Symbolisch interactionisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Symbolisch interactionisme is een theorie in de sociologie die zich toelegt op de studie van symbolen die in de omgang van mensen gebruikt worden. Het is verwant aan het interactionisme.

Algemeen[bewerken]

Het gebruik van symbolen in de alledaagse werkelijkheid - en de omgangsvormen daarin - kan beperkingen zowel als mogelijkheden met zich meebrengen, waarvan we ons niet altijd bewust zijn.

Twee centrale figuren binnen het symbolisch interactionisme zijn Herbert Blumer en Erving Goffman. Vooral Blumer is sterk beïnvloed door George Herbert Mead, een van de grondleggers van het interactionisme. Weliswaar heeft Goffmann zich nooit een symbolische interactionist willen noemen.

Centrale begrippen[bewerken]

Centrale begrippen binnen het symbolisch interactionisme zijn 'inner talk' (Blumer), 'impression management' (Goffman), 'frontstage' en 'backstage' (Goffman).

Inner talk[bewerken]

Een mens kan, in tegenstelling tot een dier, met zichzelf een conversatie voeren, een gedachtegang opbouwen, zichzelf abstraheren en als voorwerp zien.

Dit is niet zomaar een in of tegen zichzelf spreken, maar een tussenstap tussen de omstandigheid waarin we ons als persoon bevinden, en het gedrag dat we stellen. Gedrag mogen we dus niet reduceren tot de situatie en omstandigheden, maar is ook de wijze waarop de toestand wordt waargenomen en gedefinieerd.

De zin die wij en anderen, de 'actoren' in de sociale werkelijkheid, geven aan wat er met en rondom ons gebeurt, bepaalt (mede) hoe de werkelijkheid gevormd wordt. Dit is een voortdurend proces. We zoeken voortdurend naar nieuwe zin en betekenis.

De 'inner talk' is het voortdurend zin geven aan wat er omgaat. Dit gebeurt in de psyche (in ons Zelf), maar is tegelijk sociaal van aard (bepaald door en met de anderen). Symbolen die via het socialisatieproces zijn aangeleerd bepalen die 'inner talk'.

Impression management[bewerken]

Mensen spelen een rol (bijv. man, vrouw, kind, moeder) en willen in die rol worden herkend (via kledij, houding, uitspraken, statussymbolen, etc.). Een rol spelen betekent dat we duidelijk maken dat we aan de verwachtingen, die aan die rol vastzitten, (willen) beantwoorden. In meer of mindere mate bestaan er 'echte personen' achter de gespeelde rollen, de maskers die mensen dragen.

Frontstage en backstage[bewerken]

Mensen blijven niet voortdurend in hun publieke rol, blijven niet voortdurend 'frontstage', maar zijn na hun uren 'privé' of 'backstage'.

Deze termen zijn afgeleid uit de toneelwereld. Frontstage is dan het podium, backstage verwijst naar de coulissen.

Frontstage proberen mensen door hun rol, hun masker, indrukken te manipuleren. Er is sociale controle, en wie de gangbare normen en waarden overtreedt verwacht reactie.

Backstage zijn mensen op hun gemak. Ze kunnen 'zichzelf' zijn, hoewel ze in zekere mate toch nog een rol vervullen. Bij backstage hoort meestal wat 'not done' is frontstage, bijvoorbeeld het dialect (lange tijd ook frontstage gebruikt), vloeken, wild gedrag, roddelen (dat mag bijvoorbeeld minder frontstage).