Suede
Suede is een Engelse band uit Londen rond zanger Brett Anderson. De band was vooral populair in het Britpoptijdperk.
Inhoud |
[bewerken] Biografie
Suede ontstond in 1989 in Londen toen Brett Anderson en Mat Osman een advertentie in het muziekblad NME plaatsten en gitarist Bernard Butler daarop reageerde.
De band trad aanvankelijk op met gitariste Justine Frischmann (die de naam verzon) en een drumcomputer en stond op 6 juni 1990 in het voorprogramma van Universal Love School (aangevoerd door ex-Altered Images-zangeres Clare Grogan). Melody Maker versloeg het concert maar vond dat de band er uitzag als een stel losgeslagen kindertelevisie-presentatoren.
Op zoek naar een echte drummer werd Justin Welch gerecruteerd; hij hield het echter zes weken vol. In oktober werd een single (Be My God) opgenomen met ex-Smiths-drummer Mike Joyce, maar het resultaat viel dusdanig tegen dat alle 500 geperste exemplaren werden vernietigd. De samenwerking met Joyce kreeg geen vervolg; als ervaren muzikant vond hij dat Suede een eigen identiteit moest ontwikkelen, en zijn aanwezigheid zou de band alleen maar schade berokkenen.
Een paar EP's en diverse drummers later werd Simon Gilbert in juni 1991 aangetrokken als sticksman en tekende Suede een contract bij Nude (onderdeel van Sony). Frischmann, inmiddels overbodig geworden, hield het vlak daarna voor gezien en zou twee jaar later met Justin Welch in Elastica opduiken.
Op basis van de officiële debuutsingle The Drowners werd Suede in 1992 door Melody Maker uitgeroepen tot best new band in Britain; het haalde de 49e plaats in de Engelse hitlijsten. Tweede single Metal Mickey schopte het een half jaar later tot de top 20.
Begin 1993 verscheen het titelloze debuutalbum waarvan nog twee singles werden getrokken; Animal Nitrate (opgevoerd tijdens de Brit Awards) en So Young (waarvan het refrein "Let's chase the dragon" zoveel betekent als "Laten we gaan scoren"). Het leverde de band de Mercury Prize op.
Medio 1993 werd Anderson op de voorkant van het maandblad Select gezet met een Union Jack op de achtergrond; hij was daar niet blij mee. Dat gold ook voor de slechter wordende verhoudingen met Bernard Butler; hij verloor z'n vader aan kanker, zonderde zich meer van de rest af en wilde zich ook buiten Suede profileren ("Alleen zo kunnen we bij elkaar blijven"); het concert op 12 februari 1994 was zijn laatste in Suede-verband en na een gastoptreden bij de Manic Street Preachers (waar hij The Drowners vertolkte) werd zijn vertrek in juli officieel bevestigd.
Na de release van het tweede album Dog Man Star werd de 17-jarige Richard Oakes als vervanger aangetrokken. De vooraf uitgebrachte single Stay Together stond er niet op (want opgenomen onder invloed), wel de opvolgers We Are The Pigs, The Wild Ones en New Generation. Dog Man Star haalde in Engeland de derde plaats maar mede door het vertrek van Butler verkocht het minder dan het debuutalbum, en zelfs Anderson noemde het gekscherend Old Man's Bra.
Terwijl de Britpoprage in de zomer van 1995 op z'n hoogtepunt was hield Suede zich wijselijk op de vlakte, afgezien van de Robert Wyatt-cover Shipbuilding voor het Warchild-abum en de medewerking van Anderson en Oakes aan twee nummers van de band Strangelove.
In 1996 verscheen de cd Coming Up waarop ook Gilberts neef Neil Codling meespeelde. De eerste single Trash werd een top drie hit en bereikte in Nederland de tipparade. Opvolger Saturday Night viel op door de gelijkenis met Eric Claptons Wonderful Tonight.
In 1999 bracht de band Head Music uit. De daarop volgende tour zou geplaagd worden door onderbrekingen en afzeggingen doordat Codling aan chronische vermoeidheid leed. In 2002 werd bekend dat Codling om gezondheidsredenen de band zou verlaten. Zijn vervanger was Alex Lee, die eerder in Strangelove speelde.
Eind 2003 kondigde Anderson aan dat hij aan een nieuwe uitdaging toe was en dat Suede voorlopig zou ophouden met muziek maken. In 2004 volgde het bericht dat Anderson opnieuw zou samenwerken met Butler, die hij bijna tien jaar niet meer had gesproken. Eind 2004 brachten ze een album uit als The Tears. Daarna bracht Anderson nog twee solo-albums uit.
In maart 2010 speelde Suede een uniek reünieconcert in de Royal Albert Hall ter gelegenheid van de Teenage Cancer Trust. Dit kreeg een vervolg die aan het eind van het jaar Nederland aandeed en momenteel (zomer 2011) langs Azie voert. Ondertussen is The Best of Suede uitgebracht.
[bewerken] Leden
Suede heeft door de jaren heen verschillende bezettingen gekend. De belangrijkste worden aangeduid met Mark I, II en III.
Suede Mark I 1992-1994
Brett Anderson (zang), Bernard Butler (gitaar en piano), Mat Osman (bas), Simon Gilbert (drums)
Suede Mark II 1994-1999
Brett Anderson (zang), Richard Oakes (gitaar en piano), Mat Osman (bas), Simon Gilbert (drums), Neil Codling (keyboards en zang) (vanaf 1996)
Suede Mark III 1999-2003
Brett Anderson (zang), Richard Oakes (gitaar en piano), Mat Osman (bas), Simon Gilbert (drums), Alex Lee (keyboards, gitaar en zang)
[bewerken] Albums
- Suede (1993)
- Dog Man Star (1994)
- Coming Up (1996)
- Sci-Fi Lullabies (1997)
- Head Music (1999)
- A New Morning (2002)
- Singles (2003)
- The Best of (2010)