Suikerriet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Suikerriet
Saccharum officinarum - Köhler–s Medizinal-Pflanzen-125.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: Eenzaadlobbigen
Clade: Commeliniden
Orde: Poales
Familie: Poaceae (Grassenfamilie)
Onderfamilie: Panicoideae
Geslachtengroep: Andropogoneae
Geslacht: Saccharum
soort
Saccharum officinarum
L. (1753)
Suikerriet
Suikerriet op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
suikerrietveld

Suikerriet (Saccharum officinarum) is een cultuurgewas, die behoort tot de grassenfamilie (Gramineae of Poaceae). Net als bij andere cultuurgewassen gaat het hier niet om een natuurlijke soort, maar om een verzameling van (vele) kweekproducten. Deze zijn terug te voeren op de wilde soort Saccharum robustum (met al dan niet een invloed van Saccharum spontaneum). In het verleden zijn soms Saccharum barberi en Saccharum sinense als afzonderlijke soorten voorgesteld, maar deze namen gelden nu als synoniemen. Suikerriet vormt de bron van rietsuiker en daarvan afgeleide producten. Het is een van de economisch belangrijkste planten ter wereld, alhoewel niet meer zo belangrijk als vroeger[bron?].

Suikerrietcultuur[bewerken]

Planten[bewerken]

De suikerrietplant moet om de vijf à zes jaar vernieuwd worden. In 2011 werd in Brazilië circa 70% van het suikerriet handmatig geplant. Handmatig worden nieuwe stengels met een lengte van circa 50 centimeter in de grond geplaatst en met zand afgedekt. Dit is arbeidsintensief en zwaar werk[1].

Door mechanisatie zal dit aandeel (naar verwachting) sterk dalen tot 20% in de komende drie tot vier jaar[1]. Met een tractor en plantmachine kan hetzelfde werk veel efficiënter worden gedaan. De plantmachine maakt in een beweging een gat in de grond, plaatst de stengel, voegt kunstmest en insecticiden toe en dekt het geheel met grond af[1]. Een bijkomend voordeel is dat met kleinere stengels gewerkt kan worden waardoor de kosten verder dalen[1].

De planten worden meer dan manshoog en de stengels zijn na een jaar oogstrijp. De stengels kunnen 6 m lang en 5 cm dik in doorsnee worden. Tot de ontdekking van de bietsuiker was het sap uit suikerriet de enige bron voor suiker.

Oogsten[bewerken]

Tijdens de oogst wordt de plant vlak bij de grond afgehakt. Door de bladen van de plant te verbranden wordt de suiker bevattende stengel nauwelijks aangetast. In Mauritius en Zuid-Afrika is het verbranden nog standaardpraktijk; enkel in de buurt van bewoonde centra worden hier dan nog voorwaarden opgelegd. In Brazilië is het verbranden van de velden met suikerriet vlak voor de oogst niet meer toegestaan vanwege de aanslag op het milieu[1]. Het oogsten van het suikerriet gebeurt ook in toenemende mate mechanisch. Oogstmachines nemen het zware werk van de mens over. De geoogste stengels worden afgevoerd naar de suikerfabriek.

Vers suikerriet wordt soms in kleine stukjes gekauwd, maar meestal wordt het geoogste suikerriet in een suikerfabriek verwerkt door het sap er uit te persen. Vervolgens wordt de suiker uitgekristalliseerd, waarna melasse (een dikke stroop) achterblijft, die nog een deel van de suiker bevat. De melasse wordt gebruikt voor het maken van rum. De overblijvende stengelresten (bagasse) worden gebruikt als grondstof voor papier of veevoer of als brandstof voor de opwekking van elektriciteit of stoom.

Geschiedenis[bewerken]

Suikerriet kwam waarschijnlijk in Nieuw-Guinea en delen van Indonesië in het wild voor. De mensen kauwden daar op de stengels en dronken het zoete sap. Al in prehistorische tijden raakte het suikerriet bekend in India, waar men al lang voor het begin van onze jaartelling ontdekte dat men door het droogkoken van suikerrietsap een zoete, vaste stof kon bereiden die lang kon worden bewaard. Nearchos, een van de generaals van Alexander de Grote, leerde de suiker omstreeks 300 v.Chr. in India kennen en beschreef suikerriet als "een riet dat honing produceert zonder bijen".

De Arabieren brachten de kennis van de verbouw van suikerriet en de bereiding van suiker in de middeleeuwen over naar het Middellandse Zeegebied. De naam "suiker" in de verschillende Europese talen is, via het Arabisch, ontleend aan het Sanskriet woord "sjarkara".

In de 15e eeuw begonnen de Spanjaarden en Portugezen suiker te verbouwen op de kort tevoren gekoloniseerde Canarische Eilanden en Madeira. Van daaruit werd de suikerteelt in de 16e en 17e eeuw overgebracht naar het Caraïbische gebied en Brazilië, waar het zware werk op de suikerrietplantages en in de "engenhos" (suikermolens) verricht werd door uit Afrika geïmporteerde slaven.

Nederlands-Indië[bewerken]

De VOC begon al vrij snel na de oprichting met handel in suiker. In die tijd werd de Europese handel grotendeels beheerst door suiker uit het Caraïbische gebied, en de Aziatische suiker was niet concurrerend. Poedersuiker bleek echter goed bruikbaar als ballast om de naar Japan zeilende VOC-schepen mee te trimmen, en bracht toch nog wat op. Aanvankelijk kwam deze suiker uit Bengalen, Formosa en Batavia. Na het verlies van Formosa werd Batavia steeds belangrijker. De suikermolens waren er grotendeels in handen van Chinezen. Na een grote moordpartij op de Chinezen rond Batavia in 1740 stortte de suikerindustrie vrijwel in. De bloeitijd kwam pas na de napoleontische tijd, door de invoering van het Cultuurstelsel in 1830. Na 1870 werd de suikercultuur geleidelijk geprivatiseerd. Aan het eind van de 19e eeuw daalde de productie sterk als gevolg van plantenziekten. Er werd veel geld geïnvesteerd in plantkundig onderzoek en proefstations. In de 20e eeuw was Java lange tijd de op één na grootste suikerproducent ter wereld, na Cuba.

Nieuwe Wereld[bewerken]

Suikerriet werd ooit veel verbouwd in het Caraïbische gebied. Op sommige eilanden wordt het nog steeds verbouwd. Toen de West-Europese landen hier hun koloniën hadden, was suiker het belangrijkste product van de zogeheten driehoekshandel van grondstoffen uit de Nieuwe Wereld, Europese producenten, en Afrikaanse slaven. Frankrijk beschouwde de eilanden waar suikerriet werd verbouwd als dermate waardevol, dat het Canada aan het eind van de Zevenjarige Oorlog bij de Britten inruilde om de eilanden terug te krijgen. De Nederlanders dachten er net zo over, en hielden vast aan de op de Britten veroverde kolonie Suriname, in plaats van te proberen Nieuw-Nederland (New York) terug te krijgen.

In de 20e eeuw produceerde Cuba rietsuiker tegen een door de Sovjet-Unie gegarandeerde prijs, en met een gegarandeerde afname. Na de ineenstorting van de Sovjet-Unie moest het grootste deel van de Cubaanse suikerindustrie worden gesloten. Suikerriet is nog steeds belangrijk voor de economie van Barbados, de Dominicaanse Republiek, Guadeloupe, Jamaica, Grenada en andere eilanden in het Caraïbische gebied, maar verwacht wordt dat deze industrie zal instorten op het moment dat de Europese voorkeursbehandeling in 2008 afloopt.

Heden[bewerken]

Suikerriet wordt in meer dan 100 landen verbouwd. Wereldwijd beslaat het suikerriet areaal zo'n 130.000 km². De twintig belangrijkste producenten oogstten in 2003 1.220 miljoen ton, 2004: 1.206 en in 2005 1.169 miljoen ton rietsuiker, dat is meer dan zes keer de hoeveelheid suikerbieten. De grootste producenten zijn Brazilië, India, en China.

Brazilië[bewerken]

Brazilië is de grootste producent van suikerriet ter wereld. In 2009 was de bijdrage van de Braziliaanse suikerindustrie, zowel suiker als ethanol, zo'n 2% aan het nationale BNP. In de sector werkten circa 4,5 miljoen mensen. De suikerriet productie is geconcentreerd in de centraal zuidelijke staten zoals São Paulo en Mato Grosso do Sul. Hier wordt circa 90% van de Braziliaanse productie gerealiseerd. In Mato Grosso en in het uiterste oosten van Brazilië is de suikerriet productie in opkomst. In totaal is bijna 9 miljoen hectare met suikerriet beplant, dat is 2,5% van het beschikbare landbouwareaal in het land.

In de centraal zuidelijke staten kan tussen maart en december geoogst worden. In het uiterste oosten ligt de oogstperiode tussen augustus en maart waardoor in Brazilië het hele jaar geoogst kan worden. Vanwege de goede klimatische omstandigheden en grondkwaliteit kan een plant vijf à zes keer geoogst worden alvorens het opnieuw moet worden aangeplant. De suikerproductie per plant per jaar neemt wel af na elke oogst. Per hectare wordt ongeveer 75 ton suikerriet gehaald, dit varieert met de weersomstandigheden, en dit correspondeert met circa 10 à 11 ton suiker. Van de totale kosten van suiker is het aandeel van het suikerriet circa 65%, de overige 35% zijn gerelateerd aan de verwerking, opslag en transport.

In Brazilië werd in het oogstjaar 2011/12 circa 560 miljoen ton suikerriet van het land gehaald. De suikerproductie was bijna 36 miljoen ton, waarvan tweederde werd geëxporteerd. Veel suiker wordt ook gebruikt voor de productie van biobrandstof; Brazilië was na de Verenigde Staten de grootste producent. De productie was 22,6 miljard liter ethanol, ongeveer de helft van de 53 miljard liter die de VS produceerde. In Brazilië is suiker de grondstof, terwijl in Amerika vooral mais wordt gebruikt.

Het suikerriet wordt zowel voor de suikerproductie gebruikt als om er alcohol uit te winnen voor het produceren van een mengsel van benzine en alcohol. Ook kan er biodiesel mee worden gemaakt. Brazilië is al ver gevorderd in de productie en het gebruik van biobrandstof en heeft reeds duizenden brandstof pompstations in het land. Veel voertuigen zijn reeds geschikt gemaakt voor bio-ethanol en binnen enkele jaren zal Brazilië in de eigen behoefte kunnen voorzien voor het gehele binnenlandse personen- en goederentransport. Het zal duidelijk zijn, dat dit grote positieve gevolgen heeft voor het milieu, in het bijzonder in de grote steden als São Paulo en Rio de Janeiro en vele andere grote steden.

De teelt zorgt ook voor veel milieuvervuiling doordat het riet vlak voor de oogst in brand wordt gestoken.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b c d e (en) In Brazilië worden meer machines gebruikt voor planten van suikerriet, Commodities Street Journal, 26 maart 2012 [1], geraadpleegd op 25 oktober 2012