Stroomlijnmaterieel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Kameel.
Ook stoomlocomotieven werden wel van een stroomlijnbeplating voorzien: Hier de gestroomlijnde 3801 in 1936

Vanaf het begin van de jaren dertig werden in Nederland en in andere landen treinen in dienst gesteld met een stroomlijnvorm. Ook in de VS werd dit soort materieel gebruikt, dat werd Streamliner genoemd.

Dankzij de stroomlijnvorm, waardoor de luchtweerstand verminderde, en de lichtere bouwwijze ten opzichte van de treinen die tot dan toe waren gebouwd konden op een economische wijze hogere snelheden worden bereikt dan met bestaand materieel.

De eerste trein waar dit principe werd toegepast was de Fliegende Hamburger, een dieseltrein die in 1932 een snelle dienst tussen Berlijn en Hamburg ging onderhouden.

Stroomlijnmaterieel in Nederland[bewerken]

Dieseltreinstellen[bewerken]

In 1934 introduceerden de Nederlandse Spoorwegen de stroomlijnvorm met de dieselelektrische driewagentreinen die snelle diensten tussen de grote steden gingen verzorgen. Dit materieel werd bekend onder de naam 'Dieseldrie' of Materieel '34.

Niet alleen de stroomlijnvorm was revolutionair, maar ook de lichtgrijze kleur (in plaats van het gebruikelijke olijfgroen) en de comfortabele inrichting, ook in de derde klasse, sprak tot de verbeelding. Door middel van automatische koppelingen van het type Scharfenberg konden de stellen in treinschakeling rijden.

In 1940 werden ook vijfwagentreinstellen van dit type aangeschaft die als 'Dieselvijf' werden aangeduid en grotere cabineruiten hadden. Deze serie, die in treinschakeling kon rijden met de Dieseldrie, was vooral bedoeld voor het lange afstandsverkeer, maar door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en de gewijzigde inzichten over elektrificatie daarna, is dat nauwelijks uit de verf gekomen.

Elektrische treinstellen[bewerken]

Deze treinen waren, ondanks de kinderziekten, een groot succes en vervolgens werden vanaf 1935 ook elektrische treinstellen met stroomlijnvorm gebouwd. De eerste serie bestond uit acht tweewagenstellen voor de Hoekse Lijn (Materieel '35). Voor de elektrificatie van het Middennet werd een grote serie aangeschaft, het Materieel '36.

Enkele jaren later kwam een iets gewijzigde uitvoering, Materieel '40, op de baan. Deze treinstellen hadden iets grotere cabineruiten en kwamen overeen met de Dieselvijf. Ze werden als elektrische twee- en vijfwagenstellen gebouwd.

Stroomlijnpostrijtuigen[bewerken]

Ook gestroomlijnd, maar dan zonder cabine en eigen aandrijving, waren de stroomlijnpostrijtuigen, type Pec, die met de stroomlijntreinstellen meegevoerd werden. Zij werden tussen 1938 en 1950 gebouwd en afgevoerd tussen 1966 en 1979.

Dieselmotorrijtuigen[bewerken]

In 1937 werd een kleine serie van acht vierassige motorrijtuigen met dieselmechanische aandrijving aangeschaft voor de dienst op secundaire lijnen. Dit type omBC had dezelfde kopvorm als de later geleverde Dieselvijf en het Materieel '40. Na de oorlog waren nog maar enkele exemplaren bedrijfsvaardig; zij werden in 1952 afgevoerd. Eén rijtuig heeft nog tot 1961 dienstgedaan als directie- en inspectierijtuig van de NS.

Materieel '46[bewerken]

De na de Tweede Wereldoorlog aangeschafte treinstellen kregen een weer iets gewijzigde kopvorm. Het in 1946 bestelde Materieel '46 kreeg een iets versterkte kop waardoor deze iets spitser werd en de ruiten schuin naar voren kwamen te staan. Soms werd hiervoor de bijnaam 'Muizeneus' gebruikt. De elektrische twee- en vierwagenstellen werden afgeleverd tussen 1948 en 1952.

Blauwe Engelen[bewerken]

Een hiervan afgeleide vormgeving kregen de dieselelektrische motorwagens en treinstellen Plan X die in 1953-54 werden gebouwd, ook wel bekend als Blauwe Engelen. Zij konden met elkaar in treinschakeling rijden, maar niet met de oudere typen dieselektrisch stroomlijnmaterieel (Dieseldrie en Dieselvijf). Eén sterk afwijkend motorrijtuig, bijgenaamd Kameel, was directie- en inspectierijtuig van de NS en kon in later jaren ook als "VIP-rijtuig" worden gehuurd.

Hondekop[bewerken]

In 1954 werd een nieuwe generatie 2- en 4-delige treinstellen besteld, het Materieel '54, dat een geheel andere kopvorm kreeg. Dit materieel met de algemeen gebruikte bijnaam Hondekop behoort als laatste nog tot de generatie van het 'echte' stroomlijnmaterieel, omdat het daarmee in treinschakeling kon rijden.

Een aparte serie blauwe tweerijtuigstellen met dezelfde 'hondekop' (Materieel '57) van NS en NMBS voor de Beneluxtrein Amsterdam-Brussel kon op het Nederlandse spoorwegnet in treinschakeling rijden met alle hierboven genoemde typen elektrisch NS-stroomlijnmaterieel.

Latere ontwikkelingen[bewerken]

De latere modellen, te beginnen met de treinstellen Plan U en plan T en V, worden in het spraakgebruik niet meer als "het stroomlijnmaterieel" aangeduid, hoewel ook zij een stroomlijnvorm hebben. Zij konden niet meer gekoppeld rijden met de oudere stroomlijnstellen, zowel door de hogere plaatsing van de Scharfenbergkoppelingen als door de modernere rijkarakteristiek.

Bronnen, noten en/of referenties
  • Carel van Gestel, Dieseltreinen in Nederland, De Alk, Alkmaar, 1989
  • Carel van Gestel, Elektrische treinen in Nederland, deel 1 t/m 3, De Alk, Alkmaar, 1992