Suzereiniteit

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Suzereiniteit is een term die soms wordt gebruikt voor de macht die een gebied domineert of die er een protectoraat uitoefent. Een suzerein is een dominerende staat of vorst. Het begrip 'suzereiniteit' wordt analoog aan soevereiniteit bijvoorbeeld gebruikt voor Tibet en Mongolië, die lange tijd onder de suzereiniteit van de Chinese keizers stonden. Een hedendaags voorbeeld van suzereiniteit is de macht die de staat Israël over de Palestijnse Autoriteit uitoefent.

Geschiedenis van het begrip[bewerken]

De theorie van suzereiniteit is ontstaan als reactie op de theorie van de soevereiniteit die met name via het absolutisme in Europa is uitgedragen. Tegenstanders van het absolutisme werden gedwongen door de claims van aanhangers van het absolutisme een tegenwicht te bieden. De term suzereiniteit komt voor het eerst voor in 1470 en betekent dan niets anders dan hoge heerser. Het woord soeverein betekent dat tegen die tijd ook nog. Door de nieuwe interpretatie van Jean Bodin van de term soevereiniteit gaan de twee betekenissen uiteenlopen. De theorie van suzereiniteit is dus net zo nieuw als die van soevereiniteit.

Soeverein vs suzerein[bewerken]

De nieuwe interpretatie van het recht van de koning in de vorm van soevereiniteit voor de koning betekende dat opnieuw nagedacht ging worden over staatsinrichting. Tegenover de soeverein kwam een andere (bestaande) term te staan, suzerein. Een suzerein is een hogere heerser, maar er werd in feite de hoogste heerser mee aangeduid, dat wil zeggen de koning. Het idee is dat er gestapeld gezag is met aan de top de koning.

Het verschil tussen deze twee zit in de uitwerking. Een soeverein is niet gebonden aan regels, er is immers geen hogere macht boven de soeverein. Een suzerein echter is slechts de hoogste in een stapeling van macht. Dat wil zeggen dat sommige zaken bij de koning liggen en andere dingen bij anderen. In de praktijk betekent dat bijvoorbeeld dat als de koning een concrete macht heeft overgedragen aan een ander hij deze niet eigenhandig weer af mag nemen. Een soeverein mag dat wel. Suzereiniteit is als het ware gedeelde en gedelegeerde staatsmacht. Bodin heeft met zijn uitleg het 'gedeelde' weggehaald om soevereiniteit te krijgen. Alle macht is of kan gedelegeerd (worden) door de koning en kan dus ook door hem worden teruggenomen.

Politieke ontwikkelingen[bewerken]

De door Bodin geïntroduceerde interpretatie van het recht leidde dus niet alleen tot de theorie van het absolutisme, maar ook tot een tegenreactie. Aanhangers van deze tegenreactie vonden uiteraard dat het macht van de koning niet onbeperkt was. Die macht werd ingeperkt o.a. door bestaand recht. Ontwikkelingen als de Nederlandse Opstand waarin de rechtmatige heer ontzet werd uit zijn macht omdat hij zijn plichten niet goed uitoefende, voedden deze tegenbeweging. In Engeland won uiteindelijk deze beweging de strijd van het Absolutisme in de Glorious Revolution. De theorie van deze revolutie is verwoord in het boek van John Locke Two Treatises on Government en komt ook terug in Charles Montesquieu's idee van de scheiding der machten. Via deze twee heeft het ook zijn invloed gehad op de Franse en Amerikaanse Revolutie.

Met name in Engeland leidden de politieke ontwikkelingen tot een beschouwing van de bestaande rechten en plichten van koning, andere lokale machthebbers en het parlement. De situatie die de denkers beschouwden kreeg uiteindelijk zijn beslag in de theorie van het feodalisme. Het hoogste gezag in het feodale stelsel was de suzerein. In het feodalisme zijn twee partijen gebonden aan onderlinge rechten en plichten, die niet zo maar kunnen worden opgezegd. Ze gaan hun onderlinge relatie aan op grond van redelijke gelijkwaardigheid; mensen zijn vrij deze relatie aan te gaan. Die situatie werd min of meer hersteld bij het aanstellen van Willem III als koning.

Door de band met het feodalisme komt de term suzerein in de moderne betekenis vaak voor in teksten over het feodalisme in de middeleeuwen. Het is belangrijk te zien dat dit een anachronisme is. De theorie van suzereiniteit is uit de vroeg-moderne tijd en niet uit de middeleeuwen.

De Nederlandse suzereiniteit in Nederlands-Indië[bewerken]

Nederland was in de 20e eeuw suzerein over vier Javaanse vorsten in de vier vorstenlanden in Nederlands-Indië.

Zie ook[bewerken]