Supralapsarisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Supralapsarisme (Latijn supra = eerder/voor, lapsus = zondeval) is de leer dat God zowel de uitverkiezing als de verwerping van de mensen voor de zondeval bepaalde. Supralapsarisme verschilt van infralapsarisme op het gebied van Gods besluit over de zonde van de mensen. Deze verschillen gaan terug naar het conflict tussen Augustinus en Pelagius. Voor de Reformatie was het hoofdonderscheid of de zondeval in Adam wel of niet was inbegrepen in Gods eeuwige besluit. Supralapsarisme zegt dat dit wel zo was, maar infralapsarisme behelst alleen Gods voorkennis van de zonde, en niet de zondeval (Gods voorkennis zou dan niet tot Gods besluit behoren).

Luther, Zwingli en Calvijn waren van mening dat de val van Adam in Gods besluit was inbegrepen. Dit had betrekking op een “veroorloofd besluit”, en allemaal benadrukten ze dat God op geen enkele manier de schepper van de zonde is. Als resultaat van deze overeenstemming van de reformators verschoof na de Reformatie het onderscheid tussen supra- en infralapsarisme naar de logische volgorde van Gods besluit.

Theodore Beza, Calvijns opvolger te Genève, was de eerste die het op deze manier naar voren bracht. De discussie kwam tot een hoogtepunt in 1604, toen de supralapsarist Franciscus Gomarus openlijk kritiek leverde op de infralapsarist Jacobus Arminius. Door de synode van de Gereformeerde Kerk werd een commissie in het leven geroepen die zich over deze zaak moest buigen. Pas in 1618-1619 werd door de synode van Dordrecht in de Dordtse Leerregels besloten dat het supralapsarisme de leer van de Gereformeerde Kerk was. Arminius, de grootste voorvechter van het infralapsarisme in die tijd, was in 1609 overleden.

De vraag van de logische, niet de tijdelijke, orde van de eeuwige raadsbesluiten weerkaatste verschillen op Gods uiteindelijke doel in predestinatie en op de specifieke voorwerpen van de predestinatie. Supralapsaristen beschouwden Gods uiteindelijke doel tot zijn eigen glorie in verkiezing en verwerping, terwijl infralapsaristen de predestinatie ondergeschikt maakten aan andere doelen. Het voorwerp van predestinatie, volgens de supralapsaristen, was de ongeschapen en ongevallen mensheid, terwijl infralapsaristen het voorwerp zagen als een geschapen en gevallen mensheid.

De logische volgorde van de besluiten in het supralapsarisme zijn:

  1. Gods besluit tot verheerlijking van zichzelf door de verkiezing van sommigen en de verwerping van anderen.
  2. Het besluit tot schepping van de gekozenen en verworpenen.
  3. Het besluit om de zondeval toe te staan en
  4. het besluit om in vergeving te voorzien voor de uitverkorenen door middel van Jezus Christus.

Ondanks de meerderheid van de infralapsaristen tijdens de Dordtse synode kregen de supralapsaristen uiteindelijk gelijk zoals te lezen is in de Dordtse Leerregels (I,7):

"Deze verkiezing is een onveranderlijk voornemen Gods, door hetwelk Hij vóór de grondlegging der wereld een zekere menigte van mensen, niet beter of waardiger zijnde dan anderen, maar in de gemene ellende met anderen liggende, uit het gehele menselijk geslacht, van de eerste rechtheid door hun eigen schuld vervallen in de zonde en het verderf, naar het vrije welbehagen van Zijn wil, tot de zaligheid, uit louter genade, uitverkoren heeft in Christus, Denwelken Hij ook van eeuwigheid tot een Middelaar en Hoofd van alle uitverkorenen, en tot een Fundament der zaligheid gesteld heeft. En opdat zij door Hem zouden zalig gemaakt worden, heeft Hij ook besloten hen aan Hem te geven, en krachtiglijk tot Zijn gemeenschap door Zijn Woord en Geest te roepen en te trekken, of met het ware geloof in Hem te begiftigen, te rechtvaardigen, te heiligen, en in de gemeenschap Zijns Zoons krachtiglijk bewaard zijnde, ten laatste te verheerlijken, tot bewijzing van Zijn barmhartigheid en tot prijs van de rijkdommen Zijner heerlijke genade. Gelijk geschreven is: God heeft ons uitverkoren in Christus, vóór de grondlegging der wereld, opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde; Die ons tevoren verordineerd heeft tot aanneming tot kinderen, door Jezus Christus in Zichzelven, naar het welbehagen van Zijn wil; tot prijs der heerlijkheid Zijner genade, door welke Hij ons begenadigd heeft in den Geliefde (Ef. 1:4-6). En elders: Die Hij tevoren verordineerd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt (Rom. 8:30)."

Een aanhanger van de supralapsarische theorie wordt ook wel bovenvaldrijver genoemd.

Zie ook: Predestinatie, Infralapsarisme, Synode van Dordrecht.