Syndroom van Cotard

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.

Het syndroom van Cotard of cotardwaan is een zeldzame psychische aandoening, waarbij iemand de waan heeft dat hij dood is, niet bestaat of dat zijn organen of bloed ontbreken. De aandoening treedt op als gevolg van een neurologische aandoening, hersenletsel of als onderdeel van een breder psychisch ziektebeeld (veelal psychosen) en gaat vaak gepaard met depressies en depersonalisatie.

De aandoening is genoemd naar de Franse neuroloog Jules Cotard (1840 - 1889), die de aandoening als eerste beschreef. Hij noemde het verschijnsel tijdens een college in 1880 le délire de négation (ontkenningsdelier). In het college besprak Cotard het geval van Mademoiselle X, die het bestaan van God en de duivel ontkende en beweerde dat verschillende van haar lichaamsdelen ontbraken en dat ze geen eten nodig had. Later gaf ze te kennen zich eeuwig gedoemd te voelen en geen natuurlijke dood meer kon sterven. Twee jaar na het college publiceerde Cotard zijn bevindingen in Du délire des négations.

In een artikel uit 1996 (The Capgras and Cotard delusions) beschreven A.W. Young, K.M. Leafhead en T.K. Szulecka een recenter geval van het syndroom van Cotard, dat optrad bij een patiënt die bij een motorongeluk een hersenbeschadiging had opgelopen. Hij leed aan depersonalisatie en derealisatie en had de overtuiging dat hij dood was. Een erop volgend verblijf in de warmte van Zuid-Afrika deed hem vermoeden dat hij in de hel was. Hij kreeg het idee dat hij via zijn moeders geest de hel verkende en terwijl hij zelf lag te slapen in Schotland.

Het Journal of Forensic Science beschreef het geval van een 46-jarige labiele man die zich op grond van zijn godsdienst zo zondig voelde dat hij geen recht van leven meer meende te hebben. Later beschouwde hij zich ook als dood en weigerde verder voedsel tot zich te nemen.

Zie ook[bewerken]