Stuwwal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Uitzicht over de Lüneburger Heide vanaf de Wilseder Berg, die in de voorlaatste ijstijd door gletsjers is opgestuwd.
Gedurende het Weichselien opgestuwd diatomiet (Eoceen) nabij Ejerslev in Noord-Jutland, Denemarken

Een stuwwal is een rug in het landschap, die bestaat uit door een ijstong opgestuwd materiaal. Stuwwallen bestaan vooral uit sedimenten die al afgezet waren vóór de ijsbedekking. In Nederland bestaan stuwwallen voornamelijk uit opgestuwde zandige en grindige rivierafzettingen. Deze zijn afgezet door de Rijn, Maas en Oostelijke rivieren gedurende het Midden-Pleistoceen. Ze verschillen daarmee van morenes, zoals die in berggebieden voorkomen. Deze bestaan namelijk volledig uit materiaal dat door het ijs is meegevoerd. Wel kan er lokaal morene materiaal (in Nederland keileem genoemd) voorkomen in een stuwwal. Vaak wordt de stuwwal geflankeerd door een depressie in het landschap. Dit is het restant van een glaciaal bekken, van waaruit de sedimenten door het ijs zijn opgedrukt.

Stuwwallen in Nederland en Duitsland[bewerken]

Stuwwallen op de lijn Haarlem-Amsterdam-Utrecht-Nijmegen[bewerken]

In Nederland zijn op de lijn Haarlem-Amsterdam-Utrecht-Nijmegen stuwwallen te vinden, die gevormd zijn tijdens de maximale ijsuitbreiding in het Saale-glaciaal (Drente stadiaal). Deze stuwwallen bestaan uit opgestuwd zand en grind afgezet vóór de ijsbedekking door grote rivieren, zoals de Rijn, Maas en de oostelijke rivieren (o.a. het Eridanos riviersysteem). De meest westelijke stuwwallen bij Haarlem en Amsterdam zijn grotendeels geërodeerd en bedekt door jongere afzettingen. De meest westelijke zichtbare stuwwal in het midden van het land is de Utrechtse Heuvelrug. Het grootste stuwwalcomplex is de Veluwe. De Veluwe bestaat uit meerdere stuwwallen waarvan de Oost-Veluwe stuwwal (Arnhem-Hattem) de grootste en hoogste (110 m) van Nederland is. Ook rondom Nijmegen zijn nog restanten van stuwwallen te vinden bij het Montferland en het Rijk van Nijmegen. Waarschijnlijk zaten deze stuwwallen oorspronkelijk aan elkaar vast en zijn ze naderhand door smeltwater en grote rivieren geërodeerd.

Stuwwallen in Oost-Nederland[bewerken]

Ook in Twente liggen diverse stuwwallen verspreid. De grote stuwwalcomplexen in Twente bestaan vooral uit Tertiaire afzettingen en keileem. Bij Oldenzaal ligt het hoogste punt van Overijssel, de Tankenberg (85 m boven NAP). Verder aan de westrand van Twente vinden we de Sallandse Heuvelrug (80 m hoog). In de Achterhoek liggen de kleinere Needse Berg en Lochemse Berg. Deze stuwwallen bestaan grotendeels uit Pleistocene rivierafzettingen.

Stuwwallen in Noord-Nederland[bewerken]

In het noorden van Nederland vinden we nog een reeks stuwwallen op de lijn Texel- Wieringen-Gaasterland-Steenwijk-Coevorden. Deze stuwwallen bestaan grotendeels uit opgestuwde keileem en zijn veel lager dan de stuwwallen in Midden Nederland. De grootste stuwwal op deze lijn is de Havelterberg. Rond Onstwedde en Sellingen komen ook kleine keileembulten voor, die beschouwd worden als stuwwallen.

Stuwwallen in Duitsland[bewerken]

In Duitsland, vinden we nog hogere stuwwallen zoals de Dammer Berge ten zuiden van Vechta en de Wilseder Berg (tegen de 170 m) op de Lüneburger Heide. Meer naar het oosten, in de buurt van Hannover, komen ook stuwwallen uit het Elster-glaciaal voor. In het noordoosten van Duitsland liggen stuwwallen uit de laatste ijstijd. In het uiterste westen van Duitsland bevindt zich de Niederrheinischer Höhenzug, een stuwwal die zich met verschillende onderbrekingen in een boog vanaf Krefeld tot aan het Rijk van Nijmegen in Nederland uitstrekt.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]