Syndroom van Capgras

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.

Het syndroom van Capgras of capgraswaan is een psychische aandoening die gezien kan worden als identificatiesyndroom, een vorm van agnosie waarbij mensen, dieren of voorwerpen wel normaal worden herkend, maar hun identiteit niet.

Wie aan het syndroom lijdt, heeft het waanachtige idee dat partners, familieleden of bekenden niet echt zijn, maar vervangen zijn door dubbelgangers met hetzelfde uiterlijk en gedrag. Incidenteel ziet een capgraspatiënt zichzelf als dubbelganger. De meeste capgraspatiënten beschouwen de dubbelganger wel als een mens, maar soms menen ze dat de dubbelganger een robot of buitenaards wezen is.

Er zijn in eerste instantie geen hallucinaties en de patiënt ziet zelf het bizarre in van zijn gewaarwording, maar door de doorlopende overtuiging in een wereld van bedriegers te leven, kan de patiënt na verloop van tijd psychotische verschijnselen ontwikkelen. Bij vrouwen komt de aandoening ongeveer twee keer zoveel voor als bij mannen.

Het syndroom is genoemd naar de Franse psychiater Jean Marie Joseph Capgras, die de aandoening in 1923 in een gevalsstudie beschreef (L’illusion des ‘sosies’ dans un délire systématisé chronique).

Het syndroom komt, onder andere, voor in comorbiditeit met schizofrenie, maar ook bij verschillende vormen van dementie, multiple sclerose, hersenbeschadiging, het gebruik van psychoactieve middelen of alcohol of een bipolaire stoornis met wanen. Gezien de comorbiditeit en overlappende verschijnselen van identificatiesyndromen is geopperd dat het syndroom beter als symptoom beschouwd kan worden.[1]

Oorzaken[bewerken]

Er is bewijs dat de capgraswaan te maken heeft met een verstoring van de emotionele beleving van bekende gezichten. De neuropsychologen Ellis en Young menen dat bij het herkennen van gezichten twee aspecten een rol spelen, een emotioneel en een cognitief aspect. Bij verstoring van het cognitief aspect treedt een stoornis op die bekendstaat als gezichtsblindheid of prosopagnosie. Deze stoornis treedt vaak op bij beschadiging van de secundaire visuele gebieden in de temporale kwab. Het blijkt echter dat bij deze patiënten soms nog wel sprake is van een onbewuste (of impliciete) herkenning van het gezicht in de vorm van een huidgeleidingsreactie. Mogelijk is dit een aanwijzing dat bij hen de emotionele verwerking nog wel intact is. Volgens Ellis en Young is nu bij de Capgraswaan precies het omgekeerde aan de hand: de patiënt heeft wel een impliciete emotionele, maar geen expliciete bewuste beleving van het gezicht. Dit zou een gevolg kunnen zijn van beschadiging van verbindingen tussen gebieden in de hersenen waar emotionele indrukken zijn opgeslagen (zoals de amygdala) en gebieden in de temporale kwab waar zich gezichtsrepresentaties bevinden.

Bronnen
  • Forstl, H.; Almeida, O.P.; Owen, A.M.; Burns, A.; & Howard, R. (1991). Psychiatric, neurological and medical aspects of misidentification syndromes: a review of 260 cases. Psychological Medicine 21 (4) 905–910.
  • Capgras, J. & Reboul-Lachaux, J. (1923). Illusion des sosies dans un délire systematisé chronique. Bulletin de la Societé Clinique de Médecine Mentale 2 6–16.
  • Ellis, H.D.; Whitley, J.; & Luaute, J.P. (1994). Delusional misidentification. The three original papers on the Capgras, Frégoli and intermetamorphosis delusions (Classic Text No. 17). History of Psychiatry 5 (17) 117–146.
  • Passer, K.M. & Warnock, J.K. (1991). Pimozide in the treatment of Capgras' syndrome. A case report. Psychosomatics 32 (4) 446–448.
  • Ellis, H.D. & Lewis, M.B. (2001). Capgras delusion: a window on face recognition. Trends in Cognitive Sciences 5 (4) 149–156.
  • Ramachandran, V.S. (1998). Phantoms In The Brain: Probing the Mysteries of the Human Mind. New York: Harper Collins Ltd. ISBN 0-688-17217-2

Referentie

  1. Forstl, H.; Almeida, O.P.; Owen, A.M.; Burns, A.; & Howard, R. (1991). Psychiatric, neurological and medical aspects of misidentification syndromes: a review of 260 cases. Psychological Medicine 21 (4) 905–910.