Structuralisme (architectuur)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het begin van het structuralisme in de architectuur en stedenbouw ligt in het midden van de 20ste eeuw. Het was een reactie op het CIAM-functionalisme (rationalisme), [1] dat geleid heeft tot een schriele stedenbouw zonder identiteit van de bewoners en de gebouwde omgeving.

Het structuralisme kent twee verschillende verschijningsvormen, die soms in combinatie optreden. Aan de ene kant is er de esthetica van het aantal,[2] die Aldo van Eyck in 1959 formuleerde in het tijdschrift Forum. Deze verschijningsvorm is vergelijkbaar met celstructuren. De "esthetica van het aantal" wordt ook "configuratieve architectuur" of "architectuur van de configuraties" genoemd.

Aan de andere kant is er de architectuur van de montere veelvormigheid (structuur en toeval),[5] die John Habraken in 1961 introduceerde. Deze tweede verschijningsvorm is het resultaat van de gebruikersparticipatie. De "architectuur van de montere veelvormigheid" wordt ook "pluralistische architectuur" of "twee-componenten-bouwwijze" genoemd. Veel bekende utopische projecten uit de 1960er jaren zijn eveneens gebaseerd op het principe "structuur en toeval".[8]

Structuralisme in het algemeen is een denktrant in de 20ste eeuw, die op verschillende plaatsen, in verschillende tijden en in verschillende vakgebieden is ontstaan. Het is onder andere te vinden in de linguïstiek, antropologie, filosofie, kunst en architectuur.

Geschiedenis[bewerken]

Het gebouw van Centraal Beheer in Apeldoorn

Het structuralisme is opgekomen in de architectenvereniging CIAM (Congrès Internationaux d'Architecture Moderne) na de Tweede Wereldoorlog. Van 1928-59 was de CIAM een invloedrijk discussieforum voor vragen over architectuur en stedenbouw. In deze vereniging waren verschillende groepen actief met soms tegenstrijdige opvattingen: aanhangers van een wetenschappelijke architectuur zonder esthetische premissen (rationalisten), aanhangers van een architectuur als bouwkunst (Le Corbusier), aanhangers van hoog- of laagbouw (Ernst May), aanhangers van vernieuwing na de Tweede Wereldoorlog (Team Ten), aanhangers van de oude garde enz.

Het waren enkele leden van de kleine groep Team Ten, die de basis legden voor het structuralisme. De grote invloed van deze groep werd later aangeduid door Herman Hertzberger, een van de toonaangevende structuralisten van de tweede generatie. Hij omschreef de uitwerking van zijn leerschool met de volgende zin: "Ik ben een product van het Team Ten."[11] Het Team Ten als avantgarde groep was actief van 1953 tot 1981, waarbij twee verschillende architectuurstromingen uit deze groep voortkwamen. Aan de ene kant was dat het New Brutalism van de Engelse leden (Alison and Peter Smithson) en aan de andere kant het Structuralisme van de Nederlandse leden (Aldo van Eyck en Jaap Bakema).[11]

Ook van buiten het Team Ten kwamen belangrijke impulsen voor het structuralisme zoals b.v. van Louis Kahn in Amerika, Kenzo Tange in Japan of van de Nederlander John Habraken met zijn theorie over de gebruikersparticipatie. Bij het realiseren van participatieprojecten leverden Herman Hertzberger en Lucien Kroll belangrijke architectonische bijdragen. In deze samenhang gebruikte Herman Hertzberger het volgende statement: "Structuralisme gaat over het onderscheid tussen een kader of structuur met een lange levenscyclus en een invulling met een minder lange cyclus."[4]

De Japanse architect Kenzo Tange ontwierp in 1960 het bekende Tokyo-Bay-Plan. Later vertelde hij over het ontstaan van dit project: "Het was geloof ik rond 1959 of in het begin van de jaren zestig dat ik begon na te denken over wat ik later structuralisme zou gaan noemen."[3] Verder schreef Tange het artikel "Functie, structuur en symbool, 1966", waarin hij de overgang van het functionalistische naar het structuralistische denken uitlegt. Voor Tange stond de tijd van 1920-60 onder het teken van het functionalisme en de tijd van 1960- onder het teken van het structuralisme.[3]

Van Le Corbusier bestaan verschillende vroege projecten en gebouwde prototypen voor het structuralisme, sommigen zelfs uit de 1920er jaren. Ondanks het feit, dat de leden van het Team Ten bepaalde aspecten in het werk van Le Corbusier bekritiseerden in de 1950er jaren (stedenbouwkundig grondconcept zonder "Sense of Place", donkere binnenstraten van de Unité), zo zagen ze hem toch als groot voorbeeld van een creatieve architectenpersoonlijkheid.

Manifest[bewerken]

Een van de meest spraakmakende manifesten voor de structuralistische beweging werd samengesteld door Aldo van Eyck in het tijdschrift Forum 7/1959.[2] Het was tegelijkertijd het programma voor het internationale architectencongres in Otterlo van 1959. De kern van het manifest is een frontale aanval op de Nederlandse vertegenwoordigers van het CIAM-rationalisme, die grotendeels verantwoordelijk waren voor de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog, (uit tactische redenen werden de namen Van Tijen, Van Eesteren, Merkelbach e.a. niet genoemd). Het manifest bestaat uit vele statements en voorbeelden voor een meer humane stedenbouw. Het Otterlo-congres van 1959 werd officieel als begin van de architectuurstroming structuralisme gezien,[9,10,12] hoewel al vroegere projecten en gebouwen van de nieuwe beweging bestonden. Het structuralisme hoorde bij de avant-garde, terwijl de algemene stedenbouw zich tot de 1970er jaren volgens de oude CIAM-principes verder ontwikkelde. Het begrip structuralisme werd in de vakliteratuur pas vanaf 1969 gebruikt.[7,12]

Otterlo-congres, deelnemers[bewerken]

Enkele presentaties en discussies van het Otterlo-congres in 1959 worden gezien als het begin van het structuralisme in de architectuur en stedenbouw. Deze presentaties hadden een internationale invloed. In het boek van Oscar Newman met de titel CIAM '59 in Otterlo [6,11] zijn de 43 deelnemende architecten genoemd:

L. Miquel, Alger / Aldo van Eyck, Amsterdam / José A. Coderch, Barcelona / Wendell H. Lovett, Bellevue-Washington / Werner Rausch, Berlin / W. van der Meeren, Bruxelles / Ch. Polonyi, Budapest / M. Siegler, Genf / P. Waltenspuhl, Genf / Hubert Hoffmann, Graz / Chr. Fahrenholz, Hamburg / Alison Smithson, London / Peter Smithson, London / Giancarlo de Carlo, Milano / Ignazio Gardella, Milano / Vico Magistretti, Milano / Ernesto Rogers, Milano / Blanche Lemco van Ginkel, Montréal / Daniel van Ginkel, Montréal / Callebout, Nieuport / Geir Grung, Oslo / A. Korsmo, Oslo / Georges Candilis, Paris / Alexis Josic, Paris / André Wogenscky, Paris / Shadrach Woods, Paris / Louis Kahn, Philadelphia / Viana de Lima, Porto / F. Tavora, Porto / Jacob B. Bakema, Rotterdam / Herman Haan, Rotterdam / J.M. Stokla, Rotterdam / John Voelcker, Staplehurst / Ralph Erskine, Stockholm / Kenzo Tange, Tokyo / T. Moe, Trondheim / Oskar Hansen, Warszawa / Zofia Hansen, Warszawa / Jerzy Soltan, Warszawa / Fred Freyler, Wien / Eduard F. Sekler, Wien / Radovan Niksic, Zagreb / Alfred Roth, Zürich

Theoretische uitgangspunten[bewerken]

Yamanashi Cultuur Instituut in Kofu, 1967 (Kenzo Tange)
  • Gebouwde structuren als contravorm van de sociale structuren volgens het Team Ten, dat zich "Werkgroep voor het onderzoek naar de relaties tussen sociale en gebouwde structuren" noemde.[6,9,11]
  • Archetypisch gedrag van de mensen als uitgangspunt voor de architectuur (vgl. Antropologie, Claude Lévi-Strauss). In tegenstelling tot deze opvatting geloofden de rationalisten, die door bepaalde groepen van de Russische avant-garde beïnvloed waren, dat de mens en de maatschappij maakbaar en te manipuleren zouden zijn.
  • Samenhang, groei en verandering op alle niveaus van de stedenbouw. Geleding van de bouwmassa. Stedenbouwkundig grondconcept met het principe Sense of Place. Herkenningstekens in de stedenbouw.
  • Polyvalente vorm en individuele interpretatie (vgl. Langue et Parole, Ferdinand de Saussure). Gebruikersparticipatie. Integratie van professionele en alledaagse bouwcultuur met als resultaat de pluralistische architectuur.

Het principe structuur en toeval is tot nu toe actueel gebleven, zowel in de architectuur van de woningbouw als ook bij de stedenbouw. Voorbeelden voor de pluralistische woningbouw waren: de perspectieftekening van het project "Fort l'Empereur" in Algiers van Le Corbusier (1934) en de isometrietekening van de veranderbare woonwijk "Diagoon" in Delft van Herman Hertzberger (1971). Projecten op het niveau van de stad waren: het Tokyo-Bay-Plan van Kenzo Tange (1960) en de fascinerende maquettefoto's van de Vrije Universiteit Berlijn van Candilis Josic & Woods (1963-73). Verder zijn de utopieprojecten van onder andere Archigram en Yona Friedman te noemen. In het algemeen wordt bij de stedenbouw met de volgende structuurmiddelen gewerkt: verkeerslijnen (onder andere gridironplannen), symmetrieën, pleinen, opvallende gebouwen, rivieren, zeeoevers, groenzones, heuvels enz. Dit is ook bij vroegere steden het geval.

Bij het principe esthetica van het aantal is gebleken, dat het voor de structurering en geleding van een hele stad minder bruikbaar is. Maar zowel in de architectuur als ook bij woonwijken zijn voorbeeldig gelede gebouwen en configuraties ontstaan. De eerste invloedrijke illustraties voor deze richting leverde Aldo van Eyck met luchtfoto's van zijn weeshuis in Amsterdam (1961). Het weeshuis en de latere configuratie bij het ruimtevaartcentrum Estec in Noordwijk (1989) horen bij de mooiste "ikonen" van het structuralisme.[2]

Woonwijken, gebouwen en projecten[bewerken]

Kimbell Art Museum in Fort Worth, 1972 (Louis Kahn)
  • Atelier 5: Woonwijk Halen bij Bern, 1961
  • Jaap Bakema e.a.: Woonwijken bij Rotterdam, Pendrecht project 1949, Alexanderpolder projecten 1953 en 1956
  • Piet Blom: Woningbouw Kasbah Hengelo, 1973 / Stadsgebied Oude Haven Rotterdam, 1985
  • Candilis Josic & Woods: Vrije Universiteit Berlijn, 1963-73
  • Giancarlo De Carlo: Studentenhuisvesting Collegio del Colle Urbino, 1966
  • Adriaan Geuze e.a.: Woonwijk Borneo-Sporenburg Scheepstimmermanstraat Amsterdam, 2000 (participatie)
  • Herman Hertzberger: Kantoorgebouw Centraal Beheer Apeldoorn, 1972 (participatie interieur) / Woningbouw Diagoon Delft, 1971 (participatie)
  • Louis Kahn: Joods Gemeentecentrum Trenton, project 1954 / Kimbell-Art-Museum Fort Worth, 1972
  • Lucien Kroll: Studentencentrum St. Lambrechts-Woluwe Brussel, 1976 (participatie)
  • Le Corbusier: Perspectieftekening woonwijk "Fort l'Empereur" Algiers, project 1934 (participatie) / Weekendhuis Parijs, 1935
  • Moshe Safdie: Woonwijk "Habitat 67", Wereldtentoonstelling van Montreal, 1967
  • Alison and Peter Smithson: Woonwijk "Golden Lane" Londen, project 1952 / "Hierarchy of Association", schema stedenbouw 1953
  • Kenzo Tange: Tokyo-Bay-Plan, project 1960 / Yamanashi Cultuur Instituut in Kofu, 1967
  • Aldo van Eyck: Burgerweeshuis Amsterdam, 1960 / Ruimtevaartcentrum ESTEC, restaurant congreszalen bibliotheek, Noordwijk, 1989
  • Jan Verhoeven e.a.: Woonwijk in Berkel-Rodenrijs, 1973
  • Stefan Wewerka: Woonwijk "Ruhwald" Berlijn, project 1965

Verdere configuraties in architectuur en stedenbouw[bewerken]

Historische steden – Coherente stadsstructuren[bewerken]

Relaties tussen sociale en gebouwde structuren (Team Ten)[bewerken]

1) Bejaardentehuis "De Drie Hoven" in Amsterdam-Slotervaart, 1974 (Herman Hertzberger). - 2) Woningbouw "Kasbah" in Hengelo, 1973 (Piet Blom).

Bibliografie en Aantekeningen[bewerken]

[1] Aldo van Eyck, "Statement Against Rationalism", geschreven voor CIAM VI in 1947. In: Aldo van Eyck - Writings, Amsterdam 2008. Statement tegen CIAM-opvattingen, met name: "Stedenbouw kan nooit door esthetische overwegingen bepaald worden maar uitsluitend door functionele conclusies." Deze formulering staat in de CIAM-declaratie van 1928 en is afkomstig van architecten uit de rationalistische beweging.

[2] Aldo van Eyck, "Het Verhaal van een Andere Gedachte", met het principe Aesthetics of Number, in: Forum 7/1959, Amsterdam-Hilversum. De redactie van Forum 7/1959-3/1963 en juli/1967 bestond uit Aldo van Eyck, Herman Hertzberger, Jacob Bakema en anderen.

[3] Kenzo Tange, "Function, Structure and Symbol, 1966", in: Udo Kultermann, Kenzo Tange, Zurich 1970. In het Nederlandse tijdschrift Plan 2/1982 schreef Kenzo Tange: "Het was geloof ik rond 1959 of in het begin van de jaren zestig dat ik begon na te denken over wat ik later Structuralisme zou gaan noemen."

[4] Herman Hertzberger, Lessen in architectuur, Rotterdam 1991-No.1, 1999-No.2, 2008-No.3. Definitie van Hertzberger voor het principe Structuur en Toeval, resp. Structuur en het Onverwachte: "Structuralisme gaat over het onderscheid tussen een kader of structuur met een lange levenscyclus en een invulling met een minder lange cyclus."

[5] N. John Habraken, De Dragers en de Mensen - Het Einde van de Massawoningbouw, Amsterdam 1961. De Duitse uitgave bestaat uit twee delen: Die Träger und die Menschen van Habraken samen met Twee-Componenten-Bouwwijze - Structuur en Toeval.

[6] Oscar Newman (red.), CIAM '59 in Otterlo, Stuttgart-London-New York 1961, (Engl. en Duits). 30 artikelen van onder andere Louis Kahn, Kenzo Tange, Georges Candilis, Jacob Bakema, Aldo van Eyck, Alison and Peter Smithson. Het Otterlo congres wordt algemeen als begin van de structuralistische stroming gezien. Het begrip "Structuralisme" in de architectuur verschijnt 1969 de eerste keer in publicaties, zie [7].

[7] Arnaud Beerends, "Een Structuur voor het Raadhuis van Amsterdam", in TABK 1/1969, Heerlen. De architectuurbegrippen "Structuralisme" en "Structuralisten" zijn hier de eerste keer gepubliceerd, voor de Nederlandse architectuurscene. In 1969 bestaan ongeveer een half dozijn structuralistische gebouwen in Nederland.

[8] Reyner Banham, Megastructure - Urban Futures of the Recent Past, London 1976.

[9] Arnulf Lüchinger, Structuralism in Architecture and Urban Planning, Stuttgart 1980. Structuralisme als een internationale stroming. Met teksten van Herman Hertzberger, Louis Kahn, Le Corbusier, Kenzo Tange, Aldo van Eyck en andere leden van Team 10.

[10] Wim van Heuvel, Structuralisme in de Nederlandse Architectuur, Rotterdam 1992.

[11] Max Risselada en Dirk van den Heuvel (red.), Team 10 - In Search of a Utopia of the Present, Rotterdam 2005. Essays van 23 auteurs. Interviews met Georges Candilis, Giancarlo De Carlo, Balkrishna Doshi, Ralph Erskine, Herman Hertzberger, Peter Smithson en Aldo van Eyck.

[12] Tomas Valena (red.) met Tom Avermaete en Georg Vrachliotis, Structuralism Reloaded - Rule-Based Design in Architecture and Urbanism, Stuttgart-London 2011. 47 artikelen van Roland Barthes, Herman Hertzberger, Winy Maas en anderen.

Verdere publicaties:

Justus Dahinden, Stadtstrukturen für morgen (Urban Structures for the Future), Stuttgart 1971, London-New York 1972.

Francis Strauven, Aldo van Eyck - Relativiteit en verbeelding, Amsterdam 1994.

Michael Hecker, Structurel-Structural, Strukturalistische Theorie in Architektur und Städtebau 1959-1975, proefschrift TU Stuttgart, Stuttgart 2007.

Sabrina van der Ley en Markus Richter (red.), Megastructure Reloaded - Visionary Architecture and Urban Design of the Sixties reflected by Contemporary Artists, Ostfildern bij Stuttgart 2008. 25 artikelen over Archigram, Constant, Yona Friedman, Eckhard Schulze-Fielitz en anderen. (Engl. en Duits)

Mark Garcia (gast-red.) "Patterns of Architecture", in: Architectural Design November/December 2009, London.

Rivka Oxman and Robert Oxman (gast-red.), "The New Structuralism - Design, Engineering and Architectural Technologies", in: Architectural Design July/August 2010, London.

Joaquin Warmburg en Cornelie Leopold (red.), Strukturelle Architektur, Bielefeld 2012.