Symfonie nr. 3 (Saint-Saëns)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Symfonie nr. 3
Componist Camille Saint-Saëns
Soort compositie symfonie
Gecomponeerd voor orkest en orgel
Toonsoort c mineur
Opusnummer 78
Andere aanduiding de Orgelsymfonie
Compositiedatum 1886
Première 19 mei 1886
Duur ca. 33 minuten
Oeuvre Oeuvre van Camille Saint-Saëns
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

De Symfonie nr. 3 in c mineur, opus 78, ook wel bekend als de Orgelsymfonie is een orkestwerk van de Franse componist Camille Saint-Saëns.

Hoewel de naam Orgelsymfonie suggereert dat de symfonie een symfonie voor orgel is, is dit echter niet het geval. Het orgel speelt alleen mee in het tweede en vierde deel van de symfonie mee:

  1. Adagio - Allegro moderato
  2. Poco adagio
  3. Allegro moderato - Presto
  4. Maestoso

Saint-Saëns schreef de symfonie in opdracht van de Royal Philharmonic Society uit Londen ter gelegenheid van hun 73e seizoen. Saint-Saëns droeg het werk op aan zijn net overleden goede vriend Franz Liszt. De symfonie heeft een duur van 35 minuten.

De muziek[bewerken]

Adagio - Allegro moderato[bewerken]

Het eerste deel begint langzaam en aarzelend, waarna de sfeer beter wordt wanneer de pauken en strijkers de symfonie openen. De houtblazers spelen contrasterende op- en neergaande melodieën. De openingssectie wordt herhaald en uitgewerkt, waarna de muziek wat ingetogener wordt ter voorbereiding op het vredigere Poco adagio

Poco adagio[bewerken]

In het Poco adagio valt voor het eerst het orgel te horen in een begeleidende stem. De expressieve openingsmelodie wordt gespeeld door de complete strijkerssectie, met uitzondering van de contrabassen. De violen spelen later een variatie op dit thema. Ter afsluiting wordt het thema gespeeld door het orgel, begeleid door pizzicato spelende strijkers.

Allegro moderato - Presto[bewerken]

Het onrustige gevoel van het eerste deel komt weer terug. Vooral de blazerssectie heeft een prominente rol. De piano komt hier voor het eerst aan bod met een aantal stijgende toonladders. Bij de herhaling van het presto komt een nieuw thema naar voren dat gespeeld wordt door de koperinstrumenten en de strijkers. Hier lijkt enige frictie in samenklank te ontstaan. De rust keert geleidelijk terug.

Maestoso[bewerken]

Een vol akkoord op het orgel kondigt het Maestoso aan. Strijkers en piano spelen een vloeiend thema, dat door de orgel wordt herhaald met begeleiding van het volle orkest. Een vrolijke stemming overheerst. Tegen het einde van het vierde deel neemt het tempo en de spanning toe. Het korte sluitstuk met uitgebreide toonladders van strijkers en houtblazers besluit het stuk in volle glorie.

De bezetting[bewerken]

De symfonie is geschreven voor een orkestbezetting bestaande uit drie fluiten (waaronder één piccolo), twee hobo's, althobo, twee klarinetten, basklarinet, twee fagotten, contrafagot, vier hoorns, drie trompetten, drie trombones, tuba, pauken, triangel, bekkens, grote trom, strijkers (eerste viool, tweede viool, altviool, cello, contrabas), piano (twee- en vierhandig) en uiteraard het orgel.

Afgeleide muziek[bewerken]

Het thema uit het vierde deel is de basis van de popsong "If I Had Words" door Scott Fitzgerald and Yvonne Keeley uit 1977.