Subductie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Juan de Fucaplaat duikt onder de Noord-Amerikaanse plaat in de Cascadia-subductiezone. Hierdoor ontstonden Mt. St. Helens en Mt. Hood.

Subductie is het proces waarbij een oceanische plaat onder een andere oceanische of continentale plaat schuift. Onder convergente plaatgrenzen vindt convectie plaats van de lithosfeer (de aardkorst en een deel van de mantel). De zwaardere en koude oceanische korst, met de bovenliggende sedimenten, duikt onder de lichtere en warme continentale of een andere oceanische korst. Het dichtheidsverschil tussen de lithosfeer en onderliggende asthenosfeer is bepalend of, en voor de mate waarin subductie optreedt.

Subductiezones worden gekenmerkt door de plaatsen op de aarde met de diepste aardbevingen. Tot een diepte van 700 km kunnen aardbevingen er voorkomen. Het verschijnsel veroorzaakt oceanische troggen, zoals de Marianentrog. Ook vulkanische bogen ontstaan als gevolg van subductie en het verlagen van het smeltpunt van de bovenliggende plaat. Bekende voorbeelden hiervan zijn de Krakatau en de Fuji. Het typische subductievulkanisme ontstaat op 100 tot 300 km van de trog.

Zie ook[bewerken]