Sulpicia (Latijnse dichteres)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Sulpicia was een Latijnse dichteres uit de tijd van keizer Augustus. Zij was waarschijnlijk een nicht van Valerius Messala Corvinus, tot wiens literaire kring zij behoorde. Verder is er weinig over haar bekend.

In het zogenaamde Corpus Tibullianum zijn een aantal gedichten van haar hand opgenomen, die haar liefde tot een zekere Cerinthus (een pseudoniem?) tot onderwerp hebben. Het zijn eenvoudige, directe liefdesgedichten, korter van omvang dan de gewone elegie, en zonder mythologisch apparaat, die de lezer aangenaam treffen door hun natuurlijke toon.

Vermoedelijk is Sulpicia de enige dichteres uit de Latijnse literatuur van wie we enkele verzen bezitten. Waar en wanneer ze geboren werd, wie ze was en wanneer ze gestorven is, is ons evenwel niet bekend. Zij moet haar vader Servius Sulpicius als kind verloren hebben waardoor haar oom Valerius Messala Corvinus (64 v.C.-13 n.C.) tot voogd over haar werd aangesteld. Wellicht was hij de broer van haar moeder Valeria. Messala kon bogen op enige roem als krijgsheer. Hij had ook een literaire kring rond zich, waartoe dichters als Tibullus en Cornutus hebben behoord. We mogen ervan uitgaan dat Sulpicia beiden gekend heeft en dat zij via de kring van haar oom op speelse wijze in contact kan gekomen zijn met poëzie. Wellicht heeft ze zich dankzij die informele contacten en de goede opvoeding die ze via haar oom kreeg, uiteindelijk zelf aan enkele gedichtjes gewaagd.

De amper veertig verzen van Sulpicia die via Tibullus tot ons kwamen zijn geschreven in eenvoudige elegische disticha. Ze zijn ietwat moeizaam geformuleerd, maar zijn zeer direct en persoonlijk. Op emotionele en toch vrijgevochten manier richt Sulpicia zich tot een zekere Cerinthus die met haar gebroken heeft. Vermoedelijk was dit trouwens een schuilnaam voor Cornutus. In dat geval zal Tibullus de situatie zeker van dichtbij hebben kunnen volgen. Hijzelf of Cornutus hebben dan enkele antwoorden op Sulpicia's versjes geschreven. De stijl daarvan steekt sterk af tegen de ietwat simpele poëzie van het meisje. Haar versjes lijken zo uit een dagboek te komen... Op enkele papyrussnippers of andere fragmentje na, zijn dit in elk geval de enige lyrische ontboezemingen van een vrouw die ons in de Latijnse literatuur bewaard zijn gebleven. Dat gegeven alleen al verleent er een toch wel bijzonder aura aan...

De zes Sulpiciagedichtjes bevinden zich in het vierde boek Elegieën van het Corpus Tibullianum. De chronologie ervan is betwist.

Zie ook[bewerken]

Latijnse literatuur

Externe link[bewerken]

Voor de Latijnse tekst van Sulpicia's gedichten: klik hier

Bronnen, noten en/of referenties
  • Poetica (uitgeverij Pelckmans)