Strijkkwartet nr. 13 (Beethoven)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Strijkkwartet Nr. 13 (Beethoven)
Karikatuur van Beethoven door J.P. Lyser
Karikatuur van Beethoven door J.P. Lyser
Componist Ludwig van Beethoven
Soort compositie Strijkkwartet
Toonsoort Bes
Opusnummer opus 130
Gecomponeerd in 1825 - 1826
Première 21 maart1826 (met Grosse Fuge)

22 april 1827 2e versie (met nieuwe finale)

Opgedragen aan Vorst Nicolaus von Galitzin
Duur ca 42 min 2e versie
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

Het Strijkkwartet Nr. 13 in Bes groot, opus 130 is een zesdelige compositie voor strijkkwartet van Ludwig van Beethoven, die in zijn eerste vorm (met de "Große Fuge” als Finale) in november 1825 voltooid werd.

Delen[bewerken]

  • 1. Adagio, ma non troppo – Allegro
  • 2. Presto
  • 3. Andante con moto, ma non troppo. Poco scherzoso
  • 4. Alla danza tedesca. Allegro assai
  • 5. Cavatina. Adagio molto espressivo.

2 alternatieven:

    • 6. Grosse Fuge|Große Fuge: Overtura - Allegro - Fuga (eerste versie)
    • 6. Finale: Allegro (tweede versie)

Toelichting[bewerken]

Het motief G-Gis-F’-E’ (dat de Große Fuge domineert) is in meerdere varianten de pijler van het hele kwartet. Dit motief komt voor in alle drie Galitzin-kwartetten (dus ook opus 131 en opus 132)

  • deel 1 drie contrasterende themata. Toch geen qua opbouw klassieke sonatevorm o.a. door het steeds weer inbreken van het openings-Aadagio in het Allegro.
  • deel 2 Feitelijk een scherzo. Veel vaart door een wiegend thema dat steeds met een door voorslagen en sforzati voortgestuwd 2e thema wordt geconfronteerd.
  • deel 3 bedachtzame kalme melodie en iets dansanter tegenmelodie die zich rustig afwikkelt in achtereenvolgende variaties.
  • deel 4 “Duitse dans” die oorspronkelijk voor opus 132 was bedoeld.
  • deel 5 (“Cavatina" is een kort en simpel lied). Een gezang van innig karakter. Een middendeel, met stokkende maten (en het opschrift “beklemmt”): alsof de emotie te veel wordt. Volgens zijn vriend Carl Holz was dit deel voor Beethoven een lievelingsstuk: “nooit heeft mijn eigen muziek zulk een indruk op mij gemaakt. Zelfs het navoelen ervan kost mij steeds weer een traan.”

"deel 6"

    • (Allegro) Vrolijke rondo-finale vol levenslust. Verder weinig herkenbaar als “late Beethoven”. Doet eerder denken aan Haydn.
    • Große Fuge De gewilde gewelddadigheid van dit stuk breekt qua klank bijna buiten de grenzen van een kwartetdeel. Het viertonenmotief (G-Gis-F’-E’) speelt de hoofdrol. (Zie Große Fuge)

Betekenis[bewerken]

In zijn oorspronkelijke vorm, (zoals het Schuppanzigh kwartet dat op de première uitvoerde en zoals dat in 1827 gepubliceerd werd), was de Groβe Fuge het slotdeel. In deze vorm duurde het werk ongeveer 50 minuten. Gezien de afwijzende reacties vroeg de uitgever aan Beethoven om een wat eenvoudiger (en lichtvoetiger) versie, dan de kolossale Groβe Fuge van de Finale te maken. Het kwartet was op zich gunstig ontvangen; maar de afwijzing van de Groβe Fuge als finale was algemeen. De nieuwe finale viel destijds beter in de smaak bij het Weense publiek. Toch zijn er altijd uitgesproken voorstanders van de oorspronkelijke finale geweest (waaronder Schuppanzigh). Tegenwoordig is de Groβe Fuge als Finale weer in zwang.

De voorliefde van Beethoven betrof in zijn laatste jaren vaker de (dubbel)fuga (Zie ook: slotdelen van de Hammerklaviersonate, de Negende Symfonie, en de Piano Sonate Nr. 31).

Dit kwartet is ongebruikelijk onder de strijkkwartetten, omdat het 6 delen heeft. Hier wordt dezelfde volgorde gevolgd als bij o.a. de 9e symfonie (opening, dansdeel, langzaam deel, finale) met herhaling van het midden van de cyclus en dat leidt tot: opening, dans, langzaam deel, dans, langzaam deel, finale.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Alfred Beaujean in Harenberg Kammermusikfüher blz 113 2e uitg. 1998 Uitg Harenberg
  • Bernard Jacobson Toelichting Complete strijkkwartetten Beethoven Alban Berg quartett EMI Classics
  • A.David Hogarth Toelichting bij Late strijkkwartetten Quartetto Italiano DGG 1977
  • Casper Höweler XYZ der muziek blz 81 16e druk 1966 De Haan/Hilversum