Symfonie nr. 8 (Schubert)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Symfonie in b-klein
Componist Franz Schubert
Soort compositie symfonie
Gecomponeerd voor orkest
Toonsoort b mineur
Andere aanduiding D 759
Compositiedatum 1822/1823
Première 1823
Duur ca. 20 minuten
Vorige werk Symfonie nr. 7
Volgende werk Symfonie nr. 9
Oeuvre Schuberts werken
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

De Symfonie in b-klein, D 759, met bijnaam Die Unvollendete (de onvoltooide), is een symfonie van Franz Schubert.

Het werk heeft naar de actuele stand van onderzoek nr. 7 in de reeks Schubertsymfonieën. Dit was niet altijd zo: vroeger werd de symfonie als nr. 8 aangeduid. Ook op veel cd's wordt hij als nr. 8 geteld. Zie ook hieronder onder het kopje Geschiedenis.

Beschrijving[bewerken]

De symfonie kent twee delen:

  1. Allegro moderato
  2. Andante con moto

Van een gepland 3e deel (Scherzo (Allegro) – Trio) heeft Schubert alleen de eerste 20 maten georkestreerd. Het als klavieruittreksel genoteerde particel van dit deel breekt af in de 16e maat van het Trio.

1e deel[bewerken]

Het eerste deel begint met een zeer zacht (pp) unisono-motief van de celli en contrabassen. Doordat deze lijn op de dominant (Fis) eindigt ontstaat het idee van een vragende zin. Het antwoord bestaat uit een duister klinkende zestiendenbeweging van de violen, waarboven het hoofdthema in de hobo en klarinet klinkt.

Na een voor een symfonie ongebruikelijk korte overgangsgroep moduleert het geheel van b-klein naar g-groot. Het dan klinkende thema is van een geheimzinnige karakter, en heeft gezorgd voor de grote populariteit van de symfonie. De melodie is landelijk, en reminisceert aan een volkslied. Aangezet door de celli klinkt ze vervolgens in de violen, waarna een generale pauze volgt. Aansluitend aan het neventhema in g-groot volgt een regelrecht gat (het thema breekt plotseling af). Hierop breken de strijkers door met dramatische accenten en tremoli, als laag over dissonanten in de blazersgroep. Opnieuw klinkt het neventhema, maar nu in diverse mineur-modulaties, en vervolgens weer in D-majeur, en deze keer ook in de blazersgroep. Hier eindigt de expositie, die herhaald wordt. Daarna volgt de doorwerking. Hier hoort men alleen het openingsmotief. In de reprise worden alle thema's nog eens in opbouw naar de afsluiting van het eerste deel gebruikt. Het gehele deel volgt dus de sonatevorm.

2e deel[bewerken]

Dit deel heeft Schubert in groot contrast met het eerste deel geschreven. De toonsoort is E-groot, het karakter vrolijk, trots en stevig. De tegenstelling met het duistere eerste deel is evident. In de expositie klinken 3 thema's die steeds herhaald worden. Terwijl het eerste thema langzame gestreken baslijnen bevat, verandert het tweede deel geleidelijk van een aanvankelijk rustig naturel stukje muziek in een pompeus fortissimo.

Geschiedenis[bewerken]

Onvoltooide symfonie, derde deel (scherzo), facsimile, 1885, in J.R. von Herbecks biografie

Schubert werkte in 1822 aan de symfonie. Waarom hij op een gegeven moment stopte met het werken aan deze compositie, die zoals gebruikelijk vier delen zou gaan bevatten, is niet bekend. Wel heeft Schubert de twee delen in 1823 aangeboden aan de Steiermärkischen Musikverein als "een van mijn symfonieën in partituur", wat erop wijzen kan dat Schubert zelf het in tweedelige vorm wellicht toch als voltooid beschouwde. Het werk raakte aanvankelijk in de vergetelheid en werd pas op 17 december 1865 door Johann von Herbeck in de Wiener Hofburg als première uitgevoerd.

De nummering van Schuberts latere symfonieën is verwarrend. Omdat in de 19e eeuw de later ontstane Grote Symfonie in C majeur (D944) al als nummer 7 was gepubliceerd, kreeg de Unvollendete het nummer 8. De Grote staat echter doorgaans bekend als nummer 9 en voor een veronderstelde, verdwenen Gmunden-Gasteiner Symfonie (die waarschijnlijk nooit bestaan heeft of toch D944 was) werd het nummer 7 opengehouden. Met dat nummer wordt echter ook wel een andere onvoltooide symfonie in E (D729) aangeduid. In de nieuwste editie uit 1978 van de Deutsch-Verzeichnis worden deze "7e" symfonieën niet in de nummering opgenomen, waardoor de Unvollendete nummer 7 werd en de Grote nummer 8. De traditionele aanduiding "Symfonie nr. 8" voor de Unvollendete wordt echter ook nog vaak gebruikt.

De reden waarom de symfonie 'onvoltooid' bleef, is tegenwoordig nog onderwerp van vele studies en twistpunt tussen musicologen. Er is een theorie die stelt dat Schubert geen noodzaak zag voor een derde en vierde deel, omdat hij alles al in de eerste twee delen had samengebald en hij tot het inzicht kwam dat de compositie in zijn compacte vorm een volmaakte eenheid vormde. Dit zou betekenen dat Schubert op dat moment brak met de vaste structuur van de drie- of vierdelige symfonische traditie, wat als brug tussen klassieke tijd en romantiek gezien zou kunnen worden.

Deze theorie is echter sterk omstreden. Schubert heeft meer symfoniedelen onvoltooid gelaten: er bestaan dertien fragmenten die bedoeld kunnen zijn voor nog vier andere symfonieën (D615, D708A, D729 en D936A), in diverse stadia van voltooiing en orkestratie. Zijn werkwijze was niet altijd ordelijk of systematisch. Men veronderstelt dat hij diverse malen is begonnen aan een symfonie waarvan de muziek onafgemaakt is blijven liggen, bijvoorbeeld omdat hij iets anders moest laten voorgaan of omdat hij ontevreden was over het concept, misschien zelfs simpelweg omdat zijn hoofd er niet naar stond. Zo zou het ook bij deze symfonie gegaan kunnen zijn.

Pogingen tot voltooiing[bewerken]

In 1928, ter gelegenheid van de 100e sterfdag van Schubert organiseerde de Columbia Grammophone Company in Engeland een wedstrijd om de symfonie te voltooien. Pianist Frank Merrick won deze wedstrijd, en zijn Scherzo en Finale werden uitgevoerd en opgenomen. Deze twee delen raakten echter in de vergetelheid. Recenter, rond 1980, heeft de Britse musicoloog Brian Newbould een andere voltooiing voorgesteld, waarin hij Schuberts eigen schetsen van het scherzo (het trio moest gecompleteerd worden) en de entr'acte muziek uit de toneelmuziek voor Rosamunde verwerkte.

De entr'acte muziek van Rosamunde is door enige musicologen lange tijd gezien als de bedoelde finale van de symfonie. De toonsoort b-mineur komt overeen, de instrumentatie is identiek, en de muzikale sfeer sluit goed aan bij de twee delen van de symfonie. Indien deze entr'acte muziek werkelijk de Finale zou zijn, heeft Schubert dit deel waarschijnlijk losgekoppeld van de symfonie en het voor andere doeleinden in Rosamunde gebruikt. Ook dat kan een reden geweest zijn waarom hij de symfonie verder onvoltooid heeft laten liggen.

Literatuur[bewerken]

  • Brian Newbould: Schubert and the Symphony. A New Perspective. Toccata Press, London 1992, ISBN 0-907689-26-4
  • Renate Ulm (Hrsg.): Franz Schuberts Symphonien. Entstehung, Deutung, Wirkung. dtv/Bärenreiter, München/Kassel 2000, ISBN 3-423-30791-9

Externe links[bewerken]