Strijd om Soerabaja

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Strijd om Soerabaja
Onderdeel van de Politionele Acties (beginfase)
Hotel Oranje tijdens de strijd
Hotel Oranje tijdens de strijd
Datum 27 oktober - 20 november 1945
Locatie Soerabaja, Indonesië
Resultaat Britse troepen konden geen controle surabaya
Strijdende partijen
Flag of Indonesia.svg Indonesië Flag of the United Kingdom.svg Verenigd Koninkrijk
British Raj Red Ensign.svg Brits-Indië
Commandanten
Flag of Indonesia.svg Sutomo Flag of the United Kingdom.svg Aubertin Mallaby
Flag of the United Kingdom.svg Robert Mansergh
Troepensterkte
20.000 man infanterie
100.000 man ongeregelde troepen
30.000 man (tijdens de hevigste strijd)
Tanks
Gevechtsvliegtuigen
Oorlogsschepen
Verliezen
6.000-16.000 man gesneuveld 600-2.000 man gesneuveld
Portaal  Portaalicoon   KNIL

De strijd om Soerabaja was het gevecht tussen Indonesische onafhankelijkheidsstrijders en militie tegen Britse troepen, een onderdeel van de Indonesische Nationale Revolutie. De gevechten bereikten hun hoogtepunt in november 1945. Ondanks zwaar verzet wisten Britse en Indiase troepen toen Soerabaja voor Nederland te veroveren. Dit gevecht was een van de hevigste van de revolutie en werd later een symbool voor het nationale verzet. Het hielp daarnaast de nationalisten omdat door dit gevecht de internationale aandacht op de vrijheidsstrijd werd gericht, waardoor er tevens internationale steun voor die strijd kwam. In Indonesië wordt 10 november sindsdien ieder jaar gevierd als "Hari Pahlawan" (heldendag).

Achtergrond[bewerken]

Verwoeste auto van kolonel Mallaby

Op 17 augustus 1945 verklaarden Soekarno en Hatta te Jakarta Indonesië onafhankelijk. Dat was twee dagen na de capitulatie van Japan. Terwijl het nieuws van de onafhankelijkheidsverklaring zich verspreidde voelden veel gewone Indonesiërs zich bevrijd, waardoor de meesten zichzelf gingen beschouwen als republikein. Tijdens de daarop volgende weken ontstond er een machtsvacuüm, zowel buiten als binnen Indonesië, waardoor er een onzekere atmosfeer maar ook een atmosfeer van nieuwe kansen ontstond. Op 19 september 1945 hees een groep Nederlandse geïnterneerden, daarbij ondersteund door Japanners, te Soerabaja de Nederlandse vlag buiten Hotel Yamato (eerder bekend als Hotel Oranje). Hierdoor werden Indonesische nationalisten geprovoceerd; zij overvielen vervolgens de Nederlanders en Japanners en scheurden de blauwe baan van de vlag, waardoor deze de Indonesische vlag werd. De leider van de Nederlandse groep, de heer Ploegman, een van de voormannen van het Indo Europees Verbond, werd tijdens deze uitbarsting van woede door de Indonesiërs zwaar gewond en overleed enige dagen later in het ziekenhuis.[1]

De Japanse commandant in Soerabaja, viceadmiraal Shibata Yaichiro, steunde de republikeinen en gaf hen toegang tot de wapendepots. Hij gaf zich op 3 oktober over aan een Nederlandse marinekapitein, de eerste geallieerde vertegenwoordiger die aldaar aankwam. Toen de Japanner begreep dat de Indonesiërs de macht in de stad hadden gegrepen, gaf hij bevel aan zijn troepen om hun wapens aan de opstandelingen te overhandigen. Er werd verondersteld dat de opstandelingen deze wapens aan de Nederlanders zouden geven[bron?] maar dat gebeurde niet.

Britse troepen plaatsten een klein Nederlands semi-militair contingent ter bewaking te Soerabaja, de Netherlands Indies Civil Administration (NICA). Naarmate de tijd vorderde raakten de Britten in toenemende mate verontrust over het geweld en de strijdkracht van de nationalisten, die door de gehele archipel gedemoraliseerde Japanse garnizoens met primitieve wapens (bijvoorbeeld speren van bamboe) aanvielen om hun wapenarsenaal aan te vullen. De belangrijkste taken van de Britse troepen waren: de inname van wapens van de Japanners en de Indonesische militie, zorg dragen voor voormalige krijgsgevangenen, en de repatriëring van de Japanse troepen.

In september en oktober 1945 vond een reeks van incidenten plaats waarbij pro-Nederlandse Euraziaten het slachtoffer waren. Daarnaast bedreven Indonesiërs wreedheden tegen Europese geïnterneerden. Aan het einde van oktober en het begin van november verklaarde de leiding van de moslimorganisaties Nahdlatul Ulama en Masyumi dat de verdediging van het vaderland onderdeel van de heilige oorlog was en aldus een verplichting voor alle moslims. Kyai's en hun leerlingen trokken vanuit Islamitische scholen in geheel Oost-Java naar Soerabaja. De charismatische Bung Tomo maakte gebruik van de radio om een fanatieke en revolutionaire sfeer in de stad te creëren. In deze dagen verklaarde Soetomo op de radio de oorlog aan de Nederlanders en trokken troepen Merdeka! schreeuwende pemoeda's door de straten. Een grote groep Nederlanders werd opnieuw gevangen genomen en naar de Simpangclub overgebracht, waar een verschrikkelijk bloedbad]] plaatsvond dat aan velen het leven kostte (zie: Bloedbad in de Simpangclub). Mannen werden doodgemarteld, kinderen doodgeslagen en het bloed spatte tegen de wanden van de toiletten.[2] Op 25 oktober werden er 6.000 man Brits-Indische troepen naar de stad gezonden om Europese geïnterneerden te evacueren en binnen drie dagen begon de strijd. Na hevige gevechten tussen de Indische troepen en ongeveer 20.000 Indonesiërs van de nieuw gevormde People's Security Army (TKR)-partij en massa's van 70.000 tot 140.000 mensen vroegen de Britten hulp aan de invloedrijke president Soekarno, vicepresident Hatta en minister Amir Sjarifoeddin; er werd een staakt-het-vuren bereikt op 30 oktober.

Voorspel[bewerken]

Gevecht tegen Indonesische nationalisten te Soerabaja

Op 26 oktober 1945 sloot kolonel Aubertin Mallaby een overeenkomst met Suryo, de Indonesische gouverneur van Oost-Java, waarin stond dat de Britten de Indonesische troepen en militie niet zouden vragen om hun wapens in te leveren. Een misverstand betreffende de inhoud van het verdrag tussen de Britse troepen te Jakarta, geleid door luitenant-generaal Philip Christison, en de troepen van Mallaby te Soerabaja zou verregaande consequenties hebben.

In het begin bestonden de Britse troepen uit 6.000 lichtgewapende Indiase soldaten van de 49ste infanteriebrigade van de 23ste Indiase divisie; op het hoogtepunt van de strijd zonden de Britten aanvullende troepen, bestaande uit 24.000 zwaar bewapende soldaten van de 5de Indiase divisie, 24 Shermantanks, 24 gevechtsvliegtuigen, 2 kruisers en 3 torpedobootjagers.

De Indonesische strijdmacht bestond uit 20.000 soldaten van de nieuw gevormde Tentara Keamanan Rakyat (TKR) en naar schatting 100.000-120.000 man ongeregeld leger. De TKR was gevormd uit leden van de Peta, een semi-militaire organisatie die ontstaan was tijdens de Japanse bezetting. Het ongeregelde leger bestond uit Indonesiërs die voor de onafhankelijkheid waren; hun wapens waren onder meer geweren, zwaarden en bamboesperen. Veel wapens waren daarnaast overgenomen van de capitulerende Japanse troepen.

Strijd[bewerken]

Begin[bewerken]

Door Britten buitgemaakte Japanse tank te Soerabaja

Op 27 oktober 1945 liet een Brits vliegtuig, komend vanuit Jakarta, boven Soerabaja pamfletten vallen waarin alle Indonesische troepen en militie werden opgeroepen de wapens neer te leggen.[3] De leiders van deze troepen werden boos omdat zij dit zagen als een schending van het verdrag dat Mallaby eerder had gesloten. Op 28 oktober vielen zij de Britse troepen in Soerabaja aan en doodden 200 soldaten. Op 30 oktober vlogen de Britten Soekarno (president van R.I.), Mohammed Hatta (vicepresident van R.I) en Amir Sjarifoeddin (minister van informatie van Indonesië) te Soerabaja in om met hen te onderhandelen over een mogelijk staakt-het-vuren. Van Britse zijde namen generaal-majoor Hawthorn (commandant van de 23ste Indiase divisie) en kolonel Mallaby deel aan de gesprekken. Het staakt-het-vuren werd direct ingesteld maar de gevechten werden al spoedig hervat, deels door een gebrekkige communicatie en deels door het wantrouwen tussen beide partijen en een en ander leidde uiteindelijk tot het bekende gevecht om Soerabaja.

Dood van kolonel Mallaby[bewerken]

Op 30 oktober 1945 reisde Mallaby, de Britse brigadecommandant van Soerabaja, door Soerabaja om het nieuws te verspreiden over het nieuwe verdrag dat voor de troepen was gesloten. Toen zijn auto de Britse post naderde in het internationale gebouw bij de Jembatan Merah (rode brug) werd zijn auto omringd door leden van de Indonesische republikeinse militie. Kort daarop werd Mallaby vermoord door de militie. Kapitein R.C. Smith, die in de auto zat, rapporteerde later dat een jonge republikein Mallaby doodschoot na een kort gesprek. Smith gooide vervolgens een granaat vanuit de auto in de richting waar hij dacht dat de schutter zich verscholen had maar wist niet zeker of hij zijn doelwit getroffen had. Door de ontploffing werd de achterbank van de auto verwoest. Anderen bronnen meldden dat een ontploffing de dood van Mallaby had veroorzaakt.[bron?] Los van de uiteindelijke doodsoorzaak, was de dood van Mallaby een belangrijk keerpunt in de vijandelijkheden te Soerabaja en werkte als een katalysator voor de slag die zou komen. De Britten eisten nu een Indonesische overgave en begonnen op 10 november met de grote aanval.

Het belangrijkste gedeelte van het gevecht[bewerken]

Luitenant-generaal Sir Philip Christison werd boos toen hij vernam dat kolonel Mallaby was vermoord te Soerabaja. Tijdens een onderbreking in de gevechten brachten de Britten aanvullende troepen en evacueerden de geïnterneerden. Twee toegevoegde brigades (de 9de en de 123ste Indiase) van de 5de Indiase divisie, geleid door generaal-majoor Robert Mansergh werden uitgerust met Sherman- en Stuarttanks; twee kruisers en drie torpedobootjagers (onder meer de Cavalier) werden ter aanvulling gezonden.

In de vroege morgen van 10 november begonnen Britse troepen systematisch door Soerabaja te trekken onder dekking van een marine- en luchtbombardement. De gevechten waren hevig terwijl de Britse troepen de gebouwen kamer voor kamer doorzochten. Ondanks fanatiek verzet van opstandige Indonesiërs werd de helft van de stad binnen drie dagen veroverd en was het gevecht binnen drie weken voorbij. Minstens 6.000 Indonesiërs werden gedood en naar schatting 200.000 anderen ontvluchtten de stad. Onder de Britse en Indiase troepen vielen 600 doden.

Nasleep[bewerken]

De republikeinse partij verloor veel van zijn mankracht, maar het was vooral het verlies van zijn wapens dat de partij verzwakte in het resterende deel van zijn onafhankelijkheidsstrijd. De strijd om Soerabaja was het bloedigste incident tijdens de oorlog en liet de vastbeslotenheid van de nationalistische kracht zien. Het grote verlies dat zij leed werd later een symbool voor de revolutie. Het "Helden van 10 november"-standbeeld herinnert aan deze slag.
De slag maakte ook dat de Britten aarzelden om zich weer in een oorlog te storten, mede gezien hun door de oorlog in Zuidoost Azië uitgeputte leger. In november 1946 verlieten de Britse troepen Indonesië.

Slechts enkele jaren na de genoemde gebeurtenissen ondersteunden de Britten openlijk de republikeinse zaak in de Verenigde Naties. De gebeurtenis te Soerabaja vormde ook een waterscheiding voor Nederland, omdat duidelijk aan het licht werd gebracht dat de Indonesische Republiek niet bestond uit een stel collaborateurs zonder steun van het volk.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Verder lezen[bewerken]

  • Woodburn Kirby, S et al. (1965) The War Against Japan Vol. V (London: HMSO).
  • Bayly and Harper (2007) Forgotten Wars: The End of Britain's Asian Empire (London:Penguin).
  • McMillan, Richard (2005) The British Occupation of Indonesia 1945–1946: Britain, the Netherlands and the Indonesian revolution (London:Routledge).
  • Parrott, J. G. A., Role of the 49 Indian Infantry Brigade in Surabaya, Oct.-Nov. 1945, Australian thesis
Bronnen, noten en/of referenties
  1. W. Hornman. De geschiedenis van de mariniersbrigade. Omega Boek. Amsterdam. Bladzijde 58-59
  2. W. Hornman. De geschiedenis van de mariniersbrigade. Omega Boek. Amsterdam. Bladzijde 70
  3. (en) The Blunder of Major General Hawthorn’s Ultimatum