Swifterbantcultuur
De Swifterbantcultuur (5300 - 3400 v.Chr.)[1] is een cultuur die is ontstaan aan het begin van het neolithicum. Het is een typerend complex van culturele uitingen, gekenmerkt door keramiek met een typisch spitse vorm. De cultuur is genoemd naar het dorp Swifterbant in de Flevopolder, waar de eerste vondsten zijn gedaan. Recente vondsten bij Hardinxveld-Giessendam[2], waaronder de oudste vrouw van Nederland "Trijntje", zijn nauwelijks te onderscheiden van de Scandinavische Ertebøllecultuur en schuiven het begin van deze beide culturen zelfs nog iets terug tot 5600 v.Chr. In de vroege tijd zijn nauwelijks vaste nederzettingen aan te treffen. De cultuur beleeft een overgang van het jager-verzamelaars stadium naar veeteelt rond 4800-4500 v.Chr. Vanaf 4300 v.Chr.[3] ontwikkelt zich autonoom rond de oeverwallen van kreken ook landbouw.[4] In dit proces is er geen scherpe scheidslijn te trekken met de Trechterbekercultuur (4000-2700 v.Chr.), waarvan de Westgroep (van Noord Nederland tot aan de Elbe) zich uit deze zelfde Swifterbantcultuur heeft ontwikkeld.[5]De cultuur wordt aangetroffen in waterrijke gebieden. Op hoger gelegen gedeelten zijn nog geen nederzettingen aangetroffen.
Inhoud |
[bewerken] Geschiedenis
In de jaren jaren vijftig en zestig werden in de net drooggelegde polders op een diepte van 5 a 6 meter beneden N.A.P. de overblijfselen gevonden van een systeem van kreken en natuurlijke dammen uit prehistorische tijd. Ook vond men de resten van nederzettingen uit het mesolithicum en het neolithicum. Van 1962 tot 1978 worden de nederzettingen opgegraven en de vondsten geanalyseerd, hetgeen in de jaren negentig tot een aantal publicaties leidde.
[bewerken] Geologie
De omgeving van de Swifterbantcultuur ligt aan de oevers van de Overijsselse Vecht in de IJstijd. Het gebied wordt al bewoond vanaf het midden van het mesolithicum en wordt gekenmerkt door rivierduinen en kreken, die door de stijging van de zeespiegel veranderden in wetlands, rietvelden en venen. Later drong de zee het land binnen en worden klei-afzettingen gevormd.
In totaal zijn veertien nederzettingen bekend, waarvan er twee zijn opgegraven. De andere werden, om het bodemarchief intact te laten, door middel van testsleuven verkend.
[bewerken] Oorsprong en ontwikkeling
Tegen 5000 v.Chr. zijn in het zuiden van het land de boeren van de bandkeramische cultuur actief op de lössgronden van Limburg, terwijl boven de rivieren een cultuur van jager-verzamelaars te vinden is, waaruit zich de Swifterbantcultuur ontwikkeld heeft. Het gebied was rijk aan vis en wild, zodat hier goed te leven viel van jacht en verzamelen. Door de langzaam stijgende zeespiegel werd het land wel steeds natter en bestond het voor een groot deel uit minder toegankelijke veenmoerassen. Dat kan een reden zijn geweest dat de Swifterbanters (later) maar op beperkte schaal aan akkerbouw deden.
Naar uit onderzoek[6] blijkt hebben deze twee culturen ongeveer 1000 jaar naast elkaar bestaan, waarbij de bewoners van de uitgebreide moerassen in de Rijndelta langzamerhand sommige gewoonten van de landbouwers in het zuiden hebben overgenomen. In toenemende mate treft men tussen resten van wild ook resten van gedomesticeerde dieren aan, waarbij een duidelijke progressie valt waar te nemen.
Het merendeel van het bekende aardewerk (resten van ongeveer 1300 potten) is van de twee opgravingen afkomstig. De aanwezigheid van paalgaten wijst erop dat de cultuur in ieder geval semi-sedentair was en dat de streek continu bewoond was vanaf het midden van het mesolithicum tot in het neolithicum als de Swifterbantcultuur opgaat in de Trechterbekercultuur.
[bewerken]
Niet alleen in Nederland zijn vondsten van de Swifterbantcultuur gedaan, maar ook in de naburige Duitse deelstaaten Nedersaksen en Noord-Rijnland-Westfalen. Zo is er in Hüde (district Diepholz) gelegen aan het Dümmer-meer, eind jaren zestig, een belangrijke vindplaats opgegraven. Het gaat hierbij om een nederzetting in de natte delen - veennederzetting (Moorsiedlung)[7]. Ook hieruit blijkt dat jacht en visserij voor de voedselvoorziening van deze mensen nog van groot belang zijn geweest. In Duitsland wordt de Swifterbantcultuur daarom ook met de vindplaatsnaam Dümmer-Hüde 1 (fase 1 t/m 3) aangeduid. Samen met de nauw verwante Ellerbeckcultuur uit Noord-Duitsland onder meer in Schleswig-Holstein en de Ertebøllecultuur uit Denemarken en Zuid-Zweden vormt dit verwantschappelijke geheel samen met de Swifterbantcultuur ongeveer het verspreidingsgebied van de latere Trechterbekercultuur. Veeteelt werd overigens door de Swifterbantcultuur ongeveer duizend jaar eerder ingevoerd dan door de Ertebøllecultuur; eerst incidenteel - later meer frequent. Een hogere bevolkingsdichtheid en gepaard gaande extensieve ontbossing kunnen verantwoordelijk zijn voor deze ontwikkeling.
[bewerken] Levenswijze
De gemeenschappen van zo'n 40 tot 80 personen leefden grotendeels van visvangst (zoals snoek, steur, zalm, paling en meerval) en jacht (hert, Europese otter, elanden, beren en watervogels), later (ca. 4500 v.Chr.) speelde veeteelt, varkens en rundvee, een belangrijke rol. Men kende ook emmertarwe en naakt graan. Er zijn bij recente opgravingen wel sporen van akkerbouw gevonden, maar een belangrijke rol in het dagelijkse leven speelde die waarschijnlijk nog niet.[8]
De overgang van jager-verzamelaar naar een bestaan als boer was allesbehalve abrupt, maar verliep over vele generaties, waarbij een generatie niet eens besefte dat er een verandering optrad. Geleidelijk wordt echter jacht en visvangst vervangen door het houden van koeien, en (min of meer) gedomesticeerde varkens.
[bewerken] Noten
- ^ Volgens het Archeologisch Basisregister (ABR), versie 1.0 november 1992" [9], Swifterbant potten worden gedateerd van NEOVB (vroeg Neolithicum) tot NEOMA (Vroeg Midden Neolithicum), gestandaardiseerd door "De Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM)" als een periode die 5300 v.Chr. begon en 3400 v.Chr. eindigde
- ^ L. P. Louwe Kooijmans - Trijntje van de Betuweroute, Jachtkampen uit de Steentijd te Hardinxveld-Giessendam, 1998, Spiegel Historiael 33, blz. 423-428[10]
- ^ De oudste akker gevonden in Swifterbant dateert van 4300-4000 v.Chr, [11]
- ^ De Spiegel van Swifterbant - Daan Raemakers, Groningen, 2006, [12]
- ^ Encyclopedie Drenthe Online, Trechterbekercultuur, [13]
- ^ Swifterbant-aardewerk : een analyse van de neolithische nederzettingen bij Swifterbant, 5e millennium voor Christus, J.P. de Roever. Groningen, 2004. Online: [14]
- ^ Deichmüller, J. 1969. Die neolithische Moorsiedlung Hüde I am Dümmer. Vorläufiger Abschlußbericht, Neue Ausgrabungen und Forschungen in Niedersachsen 4,pp. 28-36
- ^ Hans Peeters, Willem-Jan Hoogestijn, Theo Holleman, De Swifterbantcultuur, Uniepers, 2004.