Syndroom van Cushing

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Syndroom van Cushing
Synoniemen
Nederlands Cushingsyndroom[1]

Hypercortisolisme[1]
Chronisch glucocorticoïdexces[1]
Chronisch cortisolexces[1]
Pituïtair basofilisme[1]
Hypofysair suprarenaal syndroom[1]

Coderingen
ICD-10 E24
ICD-9 255.0
DiseasesDB 3242
MedlinePlus 000410
eMedicine med/485
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Het syndroom van Cushing[1] (ICD-10 E24) is een verzameling van klinische tekens en symptomen die veroorzaakt wordt door een te hoog cortisolgehalte in het bloed (hypercortisolemie). Dit kan een gevolg zijn van inname van medicijnen die corticosteroïden bevatten, zoals inhalatiecorticosteroïden of huidzalven, of van een te hoge cortisolproductie door de bijnieren of vanuit de hypofyse. Cortisol is een hormoon, dat gemaakt wordt in de bijnieren, aangestuurd vanuit de hypofyse. Het wordt ook wel het 'stresshormoon' genoemd, omdat het vrijkomt bij lichamelijke of geestelijke stress. Het breekt eiwitten af in de spieren, waarbij glucose vrijkomt en daardoor de bij stress benodigde energie. In de stofwisseling speelt het een rol bij:

Cortisol remt onder meer ontstekingsreacties, en veroorzaakt een stijging van de hoeveelheid glucose in het bloed (hyperglykemie). Het lichaam reageert op het te hoge glucosegehalte door het hormoon insuline te produceren. Het langdurig verhoogde cortisol en de langdurig verhoogde insuline zorgen samen voor een abnormale verdeling van het lichaamsvet. Ook leidt een continu verhoogde productie van insuline uiteindelijk vaak tot suikerziekte (diabetes mellitus). Het verhoogde cortisol zorgt ook voor de afbraak van eiwitten in de huid en in het haar en verzwakt zo het bindweefsel. Cortisol heeft ook een remmend effect op een ander hormoon, ADH, wat ervoor zorgt dat iemand met het syndroom veel moet plassen (polyurie).

Symptomen[bewerken]

Striae bij Cushing patiënt in de zij.
  • Typische vetverdeling: vetopstapeling ter hoogte van de buik (centrale adipositas), terwijl de armen en benen slank zijn en soms zelfs mager door spierafbraak.
  • Gewichtstoename. Door de ongewone vetverdeling over het lichaam lijkt iemand ook veel dikker.
  • Moonface (letterlijk 'maangezicht'), een rond opgeblazen gelaat
  • Bisonnek (ook wel 'buffalo hump' genoemd), een bochel van vet hoog op de rug
  • Dunnere huid, waarbij er sneller dan normaal blauwe plekken ontstaan
  • Striae (zwangerschapsstrepen) op buik en billen door gewichtstoename en verzwakking bindweefsel.
  • Vermoeidheid
  • Slaapproblematiek, waarbij het dag/nacht ritme moeilijk is te handhaven.
  • Dunner wordende spieren (spieratrofie) en vermindering spierkracht
  • Dunner en brokkelig wordende haren
  • Vaak moeten plassen (polyurie)
  • te hoog cortisol in het bloed. Het cortisol kan ook in het speeksel en de urine gemeten worden.
  • Overmatige acne

Bij vrouwen[bewerken]

  • Verminderde vruchtbaarheid of verminderd libido(zin in seks). Toename van haargroei (hirsutisme) op het gelaat, borsten, buik en ledematen. De menstruatie kan onregelmatig worden of zelfs helemaal uitblijven.

Bij mannen[bewerken]

  • Verminderde vruchtbaarheid, minder zin in seks en/of impotentie.

Oorzaken[bewerken]

De oorzaken kunnen hun oorsprong hebben in:

  • een goedaardig tumor adenoom in de hypofyse. De hypofyse geeft dan te veel ACTH af, een hormoon dat de bijnieren stimuleert om cortisol te maken. Dit wordt ook wel de ziekte van Cushing genoemd, ter onderscheid van het syndroom van Cushing, waarbij de oorzaak in de bijnieren gelegen is.
  • de bijnier zelf, waarin om één of andere reden te veel cortisol geproduceerd wordt.
  • iatrogeen, door behandeling met corticosteroïden voor een andere ziekte

Dit zijn de belangrijkste oorzaken van het syndroom van Cushing. Andere oorzaken kunnen zijn gelegen in:

  • de hogere hersencentra: zware depressie
  • de hypothalamus (overmatige afgifte van het hormoon CRH; corticotropin-releasing hormone)
  • een tumor buiten de hypofyse, die ACTH produceert (bijvoorbeeld een longcarcinoom). Dit wordt ectopische Cushing genoemd.

Historiek[bewerken]

De eerste beschrijving van het syndroom van Cushing gebeurde door Harvey Cushing, die dacht te maken te hebben met één specifieke ziekte die deze symptomen veroorzaakte. Nadien bleken er ook andere oorzaken van het syndroom te zijn. De eerst beschreven oorzaak van dit syndroom, een hypofyse-adenoom met hypersecretie van ACTH, is - een beetje verwarrend - ziekte van Cushing genoemd.

Externe link[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  1. a b c d e f g Everdingen, J.J.E. van, Eerenbeemt, A.M.M. van den (2012). Pinkhof Geneeskundig woordenboek (12de druk). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.

De Nederlandse Vereniging voor Addison en Cushing Patiënten heeft een aantal brochures en boeken over het Syndroom van Cushing uitgegeven.