Symfonie nr. 1 (Prokofjev)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Symfonie nr. 1
Componist Sergej Prokofjev
Soort compositie symfonie
Gecomponeerd voor orkest
Toonsoort D majeur
Opusnummer 25
Andere aanduiding De Klassieke
Compositiedatum 1916-1917
Première 21 april 1918
Duur ca. 14minuten
Vorige werk "De speler", opera in 4 bedrijven, op. 24
Volgende werk Pianoconcert nr. 3
Oeuvre Oeuvre van Sergej Prokofjev
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

Symfonie nr. 1 in D majeur, opus 25 , ook wel De Klassieke is Sergej Prokofjev's eerste symfonie. Prokofjev begon met schrijven in 1916, hoewel hij het grootste deel van de symfonie in 1917 schreef. De symfonie ging in première op 21 april 1918 te Petrograd. Prokofjev dirigeerde zelf.

Het werk bestaat uit vier delen:

  1. Allegro
  2. Larghetto
  3. Gavotta: Non troppo allegro
  4. Finale: Molto vivace

Geschiedenis[bewerken]

Prokofjev schreef de symfonie tijdens een vakantie op het platteland als oefening om te componeren zónder gebruik te maken van de piano, tegen zijn gewoonte in om aan de piano een stuk te componeren. Prokofjev hield hier eerder aan vast, daar hij immers een zeer begaafd pianist was.
De symfonie klinkt als een anachronisme. Prokofjev wilde een symfonie schrijven waarvan men zou zeggen dat deze geschreven zou zijn door Joseph Haydn, maar dan wel in de 20e eeuw. Naast de muziek is ook de orkestbezetting gebaseerd op een orkest uit de 18e eeuw aangevuld met enige percussie-instrumenten. Prokofjev kreeg het idee voor deze symfonie toen tijdens zijn studie aan het conservatorium, zijn leraar Sergej Tanejev hem voorbereidde om muziekwerken van Haydn te dirigeren. Prokofjev gaf de symfonie de titel De Klassieke omdat hij het werk als een echt klassiek muziekstuk zag.

Stijl[bewerken]

Sommigen delen deze compositie qua stijl in bij het neoclassicisme, een stroming binnen de 20e-eeuwse muziekperiode. Dit wordt door anderen tegengesproken. Aangezien de componist de intentie had een muziekstuk te componeren op basis van de muziekstijl van de 18e eeuw, met daarbij eigentijdse toepassingen is er eerder sprake van een voorloper. Later toen het neo-classicisme zich verder ontwikkelde, schreef men eigentijdse muziek, met daarin "klassieke" elementen verwerkt; het "echte" neoclassicisme. Prokofjev heeft dus een 18e-eeuwse symfonie opgeleverd, die met name door zijn plotselinge muzikale wendingen toch 20e-eeuwse elementen bevat. Ook het karakter van de componist zit natuurlijk in het werk.