Succubus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Succubus, 16e eeuw

Volgens een middeleeuws joods-christelijk volksgeloof is een succubus (meervoud: succubi, van het Latijnse succubare '(er) onder liggen') een vrouwelijke demon die zich voedt met de energie en/of mannelijke hormonen van haar slachtoffers, vaak met de dood als gevolg. De mannelijke tegenhanger heet een incubus (meervoud incubi; in Latijn incubare, "Er op liggen") en zoekt vrouwelijke slachtoffers.

Lilith wordt vaak gezien als de moeder van de succubus.

Oorsprong[bewerken]

Deze legende kan een verklaring zijn geweest voor verschillende onduidelijkheden. Bijvoorbeeld, waardoor ontstaat een natte droom of waarom beweegt iemand in zijn remslaap soms zo raar met zijn ogen. Een andere verklaring is de slaapverlamming, waarbij iemands spieren verlamd zijn en hallucinaties kunnen ontstaan waarbij men de indruk heeft dat iemand op de borst zit of er een kwaadaardige aanwezigheid in de kamer is. Uit een seksuele (natte) droom gevolgd door slaapverlamming met een hallucinatie dat iemand op de borst zit zou men al snel de conclusies kunnen trekken dat men door een geest of demon 'verkracht' was.

De mannelijke incubus kan een vergelijking zijn met de periode vlak voor de Bijbelse vloed. Hierin kwamen gevallen engelen naar de aarde om seksueel contact te hebben met de dochters der aarde, waaruit de Nephilim ontstonden.

Beschrijvingen[bewerken]

Augustinus

In zijn De Civitate Dei uit de 5e eeuw, zei Augustinus er het volgende over: "Het is een wijdverbreid geloof dat bosgoden en faunen, doorgaans incubi genoemd, herhaaldelijk vrouwen hebben lastiggevallen en met hen gecoïteerd hebben."[1]

Albertus Magnus

Van Albertus Magnus (1206-1280) weten we dat "er plaatsen waren waar een man 's nachts nauwelijks kon slapen zonder door een succubus te worden lastiggevallen."[1]

Thomas van Aquino

In de Heksenhamer staat een passage over het geslachtsverkeer tussen heksen en de duivel. De geslachtsgemeenschap werd zonder meer als iets walgelijks gezien en als de manier waarop de erfzonde werd doorgegeven. Alleen mindere duivels moesten dit vieze werk opknappen. Omdat duivels alleen maar over een aangenomen, luchtachtig lichaam konden beschikken, konden uit het geslachtsverkeer tussen een vrouw en een (mannelijke) incubus geen kinderen voortkomen. Daarom bezocht volgens Thomas van Aquino een (vrouwelijke) succubus een man, die onvrijwillig zijn zaad af moest staan. Dit werd door de succubus opgevangen en aan een incubus gegeven. Deze bracht dat in bij een heks die vrijwillig en wellustig meewerkte. Hierdoor zou een nieuwe generatie heksen ontstaan[2][3].

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b 'Heksen en demonen', uitgeverij Helmond, Standaard, 1974, ISBN 9002 13199 2
  2. Het verbond van heks en duivel, Lène Dresen-Coenders, Ambo 1983 ISBN 90 263 0585 0 Ook digitaal raadpleegbaar
  3. Klaits, J. (1985): Servants of Satan: The Age of the Witch Hunts ca. 200 blz. Gedeeltelijk digitaal raadpleegbaar