Survival of the fittest

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Herbert Spencer, bedenker van de term van Survival of the fittest.

Survival of the fittest (overleven van de best aan de omgeving aangepaste) is een term die oorspronkelijk is bedacht door Herbert Spencer nadat hij in Charles Darwins De oorsprong der soorten las. In zijn boek The principles of Biology uit 1864 gebruikte hij die term voor het eerst en tekende hij parallellen tussen Darwins biologische theorieën en zijn eigen economische theorieën. Spencer stelde dat als de overheid niet zou ingrijpen de bekwaamste (rijkste) mensen uiteindelijk zouden overblijven en er een superbeschaving zou ontstaan waaruit de zwakkere groepen geëlimineerd zouden zijn.

In de vijfde editie van De oorsprong der soorten uit 1869, nam Darwin de term 'survival of the fittest' over als vervanger van zijn eigen term natuurlijke selectie.

De term survival of the fittest wordt tegenwoordig gebruikt voor vrijwel iedere situatie waarin enige analogie is met evolutie en natuurlijke selectie. Veel biologen gebruiken daarom deze term niet meer en spreken enkel van natuurlijke selectie.

'Survival of the fittest' wordt vaak verward met 'het recht van de sterkste'. Een organisme hoeft echter niet de 'sterkste' te zijn om betere overlevingskansen te hebben dan anderen. Meer intelligentie, betere camouflage of beter vluchtgedrag kunnen overlevingskansen vergroten en er voor zorgen dat een organisme 'the fittest' is. Het dier dat het best is aangepast aan diens omgeving en daardoor de beste overlevingskansen heeft, heeft in zijn habitat de beste 'fit' (aanpassing).

Het betekent al helemaal niet dat de 'sterkste' het morele recht heeft te doen wat hij wil met de 'zwakkere' met de motivatie dat dat nu eenmaal zo werkt in de natuur. Kapitalisten, fascisten en nazi's gebruikten dit argument om hun imperialistische aspiraties te verdedigen. Deze verwarring wordt grotendeels toegeschreven aan de gewijzigde betekenis van fittest. Toen deze term ontstond in Engeland betekende fittest vooral meest passend (to fit → passen) of het geschiktst in tegenstelling tot in de beste fysieke conditie.