Surrealisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vrouw en vogel, Joan Miró, 1982, Barcelona

Het surrealisme is een kunststroming in de moderne kunst ontstaan als literaire stroming in het begin van 1920. Hoewel er een hoogtepunt van het surrealisme is waar te nemen tussen 1925 en 1940, in zowel schilderkunst, beeldhouwkunst en in de literatuur, is het surrealisme vandaag de dag nog steeds aanwezig en actief.

Het is de Franse schrijver en essayist André Breton, die in 1924 zijn opvattingen omtrent het surrealisme in de kunst, vooral de schilderkunst en de literatuur, te boek stelt in het Manifest van het Surrealisme (Frans: Manifeste du Surrealisme). Over de relatie tussen het surrealisme en de schilderkunst publiceerde hij in 1928 Le surréalisme et la peinture, dat in 1965 met vele nieuwe toevoegingen nogmaals werd uitgegeven.

Teleurgesteld in het rationalisme, dat door de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog te optimistisch was gebleken, en geïnspireerd door de ideeën van Sigmund Freud, stellen surrealisten de door vrije associaties gekenmerkte bewustzijnstoestand van de droom centraal.

Kenmerken[bewerken]

Beeld van Marl Arp

Uitgevoerd in een hyperrealistische stijl stellen de surrealisten vaak beelden samen in absoluut onverwachte, verrassende, zo niet schokkende combinaties. Het is echter evenzeer mogelijk, zoals het werk van Hans Arp bewijst, dat de werken totaal abstract zijn, of, zoals in het werk van Joan Miró, herkenbaar maar zeker niet realistisch. Surrealisten proberen hun fantasie zo veel mogelijk de vrije loop te laten. Ze schilderen bijvoorbeeld droombeelden. Automatisch tekenen is ook een manier om je fantasie te tonen.

Het surrealisme is geen esthetische school, noch een plastische formule. Het is een geestesstroming, die leidde tot de automatische spontaneïteit. Artistiek is het inherent zowel aan de pure abstractie van Hans Arp als aan de expressionistische van Ernst, Masson of Pierre Alechinsky of aan de drippings van Jackson Pollock.

Verwante stromingen[bewerken]

Verwante stromingen aan het surrealisme zijn:

Surrealistische kunstenaars[bewerken]

Gala asomada a la ventana van Salvador Dalí

Enkele surrealistische kunstenaars zijn:

Aan het surrealisme verwante kunstenaars zijn:

Psychoanalyse[bewerken]

The Muse

Toen in 1924 de Franse surrealisten zich verzamelden rond hun eerste manifest, baseerden zij zich voornamelijk op de geschriften van Freud van het einde van de 19e eeuw, terwijl Freud zijn inzichten ondertussen had veranderd in de metapsychologie van de jaren twintig, zoals in “The Ego and the Id” van 1923. Daar hebben de surrealisten eigenlijk nooit rekening mee kunnen of willen houden. De surrealisten wilden dat het ICH werd overrompeld door het ES terwijl Freud juist andersom wilde dat het ICH het ES zou veroveren.

Het is opvallend dat de surrealisten het werk van Jung hebben genegeerd, dat immers in zijn uitleg van mythen en occulte verschijnselen aansluit bij hun ideeën.

Van de typologieën van Freud: condensatie, verplaatsing (transfert), en symbolisatie werd alléén de eerste door de surrealisten besproken. Freud vertaalde de eerste naar de tweede, - condensatie naar verplaatsing – vanwege het contrast, maar de surrealisten aanvaardden deze procedures niet omdat ze geen antinomieën wilden.

Dromen werden door Freud gebruikt om zijn patiënten te helpen, maar bij de surrealisten werden ze verteld opdat iedereen ervan zou kunnen genieten. Surrealisten waren overtuigd van de mogelijkheid van vrije associatie (begrip) van ideeën, terwijl Freud juist betoogde dat deze associaties helemaal niet vrij waren, omdat zij beïnvloed zouden zijn door het onderbewuste.

Voor Freud was humor een vorm van een gevecht of een defensielijn, voor de surrealisten moest humor een extra dimensie toevoegen.

Surrealistische kunst[bewerken]

Voorbeelden van surrealistische kunst zijn:

Beeldhouwkunst[bewerken]

In de beeldhouwkunst zijn Jean Arp en Alberto Giacometti even bekende surrealisten. In het surrealisme spelen bij de beeldhouwkunst de vervreemding en onwerkelijke voorstellingen een grote rol. Ook zie je vaak het gebruik van gevonden voorwerpen

Surrealisme in films[bewerken]

Het surrealisme in de filmwereld kende zijn hoogtepunt tijdens de Franse Avant-Garde periode in de jaren 20. Aan het hoofd van deze beweging stond André Breton. Hij alleen bepaalde wie tot het surrealisme behoorde, wat natuurlijk voor veel wrevel zorgde.

Hoewel aanvankelijk een literaire beweging waren de surrealisten geboeid door cinema. Ze hielden vooral van Fantômas en Les Vampires. Hun interesse ging hoofdzakelijk uit naar de beelden en de acteurs, niet zozeer de regisseur. Voor de surrealisten werd mainstream cinema gekenmerkt door mysterie, geweld en erotiek.

De surrealisten namen een anti-culturele, anti-intellectuele houding aan. Ze waren erg links en waren fel gekant tegen cineasten als Jean Epstein die ernaar streefden films te verheerlijken tot een hogere kunstvorm.

De surrealisten hadden een bijzondere manier om naar de film te gaan. Ze gingen gewoon lukraak een zaal binnen – in het midden van een vertoning dus – en absorbeerden de filmbeelden. Aldus werd voor hen het filmbezoek een soort sacraal ritueel; de bioscoop werd als het ware een moderne kerk.

Uiteindelijk deemsterde de stroming op filmisch gebied omdat men weliswaar goeie schrijvers had, maar geen mensen die dit konden vertalen naar het scherm.

Kern van surrealistische kijk op films[bewerken]

  • Aandacht voor het onbewuste (dromen)
  • De zogenaamde ‘L’Amour Fou’
  • Een anti-houding: anti-burgerlijk, anti-elitair, anti-conformistisch
  • Drang naar het unheimliche

Door de bijzondere manier van naar de film gaan vergroten ze natuurlijk het droom-aspect, de magische kracht van de cinema.

Surrealistische films[bewerken]

Er zijn slechts enkele films die door André Breton surrealistisch worden genoemd. Dat zijn ‘Un chien andalou’ en ‘L'âge d'or’ van Luis Buñuel. Daarnaast is er het controversiële L'imitation du cinéma van de Belg Marcel Mariën dat een invloed had op Jan Bucquoy met de film Camping Cosmos.

Regisseur David Lynch maakt eveneens surrealistische films (Lost Highway, Mulholland Drive, Inland Empire).

Surrealisme in de literatuur[bewerken]

De bakermat van het surrealisme in de literatuur ligt in het Parijs van de jaren twintig. De belangrijkste principes werden geformuleerd door André Breton in zijn Manifest van het Surrealisme en later in zijn roman Nadja. Het surrealisme in de literatuur beweegt zich voortdurend tussen droom en werkelijkheid, tussen leven en kunst. Typerende thema’s zijn: een drang tot choqueren, verlangen, het fantastische, het onmogelijke, magie, oneindige vrijheid, afwijzing van de logische rede die al het onbekende tot het bekende wil herleiden. Surrealistische schrijvers maken veelvuldig gebruik van het sterk associatieve procedé van de "écriture automatique".

Een Nederlandse variant is te typeren als rationeel of gecontroleerd surrealisme. In die literatuur krijgt een irreële wereld op rationele wijze gestalte in een hecht gestructureerde tekst. Die bewuste conceptie presenteert een 'perfect georganiseerde ongerijmdheid' (Bordewijk) en als zodanig staat dit surrealisme diametraal tegenover het 'automatisch schrijven'. Verder kenmerkt dit literaire surrealisme zich door de bezieling van het levenloze en de 'verdinglijking' van de mens, en door het diffuse onderscheid tussen realiteit en irrealiteit. Voorbeelden van dit type surrealisme zijn verhalen in de bundels De wingerdrank (1937), Vertellingen van generzijds (1950) en Studiën in volksstructuur (1951) van F. Bordewijk. Ook de droomverhalen van W.F. Hermans in de bundels Moedwil en misverstand (1948), Paranoia (1953) en Een landingspoging op Newfoundland (1957) behoren tot dit gecontroleerd surrealisme. In een brief (10 april 1956) aan zijn uitgever G.A. Van Oorschot, noemde hij zijn roman De God Denkbaar - Denkbaar de God (1956) de eerste consequent surrealistische roman, niet alleen in Nederland, maar op de hele wereld. In de correspondentie tussen Bordewijk en Hermans is dit surrealisme, toegespitst op de verhalen, een van de belangrijkste onderwerpen. Zie daarvoor Willem Frederik Hermans & F. Bordewijk, Een onmiskenbare verwantschap. Brieven 1944-1965. (Amsterdam 2011).

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]