Struthiosaurus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Struthiosaurus
Fossiel voorkomen: Laat-Krijt
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Infraklasse: Archosauromorpha
Superorde: Dinosauria (Dinosauriërs)
Orde: Ornithischia
Onderorde: Thyreophora
Infraorde: Ankylosauria
Familie: Nodosauridae
Geslacht
Struthiosaurus
Bunzel, 1870
Typesoort
Struthiosaurus austriacus Bunzel, 1871
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Reptielen

Struthiosaurus is een geslacht van plantenetende ornithischische dinosauriërs, behorend tot de groep van de Thyreophora, dat tijdens het late Krijt leefde in Europa.

Vondst en naamgeving[bewerken]

Struthiosaurus austriacus[bewerken]

In 1859 ontdekte mijnopzichter Pawlowitsch in de kolenmijn Gute Hoffnung bij Muthmannsdorf in Oostenrijk-Hongarije, nabij Wiener Neustadt, een aantal fossielen. Die werden verder onderzocht door geologen Eduard Suess en Ferdinand Stoliczka, waarbij ook resten van dinosauriërs werden ontdekt. De botten werden opgeslagen in het museum van de Universiteit van Wenen en bleven jarenlang onbeschreven totdat ze in 1870 aandacht kregen van paleontoloog Emanuel Bunzel. In 1871 benoemde Bunzel drie dinosauriërs — waaronder Iguanodon suessii, latere hernoemd tot Mochlodon — op grond van de fossielen. Een andere soort was Struthiosaurus austriacus. De geslachtsnaam is afgeleid van het Klassiek Griekse strouthion, "struisvogel", een verwijzing naar de overeenkomsten in schedelstructuur met die van de vogels. De soortaanduiding verwijst naar Oostenrijk.

Het fossiel, holotype PIWU 2349/6, bestaat uit de achterkant van een schedel. Het komt uit een laag uit het Campanien.

Een ander fossiel uit dezelfde locatie, waarvan hij dacht dat het van een hagedis was, werd door Bunzel in 1871 benoemd als Danubiosaurus anceps. Tegenwoordig wordt vermoed dat het ook om een bot van Struthiosaurus austriacus gaat. Sommige fragmenten van Struthiosaurus werden door Bunzel geïnterpreteerd als behorend tot al bekende dinosauriërs en toegewezen aan een Hylaeosaurus sp. en een Scelidosaurus sp. Eigenlijk waren ze daarmee, in verband gebracht met Thyreophora, beter gedetermineerd dan Struthiosaurus austriacus zelf waarvan Bunzel niet goed begreep wat het voorstelde.

In 1881 benoemde Harry Govier Seeley een opperarmbeen uit Muthmanndorf als Crataeomus pawlowitschii. De geslachtsnaam is afgeleid van het Griekse krataios, "krachtig", en omos, "opperarmbeen". De soortaanduiding eert Pawlowitsch. Opnieuw gaat het naar huidige inzichten om een jonger synoniem van Struthiosaurus austriacus. Hetzelfde geldt voor een tweede soort van Crataeomus: Crataeomus lepidophorus en verder Rhadinosaurus alcimus, Hoplosaurus ischyrus en Pleuropeltus suessii, alle door Seeley in 1881 benoemd. De soortaanduidingen werden later soms gecombineerd tot een Struthiosaurus alcimus, Struthiosaurus lepidophorus en Struthiosaurus pawlowitschii.

In 1918 benoemde Franz Nopcsa een Leipsanosaurus noricus, gebaseerd op NHM 1861.I.46, een tand in 1861 bij Frankenhof, nabij de Piesting gevonden. Deze wordt tegenwoordig aan Struthiosaurus austriacus toegewezen, eerder sprak men wel van een Struthiosaurus noricus.

Struthiosaurus transylvanicus[bewerken]

Afgietsel van S. transylvanicus te Brussel

In had 1915 Nopcsa al een soort van Struthiosaurus benoemd: Struthiosaurus transylvanicus. De soortaanduiding verwijst naar Transsylvanië, waar Nopcsa bij Szentpéterfalva een gedeeltelijk skelet met schedelfragment en stekels had opgegraven, BMNH R4966, in de Sânpetruformatie in het Haţegbasin, dat in het Krijt het Haţegeiland was. Door de wat meer volledige vondst was Nopcsa was de eerste die exact kon vaststellen om voor een soort dieren het eigenlijk ging: gepantserde dinosauriërs. Eerdere vermoedens waren onder andere in de richting van de Theropoda gegaan.

Struthiosaurus languedocensis[bewerken]

Nodosauride osteodermen uit Frankrijk

In 2003 werd door Géraldine Garcia en Xabier Pereda Suberbiola de volgende soort beschreven: Struthiosaurus languedocensis. De soortaanduiding verwijst naar de Languedoc. Het fossiel, UM2 OLV-D50 A–G CV, is in 1998 gevonden bij Villeveyrac-Mèze in de steengroeve van L'Olivet nabij Montpellier en bestaat uit een synsacrum met bekkendelen en ribben. Ander materiaal uit Frankrijk is aan de soort toegewezen; dat betrof in 2003: UM2 OLVD18–20 CV: drie losse tanden; OLV-D29 CV: een achterste staartwervel met chevron; OLV-D27 CV: een halsstekel; en OLV-D21–22 CV: twee beenschubben. Later zijn er in Frankrijk nog meer fragmenten gevonden.

Al eerder, in 1929, had Nopcsa fragmenten uit Frankrijk benoemd als een Rhodanosaurus ludguensis (sic) wat in 1955 door Albert-Félix de Lapparent verbeterd werd tot een Struthiosaurus lugdunensis. De correct gespelde soortaanduiding heeft echter geen prioriteit en daarbij gaat het om een nomen dubium wegens de slechte kwaliteit van het materiaal.

Beschrijving[bewerken]

Een beschrijving van Struthiosaurus wordt bemoeilijkt door het feit dat de resten beperkt zijn en afkomstig van gebieden die in het Krijt aparte eilanden vormden in de Europese Archipel en die dus door hun isolerende werking heel verschillende vormen kunnen hebben opgeleverd. Alle resten wijzen op dieren van een gering formaat wat verklaard is als dwergvorming ten gevolge van het beperkte voedselaanbod op eilanden.

Het beste is S. languedocensis bekend. Het gaat bij het holotype om een vrij klein dier van ongeveer tweeënhalve tot drie meter lengte. Het synsacrum bestaat uit een samengroeiing van de achterste vijf ruggenwervels, vier sacrale wervels en de voorste staartwervel. De bladen van de darmbeenderen en ribben steken wijd zijdelings uit wat aantoont dat S. languedocensis de typische afgeplatte vorm had van de gepantserde dinosauriërs. Vermoedelijk was zijn hele bovenkant met beenschubben bedekt die ovaal zijn en gekield. De gevonden schubben zijn vrij groot met een lengte van tien centimeter en een breedte van zeven; ze waren wellicht van een groter exemplaar afkomstig. De stekel heeft een lengte van elf centimeter. Soortgelijke stekels zijn bekend van S. austriacus waar ze op de halfringen staan van het nekpantser. S. transylvanicus, op 1,8 meter geschat, heeft een stekel op de schouder.

Verder zijn er kleine verschillen tussen de soorten vast te stellen. S. austriacus heeft kortere halswervels dan S. transylvanicus. Bij S. languedocensis zijn de voorste staartwervels sterk afgeplat en het heeft een afwijkend zitbeen.

Fylogenie[bewerken]

Bunzel dacht oorspronkelijk dat het om een vleesetende vorm zou gaan die hij onderbracht in een speciale Ornithocephala. Al snel begreep men echter dat het om een plantenetende ornithischiër moest gaan. Othniel Charles Marsh gaf in 1895 een plaatsing in de Ceratopidae. Nopcsa was in 1902 de eerste die een verband legde met gepantserde vormen door een classifificatie in de Acanthopholididae. Friedrich von Huene maakte daar in 1909 de Omosauridae van.

In 1978 stelde Walter Coombs als eerste vast dat het om een lid van de Nodosauridae ging wat nog steeds de gangbare opvatting is, hoewel sommige onderzoekers zich voorzichtigheidshalve beperken tot een ruimere Ankylosauria. Soms waagt men een nadere bepaling: Paul Sereno dacht in 2006 aan de Panoplosaurinae en Tracy Ford in 2000 zelfs aan een eigen Struthiosaurinae maar dat is nooit een gebruikelijke term geworden. Volgens de meeste analyses neemt Struthiosaurus een basale positie in in de Nodosauridae.

Literatuur[bewerken]

  • E. Bunzel, 1871, "Die Reptilfauna der Gosauformation in der Neuen Welt bei Wiener-Neustadt", Abhandlungen der Kaiserlich-Königlichen Geologischen Reichsanstalt 5: 1-18
  • H.G. Seeley, 1881, "The reptile fauna of the Gosau Formation preserved in the Geological Museum of the University of Vienna", Quarterly Journal of the Geological Society of London 37(148): 620-707
  • F. Nopcsa, 1915, "Die dinosaurier der Siebenbürgischen landesteile Ungarns", Mitteilungen aus dem Jahrbuche der Königlich-Ungarischen Geologischen Reichsanstalt 23: 1-24
  • G. Garcia and X. Pereda-Suberbiola, 2003, "A new species of Struthiosaurus (Dinosauria: Ankylosauria) from the Upper Cretaceous of Villeveyrac (southern France)", Journal of Vertebrate Paleontology 23(1): 156-165