Subjectief recht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De term subjectief recht wordt gebruikt om een onderscheid te maken met het objectief recht.

Volgens het Belgische Hof van Cassatie[1] impliceert een subjectief recht "het bestaan van een welbepaalde juridische verplichting die een objectieve rechtsregel rechtstreeks aan een andere persoon oplegt en bij de uitvoering waarvan eiser een persoonlijk belang heeft."

Objectief recht is het geheel van rechtsregels en normen, zoals die voortvloeien uit wetgeving, rechtspraak en gewoonten. Het begrip subjectief recht kan worden omschreven als een in het rechtssysteem erkende bevoegdheid om naar eigen goeddunken bepaalde handelingen te stellen. Een subjectief recht is dus het concrete recht van een persoon, dat voortvloeit uit het objectief recht. Het gaat om een precieze rechtsverbintenis die door een rechtsregel rechtstreeks ten laste wordt gelegd aan een derde.

Een subjectief recht is in wezen de institutie die zich heeft losgeweekt uit de rechtsregels (objectieve recht) die aan haar (de institutie) ten grondslag liggen. Het subjectieve recht heeft zodanig een eigen bestaan dat hij niet vereenzelvigd wordt met de regels waaraan hij - juridisch gezien - zijn bestaan te danken heeft. Daardoor wordt hij zelf hanteerbaar. Dat is ook zeer praktisch, want velen hanteren dagelijks subjectieve rechten, terwijl slechts weinigen de regels kennen waarop die subjectieve rechten zijn gegrond.


Een voorbeeld: het objectief recht bevat het eigendomsrecht (in België art. 544 Burgerlijk Wetboek), maar daar kan men concreet niets mee aanvangen. Daarom resulteert dit in een aantal subjectieve rechten, zoals het recht om die zaak te verkopen, te wijzigen, anderen het gebruik van de zaak te ontzeggen.

Subjectieve rechten in rechtssystemen[bewerken]

Het begrip "subjectief recht" heeft in de Nederlandse juridische taal vooral ingang gevonden omdat in het Nederlands geen verschil wordt gemaakt tussen 'law' en 'right', zoals in het Engels, of 'loi' en 'droit', zoals in het Frans. Subjectieve rechten zijn - het woord zegt het al - gerelateerd aan "subjecten", populair gezegd: personen. Een recht dat in de zin past "ik heb het recht [om] ..." is een subjectief recht. Een recht dat in de zin past "het recht bepaalt dat ..." is geen subjectief recht. Een concreet eigendomsrecht is een typisch subjectief recht: ik heb als eigenaar van mijn huis een subjectief recht op dat huis (namelijk mijn eigendomsrecht). Verbintenissen vormen ook subjectieve rechten, in casu verplichtingen, resp. nakoming voor de wederpartij. De strafbaarheid van moord is objectief recht. Dat krijgt pas betekenis als er iemand vermoord wordt. De bepaling dat overeenkomsten tot stand komen door aanbod en aanvaarding is ook objectief recht.

Schema Nederlands vermogensrecht
(excl. erfrecht, Boek 4 BW)
ABSOLUTE OF EXCLUSIEVE RECHTEN :

(gelden jegens allen)
RELATIEVE OF PERSOONLIJKE RECHTEN :
(vorderingsrechten)
(gelden slechts jegens wederpartij)
GOEDERENRECHT RECHTEN op VOORTBRENGSELEN VAN DE MENSELIJKE GEEST
(gepland voor
Boek 9 BW)

auteursrecht, octrooirecht, enz.
VERBINTENISSENRECHT
(Boek 6 en 7 BW)
Zakelijke rechten
(Boek 5 BW)
Rechten op (absolute en relatieve) vermogensrechten

Dit kunnen ook rechten zijn op vorderingsrechten!

aandeel, enz.
Verbintenisscheppende
overeenkomsten
Verbintenissen
uit de wet
Volledig recht op een zaak

eigendom
Beperkt recht
op een zaak

erfpacht, mandeligheid, opstal, enz.
Eenzijdige overeenkomst

schenking, enz.
Meerzijdige overeenkomst

ruil, koop, huur, enz.
Onrechtmatige daad
(Boek 6 BW, titel 3)
Rechtmatige daad

zaakwaarneming, ongerechtvaardigde verrijking, onver- schuldigde betaling


Bronnen, noten en/of referenties