Subotica

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Voor de gelijknamige plaats in Koceljeva, zie Subotica (Koceljeva)
Subotica - Stadhuis
Subotica
Суботица
Szabadka
Plaats in Servië Vlag van Servië
Subotica
Subotica
Situering
District Severna Bačka
Regio Vojvodina
Coördinaten 46° 6′ NB, 19° 40′ OL
Algemeen
Oppervlakte 1008 km²
Inwoners (2011) 141,554[1]
Politiek
Burgemeester Maglai Jenő (Alliantie van Hongaren in Vojvodina)
Overig
Postcode(s) 24 000
Netnummer(s) 024
Kenteken SU
Portaal  Portaalicoon   Zuidoost-Europa
Het oude theater voor de vernietiging
Stadhuis

Subotica (Servisch: Суботица; Hongaars: Szabadka, voorheen: Maria-Theresiopolis) is een stad in Servië, in het uiterste noorden van de Bačka (het centrale deel van de Vojvodina), aan de grens met Hongarije. De stad telt 141.554[2] inwoners.

Geschiedenis[bewerken]

De stad, die in een vruchtbare vlakte ligt, ontwikkelde zich pas na de Turkse tijd: in 1686 kwam de stad in Oostenrijkse handen. Keizerin Maria Theresia gaf haar in 1779 de status van vrije koninklijke stad (die Novi Sad in 1748 ook gekregen had). In de tijd van de dubbelmonarchie was de stad Hongaars. Ondanks latere Servische import wordt de stad nog steeds voor 50% door Hongaren bewoond (waarmee het een van de meest Hongaarse grote steden buiten Hongarije is). In 1920 kwam Subotica aan Joegoslavië. Het was toen de derde stad van het land (na Belgrado en Zagreb).

De bloeitijd van de stad lag tussen het midden van de negentiende eeuw (toen ze een spoorwegknooppunt werd) en 1920 (toen ze een grensstad werd). Dat is goed zichtbaar in de binnenstad, die wordt gekarakteriseerd door uitbundige gebouwen in Hongaarse jugendstil. De opvallendste vertegenwoordigers daarvan zijn het buitengewoon grote stadhuis uit 1908-1910 van de architecten Marcell Komor en Dezső Jakab, de synagoge uit 1902 van dezelfde architecten en het Raichlehuis, dat is voorzien van ornamenten in keramiek uit de fabriek van Zsolnay in Pécs. De overdadige stijl van Subotica kan niet iedereen bekoren: Claudio Magris schrijft er in zijn beroemde boek Donau het volgende over: "Het lijkt een fascinerend onechte en tegen de goede smaak zondigende stad. De onechtheid schijnt de poëzie van Subotica te zijn.”[3] Van de gemengde bevolking van Subotica moeten in het bijzonder de Boenjewatsen vermeld worden: dit is een Kroatische etnische subgroep, die zich in de Oostenrijkse tijd in de stad en haar omgeving vestigden. Subotica is de meest Katholieke stad van Servie (70% is Rooms Katholiek) en is de zetel van het Bisdom Subotica.

Sinds 2013 heeft de stad na 8 jaar weer een Hongaarse burgemeester; Maglai Jenő van de Alliantie van Hongaren in Vojvodina.

Subotica was de geboorteplaats van de Servische schrijver Danilo Kiš en de Hongaarse schrijver Dezső Kosztolányi.

Bevolking[bewerken]

De bevolking van de gemeente Subotica is etnisch zeer gemengd. De grootste groep wordt gevormd door de Hongaren (zie: Hongaarse minderheid in Servië), gevolgd door de Serviërs en de Kroaten. [4]

Onderwijs[bewerken]

Subotica herbergt drie faculteiten van de Universiteit van Novi Sad:

  • Faculteit Economie
  • Faculteit Civiele Techniek
  • Faculteit Hongaarse Pedagogiek

Media[bewerken]

In de stad verschijnt het dagblad Magyar Szó. Verder is er een regionaal Hongaarstalig radio en televisiestation: Pannon RTV.

Geboren[bewerken]

Partnersteden[bewerken]

Galerij[bewerken]

Verwijzingen[bewerken]

  1. [1]
  2. [2]
  3. Claudio Magris 1997: Donau. Vertaald door Anton Haakman. Amsterdam: Prometheus
  4. Citefout: Onjuiste tag <ref>; er is geen tekst opgegeven voor refs met de naam census2011

Externe links[bewerken]