Stuit

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Stuit
Os coccygis
Bot
Voor- en achteraanzicht van het staartbeen
Voor- en achteraanzicht van het staartbeen
Synoniemen
Latijn Coccyx[1]
Nederlands Stuitbeen[2][1]

Koekkoeksbeen[1]

Portaal  Portaalicoon   Biologie
1rightarrow blue.svg Zie ook: Verenkleed voor informatie over de term stuit bij vogels

De stuit, [3] het staartbeen[4][5][1] of het os coccygis[6][7][8] is het onderste deel van de menselijke wervelkolom. Het staartbeen bestaat uit 3 tot 5, maar meestal 4 samengegroeide wervels (de staartwervels) en is aan het heiligbeen bevestigd met een gewricht dat voor een groot deel uit kraakbeen bestaat en dat in beperkte mate bewogen kan worden. De onderkant van het staartbeen kan gemakkelijk gevoeld worden boven de bilspleet.

Functie[bewerken]

Volgens de evolutietheorie heeft bij de mens het staartbeen zijn voornaamste functie, het ondersteunen van de staart, reeds lang verloren. Het staartbeen dient nu als aanhechtingspunt voor skeletspieren als de musculus glutaeus maximus (de voornaamste spier in de billen) en tot op zekere hoogte ook als schokdemper, wanneer de eigenaar gaat zitten.

Pathologie[bewerken]

Bij een bevalling of een val kan pijn in het staartbeen ontstaan bij het zitten (of opstaan). Een gebroken staartbeen geneest over het algemeen vanzelf. Soms treedt er ook pijn in het staartbeen op zonder duidelijke aanleiding. Dit wordt Coccygodynie genoemd, zie aldaar. Het verwijderen van het staartbeen (coccygectomie) gebeurt niet/nauwelijks in Nederland.

Dagelijkse praktijk[bewerken]

Voor veel mensen (vaak vrouwen) is een pijnlijk staartbeen een erg vervelende "blessure", vooral bij zittend werk. Het is echter mogelijk om bij bepaalde fabrikanten een aangepaste zitting te krijgen met een zgn. staartbeenuitsparing, een simpele aanpassing die veel oplevert.

Externe links[bewerken]

Literatuurverwijzingen
  1. a b c d Everdingen, J.J.E. van, Eerenbeemt, A.M.M. van den (2012). Pinkhof Geneeskundig woordenboek (12de druk). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.
  2. Hoolboom-Van Dijck, S.J.M (1974). Geneeskundig handwoordenboek (2de druk) Leiden: Stafleu’s Wetenschappelijke Uitgeversmaatschappij B.V.
  3. Friedbichler, M., Friedbichler, I. & Eerenbeemt, A.M.M. van den (2009). Pinkhof Medisch Engels. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
  4. Broek, A.J.P. van den, Boeke, J & Barge, J.A.J (1954). Leerboek der beschrijvende ontleedkunde van de mens. Deel I. Geschiedenis der ontleedkunde, bewegingsorganen, vaatstelsel (8ste druk). Utrecht: N.V. A. Oosthoek’s Uitgeverij Mij.
  5. Raven, C.P. (1959). Anatomische atlas. Ten gebruike bij het onderwijs aan verplegenden en bij de opleiding voor eerste hulp bij ongelukken. Amsterdam: Scheltema & Holkema N.V.
  6. Diemerbroeck, I. de (1679). Anatome corporis humani. Leiden: Ioan Ant. Huguetan. & Soc.
  7. Castelli, B. & Bruno, J.P (1713). Lexicon medicum Graeco-Latinum. Leipzig: F. Thomas
  8. His (1895). Die anatomische Nomenclatur. Nomina Anatomica. Der von der Anatomischen Gesellschaft auf ihrer IX. Versammlung in Basel angenommenen Namen. Leipzig: Verlag von Veit & Comp.