Sulpicia (Latijnse dichteres)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Sulpicia was een Latijnse dichteres uit de tijd van keizer Augustus. Zij was waarschijnlijk een nicht van onder andere Servius Sulpicius en Valerius Messala Corvinus, tot wiens literaire kring zij behoorde. Ze is onder meer bekend van haar gedichten in het vierde boek van de Corpus Tibullianum.[1]

Sulpicia

Biografie[bewerken]

Vermoedelijk is Sulpicia de enige dichteres uit de Latijnse literatuur van wie we enkele verzen bezitten. Waar en wanneer ze geboren werd, wie ze was en wanneer ze gestorven is, is ons niet bekend. Zij moet haar vader als kind verloren hebben, waardoor haar oom Valerius Messala Corvinus (64 v.C.-13 n.C.) tot voogd over haar werd aangesteld. Wellicht was hij de broer van haar moeder Valeria. Messala kon bogen op enige roem als krijgsheer. Hij had ook een literaire kring rond zich, waartoe dichters als Tibullus en Cornutus hebben behoord. Deze kring was vrij bijzonder, omdat de meeste dichters bij de groep van de vertrouweling van de keizer van dat moment, Augustus behoorden. Deze vertrouweling was Maecenas. We noemen tegenwoordig een gulle gever voor kunst nog steeds een Maecenas.[2] We kunnen ervan uitgaan dat Sulpicia zowel Tibullus en Cornutus gekend heeft en dat zij via de kring van haar oom op speelse wijze in contact kan gekomen zijn met poëzie. Wellicht heeft ze zich dankzij die informele contacten en de goede opvoeding die ze via haar oom kreeg, uiteindelijk zelf aan enkele gedichtjes gewaagd.[3]

Werken[bewerken]

De amper veertig verzen van Sulpicia die via Tibullus tot ons kwamen zijn geschreven in eenvoudige elegische disticha. De zes Sulpiciagedichtjes bevinden zich in het vierde boek Elegieën van het Corpus Tibullianum. De chronologie ervan is betwist. Op emotionele en toch vrijgevochten manier richt Sulpicia zich tot een zekere Cerinthus die met haar gebroken heeft. Vermoedelijk was dit trouwens een schuilnaam voor Cornutus. In dat geval zal Tibullus de situatie zeker van dichtbij hebben kunnen volgen. Hijzelf of Cornutus hebben in hetzelfde boek enkele antwoorden op Sulpicia's versjes geschreven. De stijl daarvan steekt sterk af tegen de ietwat simpele poëzie van het meisje. Haar versjes lijken zo uit een dagboek te komen... Op enkele papyrussnippers of andere fragmentjes na, zijn dit in elk geval de enige lyrische ontboezemingen van een vrouw die ons in de Latijnse literatuur bewaard zijn gebleven. Dat gegeven alleen al verleent er een toch wel bijzonder aura aan...[4]

Stijl en karakter[bewerken]

Zoals net al is beschreven was Sulpicia niet erg goed in complexe teksten schrijven, die een lastig metrum en opbouw hadden. Haar gedichten zijn erg simpel geschreven en moeizaam geformuleerd, maar wel verfrissend. Het is weer iets anders dan de normale "lastige" teksten van bijvoorbeeld Tibullus. De teksten getuigen van zelfkennis en schetsen een situatie uit het perspectief van Sulpicia zelf. De gedichten zijn erg direct en persoonlijk. [5]

Zie ook[bewerken]

Latijnse literatuur
Tibullus

Externe link[bewerken]

Voor de Latijnse tekst van Sulpicia's gedichten: klik hier

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Gian Biagio Conte: “Letteratura latina - manuale storico dalle origini alla fine dell’impero romano”, Firenze, 1987, vertaling van Joseph B. Solodow; :Latin literature - A history, London, 1999, pagina’s 330-331 en G.J.M. Bartelink: “Klassieke letterkunde - overzicht van de Griekse en Latijnse letterkunde”, Nijmegen, 2008, pagina’s 215,216,217
  2. H.J. Rose: “A handbook of literature - from the earliest time to the death of St. Augustine”, 1e publicatie in 1936, gebruikte publicatie uit 1996, pagina’s 285-289
  3. Poetica (uitgeverij Pelckmans)
  4. Piet Gerbrandy: “Het feest van Saturnus - De literatuur van het heidense Rome”, Amsterdam, 2007, pagina’s 193-194
  5. Piet Gerbrandy: “Het feest van Saturnus - De literatuur van het heidense Rome”, Amsterdam, 2007, pagina’s 193-194 en H.J. Rose: “A handbook of literature - from the earliest time to the death of St. Augustine”, 1e publicatie in 1936, gebruikte publicatie uit 1996, pagina’s 288-289