Susie Rijnhart-Carson

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Susie Rijnhart
Route van de reis van Susie Carson-Rijnhart

Susie Rijnhart-Carson (Chatham (Ontario), 1868Strathroy (Ontario), 7 februari 1908) was een Canadees zendeling.

Carson behaalde haar mastergraad in de geneeskunde in Toronto en trouwde met Petrus Rijnhart, een Nederlands missionaris die bezield was om Tibet te bekeren tot het christendom. Ze leerden elkaar kennen in een christelijke gemeenschap in Kansas City.

Tussen 1895 en 1899 verbleef het echtpaar in, en reisde het door Tibet. In 1898 overleed hun baby en Petrus ging op pad om hulp te zoeken bij inheemse Tibetanen. Van die tocht kwam hij niet meer terug. In het boek dat Susie hierover schreef, vermoedde ze dat hij vermoord was door dezelfde rovers die ze ervoor op de route waren tegengekomen. Tijdens haar verblijf in het Kumbumklooster beschrijft ze in haar brief van 22 januari 1896 een beslissende slag die het Tibetaanse leger uitvoerde tegen Mohammedaanse rebellen, waarbij ze beschrijft dat er onder de rebellen duizend mannen, vrouwen en kinderen omkwamen.

Rijnhart was net als andere Orthodox-protestantse zendelingen aan het eind van de 19e eeuw gefascineerd door wat zij als de overeenkomsten tussen het boeddhisme in het Tibetaanse cultuurgebied en het Rooms-katholicisme zagen, omdat dit hen de gelegenheid gaf van beide de zogenaamde achterlijkheid te illustreren. In die visies is er al sprake van enig moreel verval van het boeddhisme met het verschijnen van het Mahayana en daarna het Yogacara. Het absolute verval wordt echter bereikt met de vorm van boeddhisme in Tibet.

Met hulp van vrienden keerde Susie Rijnhart terug naar de Verenigde Staten en Canada, waarbij haar verhaal een wereldwijde sensatie werd. Charles Paul hielp haar bij de publicatie van haar boek With the Tibetans in Tent and Temple in 1901, een boek dat ook vertaald werd.

In 1901 ging ze opnieuw naar Tibet, in het belang van de Foreign C. Missionary Society, en trok ze door naar West-China. Als arts verzorgde ze zowel Tibetanen als Chinezen en wendde ze haar invloed uit om het christendom uit te dragen, vooral bij vrouwen en kinderen. Tijdens de gezamenlijke zending werden ongeveer zeven kerken ingewijd. Haar gezondheid ging achteruit en ze hertrouwde in oktober 1905 met James Moyes. Ze verhuisden naar Chentu waar ze de Christian Literature Society dienden. Hier werd ze ziek en ze ging terug naar Canada. Drie weken na de geboorte van hun zoon overleed ze.

Bibliografie[bewerken]

  • (en) Carson-Rijnhart, Susie (1901) With the Tibetans in Tent and Temple: Narrative of Four Years Residence on the Tibetan Border and of a Journey Into the Far Interior, Foreign Christian Missionary Society, Cincinnati
  • (en) Sinclair Wellby, Montagu (1996) Through Unknown Tibet, Asian Educational Services, ISBN 978-8120610583
  • (en) McLoone-Basta, Margo (1997) Women Explorers in Asia, Capstone Press, ISBN 978-1560655060
  • (en) Lopez, Jr., Donald S.( 1998),Prisoners of Shangri-La: Tibetan Buddhism and the West, University of Chicago Press, , ISBN 0226493105

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties