. De zevensprong wordt gedanst en aan het einde van dit lied wordt de mus aangestoken.
Het carnavalsfeest eindigt vervolgens echt op dinsdag om klokslag middernacht met het vallen van de Grote Mus. De mus wordt aangestoken door de Mussenkoning waarna het publiek zich geknield rond de mus schaart. Terwijl de mus langzaam uit brandt wordt al heen-en-weer wiegend het lied 'Moeder onze mus is dood' gezongen. Bij het doven van het vuur (het vallen) is het carnaval voorbij waarna iedereen (na elkaar gefeliciteerd en bedankt te hebben) stil naar huis gaat. Opnieuw gaat hier de symboliek van de omkering op: men is 'blij met een dode mus'.
[bewerken] Muziek & Dweilbandjes
Elk jaar heeft Steenbergen niet alleen een ander motto, maar ook een karnevalslied dat hierbij aansluit. De muzikale begeleiding wordt verzorgt door een selectie uit de verschillende dweilorkesten uit Steenbergen.
Naast het jaarlijks veranderende lied, zijn er ook een aantal niet officiële Steenbergse volksliederen, die vrijwel iedereen kent. Vaak zijn het oude mottoliederen of herkenningsnummers van dweilbands. De bekendste zijn Oh Strienestad, Dikke Bertha en het gééfste plekste aon de Vliet.
Steenbergen kent veel eigen dweilbandjes, sommige bestaan al tientallen jaren, weer anderen ontstaan spontaan tijdens of net voor de carnaval. Ook krijgt Strienestad tijdens carnaval bezoek van allerlei dweilbands en boerenkappellen uit de omgeving. De bekendste Steenbergse dweilbands zijn:
- Effe d'r neffe
- Ut Toeternietoe
- Wa d'un errie
- De Primeuren
- 't Wor Niks
- D'n Dweilberg
- BenD'1
- De Mannekes en Meskes (de M&Ms)
- de Vosseblaozers
- Pompebloazers
- Woorkus Digt
- De Kleikoppen
- De Zeikers
- 't Plasoentje
- De 3 kwartjes
- 't Zat armenieke
[bewerken] Taal & Kleding
Tijdens carnaval, wordt er Steenbergs gepraat, maar uitzonderlijker in vergelijking met de rest van het jaar; het wordt ook geschreven.
De traditionele carnavalskleding van Strienestad is vrijwel uniek in carnavalvierend Nederland. Deze bestaat uit de traditionele boerenkiel dan wel oude (soms zelfgemaakte/opgelapte) jas, met een dweil over het achterwerk gespeld en daarbij overdekt met gordijnen (met of zonder bloemmotief) en een rode zakdoek. Bij de zakdoek wordt de knoop doorgaans naar achter gedragen, bij een minder geziene (maar even oude) variant wordt de knoop naar voren gedragen, vaak met een binder (vroeger vaak een leeg luciferdoosje van het Zweedse merk 'Zwaluw') over de knoop. Als hoofdbedekking kan uit vrijwel alle hoofddeksels gekozen worden, veel gezien zijn een simpele (Franse) baret, brede hoeden en oude lampekappen.
[bewerken]
Strienestad kent een grote rivaliteit met het Krabbegat. Het Bergse gebruik om carnaval "vastenavond" te noemen wordt als onzinnig beschouwd. Daarnaast worden de in Bergen op Zoom gebruikelijke bontjassen vaak belachelijk gemaakt. In 2007 zong de nar, gehuld in kiel en bontjas, het lied "ik hou nie van die krabben meej 'n bontjas" (op de melodie van Madammen met een bontjas van Urbanus), terwijl hij zich bij elk refrein ontdoet van de Bergse Kledij. De rode zakdoek wordt zowel naar voor als naar achter gedragen, de carnavalsstichting moedigt geen enkele variant aan, maar de bestuursleden maken wel duidelijk dat zij de zakdoek, in tegenstelling tot Bergs gebruik, met de knoop naar achteren dragen. Hoe diep de gevoelens voor het Krabbegat zitten worden geïllustreerd door het feit dat de huidige Prins, Wannes I, vaak kritiek kreeg omdat hij, dezelfde naam koos als een Bergse Prins (Jan van Giels) uit de jaren vijftig en zijn latere opvolger Wannes II (Bas van Oevelen).
[bewerken] Bouwclubs
Ieder jaar wordt druk gebouwd aan de vele praalwagens die rondrijden tijdens de grote optocht. In de optocht rijden vaak wagens mee uit heel Brabant, hieronder een lijst van de lokale, Steenbergse, bouwers.
- De Vlaojestaampers
- BC Vor Mekaor
- BC Deen
- Gebeiteld
- De Strienespuiters
- De Leuttrappers
- De Drietak
- De Drietak jr
- De Begienurs
- De Prutsers