Suezcrisis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Suezcrisis
De verovering van de Sinaïwoestijn.
De verovering van de Sinaïwoestijn.
Datum 29 oktober 19567 november 1956
Locatie Egypte, (Sinaï en Suezkanaal-gebied)
Resultaat Staakt-het-vuren opgelegd door de Verenigde Naties.
UNEF bezet de Sinaï.

Militair: overwinning voor Israël, Groot-Brittannië en Frankrijk.
Politiek: overwinning voor Egypte.

Casus belli Egyptische nationalisering van het Suezkanaal
Strijdende partijen
Vlag van Israël Israël
Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk
Flag of France.svg Frankrijk
Vlag van Egypte Egypte
Commandanten
Moshe Dayan
Charles Keightley
Pierre Barjot
Gamal Abdel Nasser
Abdel Hakim Amer
Troepensterkte
175.000 Israëli's
45.000 Britten
34.000 Fransen
70.000
Verliezen
Israël: 197 doden
Groot-Brittannië: 56 doden, 91 gewonden
Frankrijk: 10 doden, 43 gewonden
1650 doden
4.900 gewonden
6.185 krijgsgevangen

De Suezcrisis,[1] of Tweede Arabisch-Israëlische Oorlog, van 1956 was een conflict over het bezit en de toegang van het Suezkanaal. Het leidde tot een oorlog in de Sinaï tussen Egypte aan de ene kant en Israël, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk aan de andere kant. Er sneuvelden 1600 Egyptenaren en 215 soldaten van de andere drie landen. De gevechten duurden van 31 oktober tot en met 5 november 1956, de Israëlische bezetting van de Sinaï-woestijn en de Gazastrook werd in maart 1957 opgeheven. De Suezcrisis wordt vaak gezien als het definitieve einde van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk als grootmachten.[2]

Situatie in het Midden-Oosten[bewerken]

In 1952 was koning Faroek van Egypte door een groep Arabisch-nationalisten onder leiding van kolonel Nasser afgezet en deze laatste had de macht overgenomen. Ten tijde van de Suezcrisis was Nasser president van Egypte. Hij wilde neutraal blijven tegenover de twee partijen van de Koude Oorlog, de westerse wereld en de Sovjet-Unie, en zocht samenwerking met andere landen die zich niet aan een der machtsblokken wilden binden. Nadat de Sovjet-Unie wapenleveringen aan Egypte was begonnen, zetten de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk Nasser onder druk om voor het Westen te kiezen. Nasser bleef echter bij zijn Arabisch-nationalistische en anti-imperialistische politiek en wilde vooral niets weten van de voormalige kolonisator Groot-Brittannië. Als drukmiddel stopte het Westen met de financiering van een grote stuwdam in de Nijl, de Aswandam, die voor de verdere ontwikkeling van een onafhankelijk Egypte van groot belang was. Eigenlijk zagen zowel de Verenigde Staten als het Verenigd Koninkrijk Nasser het liefst van het politiek toneel verdwijnen, maar alleen de Britten waren bereid tot het voeren van oorlog om dat doel te bereiken.

Als reactie op het intrekken van de steun aan de bouw van de stuwdam nationaliseerde Nasser in juli 1956 het Suezkanaal, dat gedeeltelijk in bezit was van een Frans-Britse maatschappij. Ook blokkeerde hij de scheepvaart van Israël door het kanaal en blokkeerde de Golf van Akaba. Deze blokkade leidde tot de gijzeling van het Griekse schip Pannegia, wat als casus belli kan worden gezien voor het uitbreken van de oorlog. De gijzeling kwam slechts zijdelings aan bod binnen de VN Veiligheidsraad. Op 13 oktober 1956 legde de Israëlische ambassadeur Abba Eban in de Veiligheidsraad een verklaring af, waarin hij wees op het recht van vrije doorgang, zoals afgesproken tijdens de Conventie van Constantinopel van 2 maart 1888 (geëffectueerd december 1888). De Verenigde Staten leken in beginsel de positie van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk te steunen, maar zwoeren elke vorm van geweld af en wilden een diplomatieke oplossing. De VS zagen geen noodzaak om hier hun bondgenoten te helpen. Het Navo-bondgenootschap is van toepassing op het Noord-Atlantisch gebied, en dus niet op het Midden-Oosten.[3]

De oorlog[bewerken]

Nadat ingrijpen van de VN uitbleef, besloot Israël zelf een eind te maken aan de belemmering van het scheepvaartverkeer. Israël viel op 29 oktober 1956 de Egyptische Sinaïwoestijn en de door Egypte bestuurde Gazastrook binnen. Het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Israël hadden bij de Protocollen van Sèvres in het geheim afgesproken dat het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk een ultimatum zouden stellen aan Egypte voor teruggave van het Suezkanaal, waarna beide landen zich terug moesten trekken tot tien mijl van het kanaal. Hierbij zou Israël dus het grootste deel van de Egyptische Sinaïwoestijn bezet houden. Zoals geanticipeerd ging Egypte niet akkoord met de eis, maar Israël zou zich wel 10 mijl terugtrekken volgens de afspraak. Op dat moment werd door het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk de oorlog verklaard aan Egypte. Pogingen om een eind te maken aan de strijd mislukten doordat de Fransen en Britten binnen de Veiligheidsraad gebruikmaakten van hun veto om zo de oorlogvoering te kunnen voortzetten. Het bijzondere was in dit geval dat de Verenigde Staten een van de supporters was van de resoluties die Israël, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk opriepen om de oorlogsvoering te staken. Hiermee kwam de VS tegenover drie belangrijke bondgenoten te staan. Ook zorgde dit ervoor dat de VS samen met de Sovjet-Unie tegenover Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk kwamen te staan op diplomatiek vlak, een unieke gebeurtenis. De leider van de Sovjet-Unie, Chroestsjov, stelde zelfs voor om samen met de VS Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk aan te vallen als zij zich niet terugtrokken. Zo ver wilden de Verenigde Staten echter niet gaan.

Vanaf 31 oktober werd Egypte, met name Port Said, gebombardeerd vanaf vijf vliegdekschepen en luchthavens op Cyprus en Malta. Nasser liet de veertig aanwezige schepen in het kanaal zinken, waardoor het geblokkeerd was. Op 5 november hadden de Europese aanvallers een aantal punten van het kanaal in handen, en Israël de zuidpunt van de Sinaï, Sharm el Sheikh. Militair gezien was de opzet dus geslaagd voor de aanvallers.

Einde van de oorlog[bewerken]

In ongeveer dezelfde periode speelde de Russische inval in Hongarije. De VS verweten de Russen zonder recht een land binnen te vallen en konden zodoende, op het wereldtoneel, dan ook anderzijds niet de Brits-Franse inval in Egypte goedkeuren. Dus dwong president Eisenhower de landen tot een staakt-het-vuren. Hierbij werd het Verenigd Koninkrijk ook onder druk gezet, door een Amerikaanse dreiging de koers van het Britse pond sterling te laten dalen door deze munt op grote schaal te verkopen. Inmiddels had Rusland de zijde van Egypte gekozen en eiste ook een staakt-het-vuren. Bovendien vonden de grotere landen in het Britse Rijk, namelijk Canada en Australië, dat het Commonwealth niet gebruikt mocht worden voor puur Britse belangen. Een staakt-het-vuren werd bereikt op 5 november, waarna zowel de Britse als Franse troepen een buffer vormden tussen Egypte enerzijds en Israël, dat grote stukken van Egypte bezet hield, anderzijds. Ruim twee weken later op 21 november trokken de westerse machten hun troepen terug.

De Canadese minister van Buitenlandse Zaken Lester B. Pearson kwam met het voorstel de machten te scheiden met troepen van de Verenigde Naties als buffer. Dit was de eerste keer dat de VN als vredeshandhaver optrad. Later kreeg Pearson de Nobelprijs voor de Vrede voor deze rol. De Franse en Britse 'buffertroepen' werden vervangen door de United Nations Emergency Force (UNEF). De troepen die zich rondom het kanaal bevonden werden als eerste vervangen. Hierna trok Israël zich, gedeeltelijk, terug uit de Sinaï, waarna ook daar troepen van de UNEF observatieposten inrichtten. De UNEF bevond zich overigens alleen op Egyptisch grondgebied, aangezien Israël de aanwezigheid van deze macht op zijn grondgebied afwees. De vrije doorvaart voor alle schepen leek gegarandeerd te zijn, maar met de instabiele situatie, ondanks de aanwezigheid van de UNEF, was de voedingsbodem gelegd voor een nieuw conflict.

Latere gevolgen[bewerken]

Het falen, en het uitlekken van de geheime opzet leidden tot een deuk in het imago van het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk in de Arabische wereld. Hoewel de operatie militair een succes was, was deze diplomatiek gezien een nederlaag voor Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk: hun status als grootmacht werd ernstig geschaad doordat zij ogenschijnlijk niet zonder hulp van Israël konden opereren, en bovendien werden zij door de gehele Verenigde Naties, inclusief de VS, veroordeeld. Naast een verandering in de relaties met de VS, leden de Brits-Franse relaties er ook onder, want midden in de gevechten waren de Britten begonnen met terugtrekken, zonder hun Franse bondgenoten te waarschuwen. Nasser werd de grote held van het seculiere panarabisme. De relatie tussen de voormalige kolonisators en de landen van het Midden-Oosten raakte ernstig bekoeld. Hierdoor werd nog eens bevestigd dat de rol van het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk als grootmachten op het wereldtoneel was uitgespeeld en de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie de dienst uitmaakten. De Britse minister-president Anthony Eden moest aftreden. In maart 1957 werden de troepen volledig teruggetrokken.

De Sovjet-Unie had, door Egypte te steunen, een bondgenoot gekregen in het Midden-Oosten. De hele regio raakte daardoor betrokken in de Koude oorlog. Dit bondgenootschap zou standhouden tot juli 1972, toen de Egyptische president Anwar Sadat plotseling met de Soviet-Unie brak en alle militaire adviseurs van dat land uitwees.

Belangrijkste personen[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. De Suezcrisis is ook bekend als de Suezoorlog. In de Arabische wereld spreekt men over de tripartite-agressie. Andere gebruikte namen zijn de Suez-Sinaï-oorlog, de Arabisch-Israëlische oorlog van 1956, de Operatie Kadesh en de Operatie Musketeer.
  2. Henry Kissinger, Diplomacy, (New York 1994), p. 523
  3. Uitspraak van Dulles op een persconferentie op 19 december 1956, in State Bulletin, vol. XXXVI, no. 915 (7 januari 1956), geciteerd in Henry Kissinger, Diplomacy, (New York 1994), p. 545