Supercompensatie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Supercompensatie is binnen de trainingsleer een term voor het fenomeen dat het lichaam na een trainingsimpuls, altijd de neiging heeft om zich te herstellen boven het oorspronkelijk uitgangsniveau.

Werking[bewerken]

Om supercompensatie te bewerkstelligen, zal het lichaam een trainingsprikkel moeten krijgen. Deze trainingsprikkel zal boven een bepaald minimum moeten liggen om het gewenste effect te bereiken. Een voorbeeld van een trainingsprikkel is bijvoorbeeld een duurtraining waarbij de energievoorraad (met name de voorraad glycogeen) wordt aangesproken. Een ander voorbeeld is krachttraining, waarbij spieren op microniveau worden beschadigd. In beide gevallen zal het lichaam in de herstelfase de voorraden aanvullen cq. de schade herstellen, waarbij bij volledig herstel het uitgangsniveau boven het oorspronkelijke niveau ligt.

Langetermijneffect[bewerken]

Indien trainingsprikkels op de juiste wijze worden toegediend, zal het lichaam over een langere periode zich steeds beter aanpassen aan de nieuwe omstandigheden. Om het lichaam te blijven prikkelen zullen de trainingsimpulsen met de tijd dan ook opgevoerd moeten worden (ook wel het overloadprincipe). In het geval van de duurtraining zal de glycogeenvoorraad dermate stijgen, dat het lichaam langer in staat zal zijn om duurinspanning vol te houden. In het geval van de krachttraining zullen de spieren steeds beter voorbereid zijn op zware arbeid, en deze zullen derhalve sterker worden.

Fasen in supercompensatie[bewerken]

We kennen 4 fasen in het belasting – herstel – supercompensatie principe:

Fase 1: Het trainingsniveau waarop de sporter zich bevindt voordat hij aan een training begint.

Fase 2: De hoeveelheid energie die verbruikt wordt in deze training en de belasting.

Fase 3: Na de training zal er herstel optreden. Dit herstel is sterk afhankelijk van de soort training. (van enkele uren tot dagen)

Fase 4: het lichaam gaat zich zodanig aanpassen waardoor de sporter op een hoger uitgangsniveau uitkomt.

Het belang van herstel[bewerken]

Het fenomeen van supercompensatie laat zien dat trainingsarbeid en herstel geheel op elkaar afgestemd dienen te zijn. Is het herstel te langdurig, dan zullen de gemaakte verbeteringen weer verdwijnen. Ook inactiviteit is immers een nieuwe omstandigheid waar het lichaam zich aan aan zal passen (zie in dit verband ook bijvoorbeeld het verschijnsel atrofie). Is het herstel echter te kort, dan heeft het lichaam te weinig tijd om het benodigde herstel plaats te laten vinden en ontstaat overtraining. Deskundige trainers weten precies hoe en wanneer trainingsprikkels toe te dienen op een dusdanige wijze, dat een atleet optimaal kan profiteren van het effect van de supercompensatie. Voor topsporters die dagelijks trainen is het dan ook van groot belang dat de verschillende trainingsprikkels zorgvuldig op elkaar worden afgestemd.