Strijd om Balikpapan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Strijd om Balikpapan in 1945
Onderdeel van Azië in de Tweede Wereldoorlog
Australische troepen landen bij Balikpapan
Australische troepen landen bij Balikpapan
Datum 1 juli - 21 juli 1945
Locatie Balikpapan, Borneo, Nederlands-Indië
Resultaat Geallieerde overwinning
Strijdende partijen
Vlag van Australië AUS
Vlag van Verenigde Staten USA
Vlag van Nederland Nederland
Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk
Vlag van Japan JPN
Portaal  Portaalicoon   KNIL

De strijd om Balikpapan was de laatste fase van het aanvalsplan voor Borneo in 1945. De eerste slag om Balikpapan vond tussen 23 en 24 januari 1942 plaats en eindigde in een nederlaag voor de geallieerde troepen.

Strijd[bewerken]

De landing voorafgaande aan de slag om Tarakan in 1945 begon op 1 juli. De Australische zevende divisie, bestaande uit de 18de, 21ste en 25ste infanterie brigades met ondersteunende troepen, deed een paar kilometer ten noorden van Balikpapan op het eiland Borneo een amfibische landing (codenaam Aboe 2).

De landing werd vooraf gegaan door een hevig bombardement door de Australische en Amerikaanse lucht- en zeemacht. De Japanse troepen waren sterk in de minderheid maar, net als in de andere gevechten tijdens de Pacifische Oorlog, vocht een groot aantal manschappen zich dood.

De meeste operaties waren omstreeks 21 juli afgelopen. Het aantal doden en gewonden van de zevende divisie lag belangrijk lager dan in eerder gevoerde veldslagen; het was daarnaast een van de laatste grote gevechten tijdens de Tweede Wereldoorlog. De strijd begon een paar weken voordat de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki vielen, die het definitieve einde van de oorlog betekenden.

Na de capitulatie van Japan werden de drie brigades ingezet voor allerlei onderhouds- en opbouwwerkzaamheden. De 21ste brigade werd te Makassar (Celebes) geplaatst om de overgave van de Japanse troepen te begeleiden, krijgsgevangenen te bevrijden en de orde te handhaven.

Strijdmacht[bewerken]

De strijdmacht (Oboe 2 strijdmacht) bestond uit de volgende troepen:

Landmacht[bewerken]


  • 7de Australische Divisie
    • Divisie-eenheden
      • 2/7de cavalerie (Commando) Regiment
      • 2/1de pioneer bataljon
      • 2/1de machinegeweer bataljon
      • B compagnie 2/1 bewakingsregiment (4 pelotons)
    • Divisie artillerie
      • 2/4de veldregiment (25 ponder geschut)
      • 2/5de veldregiment(25 ponder geschut)
      • 2/6de veldregiment (25 ponder geschut)
      • 2/2de tank aanvals regiment
    • Genie der divisie
      • 2/4de veldcompagnie
      • 2/5de veldcompagnie
      • 2/6de veldcompagnie
      • 2/9de veldcompagnie
      • 2/25ste veldpark compagnie
    • 18de infanterie brigade
      • 2/9de bataljon
      • 2/10de bataljon
      • 2/12de bataljon
    • 21ste infanterie brigade
      • 2/14de bataljon
      • 2/16de bataljon
      • 2/27ste bataljon
    • 25 ste infanterie brigade
      • 2/25ste bataljon
      • 2/31ste bataljon
      • 2/33ste bataljon
  • Iste Australische Korps eenheden
    • (toegevoegd aan de 7de divisie voor operationele werkzaamheden)
  • United States Army
    • 727ste Amfibische tractor bataljon (minus een compagnie)
    • Een compagnie, 672ste amfibische tractor bataljon
    • Een boot-bataljon, 593ste genie boot en kust regiment

Luchteenheden[bewerken]

Royal Australian Air Force

  • 79 (General Reconnaissance – bommenwerpers) Wing Royal Australian Air Force (RAAF)
  • 78 (gevechtseenheid) Wing RAAF (vanaf 30 juni)
    • Nummer 75 Squadron (Kittyhawk)
    • Nummer 78 Squadron (Kittyhawk)
    • Nummer 80 Squadron RAAF (Kittyhawk)
    • Nummer 452 Squadron (Spitfire)
  • 82 (bombardeereenheid) Wing RAAF
    • Nummer 21 Squadron (B-24)
    • Nummer 23 Squadron (B-24)
    • Nummer 24 Squadron (B-24)
  • Detachement 83 (Samenwerkingsverband) Wing
    • Detachment, nummer 4 Squadron (CAC Boomerang)
    • Detachment, nummer 16 Air Observation Post Flight
  • Detachement 9 Local Air Supply Unit
  • Nummer 54 Squadron RAF (Spitfire)

United States Army Air Forces

  • 13de Air Force
    • 42ste Bombardements Groep (B-25)
      • 69, 70, 75, 100, 390 Bombardement Squadrons (eiland van Palawan)
    • 5de Bombardements Groep (B-24)
    • 307de Bombardements Groep (B-24)
      • 370, 371, 372, 424 Bombardement Squadrons (eiland van Morotai)
    • 868ste Bombardements Squadron (SB-24, LAB: Low Altitude radar Bomb.) Deed maritieme patrouilles
    • 18de Gevechtsgroep (P-38)
    • 347ste gevechtsgroep (P-38)
      • 67, 68, 339 Gevechts Squadrons (eiland van Palawan)
    • 419de gevechten bij nacht-squadron (P-61) (Zamboanga en Palawan)
    • 4 Reconnaissance Group (F-5 en B-25)
      • 17de Photographic Reconnaissance Squadron Detachement (eiland van Palawan)
  • 5de Air Force
    • 22ste Bombardementsgroup (B-24)
    • 38ste Bombardementsgroep (B-25)
      • Aanvullingstroepen bij de 42ste Bombardementsgroep
    • 90ste Bombardementsgroep (B-24)
    • 380ste Bombardementsgroep (B-24)

United States Marine Corps

  • VMB-611 (PBJ) vliegend vanuit Zamboanga
  • Marine Air Group 2 (vliegend vanaf de USN vliegdekschepen)
    • Marine Escort Carrier Group 1 (MCVEG-1) op USS Block Island (CVE-106)
      • VMF-511 (FG-1D Corsair) en F6F-5N Hellcat
      • VMTB-233 (TBM-3)
    • Marine Escort Carrier groep 2 (MCVEG-2) op het vliegdekschip USS Gilbert Islands (CVE-107)
      • VMF-512 (FG-1D)
      • VMTB-143 (TBM-3)

United States Navy

  • Fleet Air Wing 17 (eiland van Palawan)
    • Patrol Bombing Squadron 128 (VPB-128) (PV-1)
    • Patrol Bombing Squadron 106 (VPB-106) (PB4Y-2)
    • Patrol Bombing Squadron 111 (VPB-111) (PB4Y-2)
  • Navy Escort Carrier Group 40 (CVEG-40) op het vliegdekschip USS Suwannee (CVE-27)
    • Fighting Squadron 40 (VF-40) (F6F-5)
    • Torpedo Squadron 40 (VT-40) (TBM-3)

Marine krachten[bewerken]

  • Attack Group 78.2
    • Transporten: 1 AGC USS Wasatch, 1 CGC, 3 LSI HMAS Manoora, HMAS Westralia, HMAS Kanimbla), 1 AKA (USS Titania), 1 LSD (USS Carter Hall), 5 APD (Newman, Liddle, Kephart, Lloyd, Diachenko), 1 LCF(F), 22 LSM, 35 LST, 16 LCI(L), 2 PC, 3 SC
    • Directe ondersteuning: 10 LCS(L) (Nummer 8, 27, 28, 29, 30, 41, 43, 44, 48, 50), 8 LCI(R) (Nummer 31, 34, 73, 226, 230, 331, 337, 338), 6 LCI(G) (Nummer 21, 22, 24, 61, 66, 67), 3 LCI(M)
    • Scherm: 10 torpedobootjagers (USS Robinson, Saufley, Waller, Philip, Bailey, Frazier, Flusser, Drayton, Conyngham,Smith), 5 begeleidende escorten van de torpedobootjagers (USS Chaffee, L.E. Thomas, E.A.Howard, J. Rutherford, Key), 1 fregat (HMAS Gascoyne)
    • Mijnenveger groep: 1 APD (Cofer), 3 AM (Sentry, Scout, Scuffle), 39 YMS, 1 LSM
    • Onderhoud en beheer: sleepboten: Cable, ATR-61, Pinto, vloottankers: Chepachet, Sakatonchee, Gualala, Banshee, vrachtschip Poinsett, reparatieschip Creon
  • Dekkingsvloot 74
    • Dekkingsgroep 74.1
      • Zware kruiser: HMAS Shropshire (vanaf 27 Juni)
      • Lichte kruiser: HMAS Hobart (vanaf 27 Juni)
      • Torpedobootjagers: Metcalf, Hart
    • Dekkingsgroep 74.2
      • Lichte kruisers: US schepen Montpelier (vanaf 15 juni), Denver (vanaf 15 juni), Columbia (vanaf 23 juni), Cleveland (30 juni – 1ste? juli), HNLMS Tromp (vanaf 19 juni)
      • Torpedobootjagers: Conway, Cony, Eaton, Stevens, Killen, Albert W. Grant en HMAS Arunta
    • Dekkingsgroep 74.3
      • Lichte kruisers: Amerikaanse schepen: Phoenix (4–6 juli), Nashville (4–6 juli)
      • Torpedobootjagers: Charrette, Conner, Bell, Burns
    • Torpedobootjagers: 4 vanaf 15 juni, 7 vanaf 27 juni.
    • Snelle transportschepen: Schmitt, Kline (vanaf 23 juni)
  • United States Navy Escort Carrier Group 78.4: (vanaf 1–3 juli)
    • Vrachtschepen: Amerikaanse schepen: Suwannee, Block Island, Gilbert Islands
    • Torpedobootjagers: USS Helm
    • Begeleidende schepen van de torpedobootjagers: USS Mitchell, Donaldson, Cloues, Lamons en Kyne''
  • 8 USN PT boten arriveerden gelijktijdig met het ondersteunde schip USS Mobjack op 27 juni, en deze macht werd uitgebreid met 2 PT boot squadrons (10 en 27) op 6 juli.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Dit artikel of een eerdere versie ervan is (gedeeltelijk) vertaald vanaf de Engelstalige Wikipedia, die onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
  • Australian Official Histories of World War II
    • Gavin Long (1963), The Final Campaigns. Australian War Memorial, Canberra.
    • G. Hermon Gill (1968), Royal Australian Navy 1942–45. Australian War Memorial, Canberra.
    • George Odgers (1968), Air War Against Japan, 1943–45. Australian War Memorial, Canberra.
  • ‘Japanese Monograph Number 26: Borneo Operations. 1941–1945’ in War in Asia and the Pacific. Volume 6. The Southern Area (Part I).
  • Wesley Craven and James Cate (1953), The Army Air Forces in World War Two. Volume V: Matterhorn to Nagasaki. Government Printing Office, Washington D.C.
  • Major General R.N. Hopkins (Retired). Australian Armour. A History of the Royal Australian Armoured Corps 1927–1972. Australian Government Publishing Service. 1978.
  • Samuel Eliot Morison (1989), The Liberation of the Philippines: Luzon, Mindanao, the Visayas 1944–1945. Little, Brown and Company, Boston.
  • Gordon L. Rottman, US Marine Corps Order of Battle. Ground and Air Units in the Pacific War, 1939–1945. Greenwood Press. Westport. 2002.
  • Royal Navy (1959), Naval Staff History Second World War: War with Japan, Volume VI; The Advance to Japan. British Admiralty, London.
  • James J. Fahey (1992), Pacific War Diary, 1942–1945: The Secret Diary of an American Sailor Houghton Mifflin ISBN 0-395-64022-9 (gives a shipboard view of the naval operations around the island, in particular the terrible beating the minesweepers took in clearing the harbour)