Synode van Dordrecht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Synode van Dordrecht. De Arminianen zitten als aangeklaagde partij aan de tafel in het midden.

De Synode van Dordrecht (ook wel de Synode van Dordt genoemd) was een door de Nederduitse Gereformeerde Kerk belegde kerkvergadering. De Synode kwam in opdracht van de Staten-Generaal in Dordrecht, de eerste stad van Holland, bijeen om te proberen een eind te maken aan de godsdienstige controverse tussen remonstranten (Arminianen) en contra-remonstranten (Gomaristen), een conflict dat zich in de aan de Synode van Dordrecht voorafgaande jaren tot een splijtzwam in de Nederlandse maatschappij en politiek had ontwikkeld.

Alvorens met de eerste vergadering van de synode te beginnen vond er op 13 november 1618 een kerkdienst plaats in de Grote Kerk. Daarna begon men aan de eerste vergadering in een bovenzaal van de Kloveniersdoelen. Daar werd op 9 mei 1619 ook de 154e en laatste vergadering afgesloten. Er werd dus bijna iedere dag vergaderd. Behalve naar vertegenwoordigers van alle bij de Republiek der Zeven Provinciën aangesloten provincies, had de synode ook uitnodigingen verstuurd naar en achttal buitenlandse gereformeerde kerken met het verzoek om vertegenwoordigers te sturen. Deze buitenlandse vertegenwoordigers kregen ook stemrecht.

In 2014 is men begonnen met de publicatie van de eerste, kritische editie van de acten en documenten van de Synode van Dordrecht.[1]

Achtergrond[bewerken]

Reeds eerder waren er in Dordrecht provinciale synodes bijeengekomen. Ook had men er in 1578 een Nationale Synode georganiseerd. Om die reden wordt de bijeenkomst in 1618 soms de tweede Synode van Dordrecht genoemd.

De besluiten van de synode waren nauw gerelateerd aan de politieke intriges die zich het Twaalfjarig bestand, een pauze in de Tachtigjarige Oorlog hadden voorgedaan. Na de dood van Jacobus Arminius hadden zijn volgelingen bezwaren tegen de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de leer van Johannes Calvijn, Theodorus Beza, en hun volgelingen ingebracht. Deze bezwaren werden uiteengezet in een document dat de Remonstrantie van 1610 wordt genoemd. Vanwege deze remonstrantie zijn de Arminianen daarna bekend komen te staan als remonstranten. Zij onderwezen dat de uitverkiezing plaatsvindt op basis van een voorzienbaar geloof, de mogelijkheid tot vergeven van de zonden van de gehele wereld (universele verzoening), een niet onwederstandelijke genade en de mogelijkheid deze genade te kunnen verliezen. Hun tegenstanders binnen de calvinistische kerk, die naar Franciscus Gomarus, professor in de theologie aan de Universiteit Leiden ook wel Gomaristen werden genoemd, kwamen als contrast tegen de remonstranten later bekend te staan als contraremonstranten.

De remonstrantse Arminianen werden gezien als bereid om compromissen met Spanje te sluiten. De contra-remonstrantse Gomaristen waren daar niet toe bereid. In hun ogen en ook in die van Maurits van Oranje en zijn aanhangers werd het Arminianisme als een vorm van politiek verraad beschouwd; in 1617-8 werd er in de Republiek een pamflettenoorlog over deze kwestie gevoerd; François van Aerssen drukte hierin het standpunt uit dat de Arminianen voor Filips IV van Spanje werkten.[2] Met de planning voor een Nationale Synode werd in maart 1618 aangevangen door de Hollandse raadspensionaris Adriaan Pauw.[3] Voor die tijd was er al een debat geweest over de vraag of er nu een nationale synode moest komen, zoals de contra-remonstranten wensten, of dat een provinciale synode, alleen voor het graafschap Holland, zou volstaan. Dit was het standpunt van de remonstranten. Deze beslissing werd in 1617 uitgewerkt, met externe input van de Engelse ambassadeur Dudley Carleton.[4]

Doel van de Synode[bewerken]

Protestantisme

Titelpagina Statenvertaling

in Nederland

..Stromingen

Lutheranisme
Lutheranisme
Vrijzinnig-Protestantisme
Vrijzinnig-protestantisme
Midden-orthodoxie
Protestantse Kerk in Nederland
Modern-Gereformeerd
Voortgezette Gereformeerde Kerken in Nederland
Orthodox Protestantisme
Calvinisme
Gereformeerd Protestantisme
Orthodox-protestantisme
Orthodox Gereformeerd
Orthodox-gereformeerden
Bevindelijk Gereformeerden
Bevindelijk gereformeerden
Evangelisch
Evangelisch Christendom

Het voornaamste doel van de Synode van Dordrecht was tot een uitspraak te komen in het voortslepende geschil tussen de remonstranten en contra-remonstranten, een geschil dat zich toespitste op de predestinatieleer, en het vastleggen van geloofsbelijdenissen.[5][6]

Er wordt wel beweerd dat de uitkomst van de Synode al vaststond nog voor zij was begonnen. Volgens Frederick Calder, "werd veroordeling [van de Remonstrantse doctrines] al bepaald nog voor de nationale synode was bijeengekomen."[7] Aan de andere kant gaven de theologische formuleringen van de Dordtse Synode, afgezien van de veroordeling van de Arminianen, geen steun aan alle eisen van de Gomaristen. De meer extreme standpunten van Nederlandse calvinisten werden in gedetailleerde debatten gemodereerd.[8]

Gang van zaken[bewerken]

Voorzitter van de Synode was dominee Johannes Bogerman uit Leeuwarden. Dominee Bogerman was een tegenstander van de remonstranten. De remonstranten werden niet als gelijkwaardige partij, maar als beklaagden opgeroepen.

Simon Episcopius (1583-1643) was de woordvoerder van de 14 remonstranten, die vóór de Synode waren opgeroepen. Bij de opening van de synode vroeg Episcopius om te mogen spreken.

Aanhalingsteken openen

"Episcopius [...] drong er op aan dat hem werd toegestaan te mogen beginnen met een weerlegging van de calvinistische leerstellingen, in het bijzonder die van de reprobatieleer (voorbeschikking voor de hel), in de hoop dat door het uiteenzetten van zijn bezwaren tegen deze doctrine ten overstaan van de gehele synode, hij een zodanig vooroordeel tegen de andere artikelen van het systeem kon bewerkstelligen dat hij de populaire stem aan zijn kant kon krijgen. De synode herinnerde hem er echter zeer terecht aan [...] dat de remonstranten er van werden beschuldigd om afgevallen te zijn van het gereformeerde geloof, zij waren eerst gebonden om zichzelf te rechtvaardigen, door het geven van bewijs uit de Bijbel dat hun opinies ondersteunde. De Arminianen wouden zich echter niet aan deze procedurele beslissing onderwerpen, omdat dit hun hele betoogschema vernietigde [...] zij werden dus gedwongen om zich terug te trekken. Na hun vertrek ging de Synode zonder hen door."[9]

Aanhalingsteken sluiten

Op 14 januari 1619 werden de remonstranten uitgesloten van de beraadslagingen van de Synode, die vervolgens de contra-remonstranten gelijk gaf. Tweehonderd Remonstrantse predikanten werden uit het ambt gezet, waarop deze in Antwerpen de "Remonstrantse Broederschap" oprichtten.[5][6]

Dordtse Leerregels[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Dordtse Leerregels voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Gereformeerden verwierpen de vrije wil van de mens, en legden hun opvattingen over de predestinatie vast in de Dordtse Leerregels, waarin de standpunten tegen de remonstranten worden weergegeven in vijf punten. Internationaal wordt er wel gesproken over de vijf punten van het calvinisme (Five points of Calvinism), waarbij men doelt op de vijf punten die behandeld worden in de Dordtse Leerregels.

De Dordtse Leerregels vormen een officieel onderdeel van de drie belijdenisgeschriften van de Nederlandse Hervormde en Gereformeerde kerken in Nederland, de Drie Formulieren van Enigheid: de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de (tijdens diezelfde synode vastgestelde) Dordtse Kerkorde

Nasleep voor de remonstrantse deelnemers aan de Synode[bewerken]

De dertien remonstrantse predikanten, waaronder Episcopius, was in afwachting van nadere instructies opdragen om in Dordrecht te blijven. Op 20 mei 1619 werden de remonstrantse predikanten, die eerder bij de Synode aanwezig waren geweest, door de lekencommissarissen van de synode opgeroepen en kregen zij de opdracht zich te onthouden van domineesachtige activiteiten zoals preken, vermanen, het toedienen van de sacramenten en het bezoeken van de zieken. Bovendien kreeg Episcopius het bevel om geen brieven of boeken te schrijven waarin hij de leerstellingen van de remonstranten zou aanprijzen. De remonstranten stemden er mee in zich te onthouden van domineefuncties in de staatskerken, maar zeiden dat hun plicht was om hun doctrines daar uiteen te zetten, waar mensen zich maar zouden verzamelen om deze aan te horen.[10]

Op 5 juli werden zij daarop naar de vergadering van de Staten-Generaal geroepen, waar hun werd verzocht om de Acte van Cessatie te ondertekenen, die de opdracht aan hen om af te zien van het domineeschap legaliseerde. Toen zij deze acte echter weigerden te ondertekenen, werden zij als "verstoorders van de openbare vrede" veroordeeld. Hun werd opgedragen de Republiek der Zeven Provinciën te verlaten.[11]

Dordtse Kerkorde[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Dordtse Kerkorde voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Ook werd de Dordtse Kerkorde aangenomen, die nog steeds de basis vormt van het kerkrecht in veel gereformeerde kerken. In de Handelingen of Acta van de synode van Dordrecht staat welke besluiten er zijn genomen.

Officiële vertaling van de Bijbel in het Nederlands[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Statenvertaling voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Van 19 november 1618 tot 27 november 1618 heeft de Synode van Dordrecht in zeven zittingen gesproken over de mogelijkheid van een officiële vertaling (de Statenvertaling) van de Bijbel uit de oorspronkelijke talen, waarin de Bijbel geschreven is, naar het Nederlands. In deze vergaderingen kwamen drie belangrijke vragen aan de orde:

  • Bestaat er een noodzaak van een nieuwe vertaling van de Bijbel? Deze vraag werd positief beantwoord.
  • Hoe een zo getrouw mogelijke vertaling in zo kort mogelijke tijd tot stand te laten komen? Maatregel: de Synode heeft concrete richtlijnen voor het vertaalwerk opgesteld.
  • Door wie op welke wijze moest het vertaalwerk worden uitgevoerd? Maatregel: de Synode heeft vertalers aangesteld en ook aangegeven dat er systematisch correctiewerk moest worden ingepland.

Deze Statenvertaling zou in 1637, na bijna 20 jaar gereedkomen. De synode benoemde de eerste vertalers en verzocht de Staten-Generaal om dit omvangrijke project te financieren. De Statenbijbel zou een blijvende invloed hebben op het standaard Nederlands, dat in die tijd net een bredere acceptatie verkreeg en een literaire traditie ontwikkelde. De Statenbijbel zou in de protestantse kerken tot diep in de twintigste eeuw de standaardvertaling van de Bijbel blijven. In sommige zusterkerken van de Nederlandse Hervormde Kerk, de rechtsopvolger van de oorsponkelijke Nederduitse Gereformeerde Kerk, en sommige, kleinere afgesplitste kerkgenootschappen is de Statenbijbel nog steeds in gebruik.

Alibi voor een politieke afrekening[bewerken]

De synode veroordeelde de religieuze doctrine van het Arminianisme als ketterij. Hierop volgde de politieke veroordeling van de staatsman Johan van Oldenbarnevelt, die de beschermer van de remonstranten was geweest. Voor de misdaad van algemene verstoring van de staat van de natie, zowel van Kerk als Staat (verraad), werd hij op 13 mei 1619 onthoofd, slechts vier dagen na de laatste vergadering van de synode van Dordrecht. Als gevolg van de nederlaag van de remonstranten werd onder andere aan de jurist Hugo de Groot een levenslange gevangenisstraf opgelegd; hij wist echter met de hulp van zijn vrouw en zijn dienstmeisje in een boekenkist uit Slot Loevestein te ontsnappen. Zowel Van Oldenbarnevelt als De Groot hadden sinds 29 augustus 1618 in hechtenis gezeten.

Deelnemers[bewerken]

Buitenlandse afgevaardigden[bewerken]

  • Engeland: George Carleton (1559-1628), Joseph Hall (1574-1657), Thomas Goad (1576-1638), John Davenant (1576-1641), Lancelot Andrewes (1555-1626).
  • Schotland: Walter Balcanqual 1586-1645), Samuël Ward (overleden 1643), Guiliemus Amesius (1576-1633)
  • Heidelberg: Abraham Scultetus (1566-1624), Paul Tossanus (1572-1634), Hendrik Alting (1583-1644)
  • Hessen: Georg Cruciger (1575-1637), Paul Stein (1585-1643), Rudolphus Goclenius (1547-1628), Daniel Anglocrator (1569-1635).
  • Zwitserland: Johann Jakob Breitinger (1575-1645), Wolfgang Mayer (1577-1653), Sebastian Beck (1583-1654), Mark Rütimeyer (1580-1647), Hans Conrad Koch (1564-1643).
  • Genève: Jean Diodati (1576-1649), Theodore Trochin (1582-1657)
  • Bremen: Ludwig Crocius (1586-1653), Matthiuas Martinius (1572-1630), Heinrich Isselburg (1577-1628).
  • Nassau-Wetteravië: Johann Heinrich Alsted (1588-1638), John Bisterfeld (overleden 1619), Georg Fabricius
  • Emden: Ritzius Lucas Grimersheim (1568-1631), Daniël Bernard Eilshemius (1555-1622).

Voetnoten[bewerken]

  1. Acta et Documenta Synodi Nationalis Dordrechtanae (1618–1619) Donald Sinnema, Christian Moser, Herman Selderhuis (eds.) vol. I, CVII, 539 bladzijden. ISBN 978-3-525-55078-6 Vandenhoeck & Ruprecht, Göttingen.
  2. Jonathan Israel, blz. 62-3.
  3. Jonathan Israel (1998), blz. 456.
  4. Milton, blz. 2; Google Books.
  5. a b De Remonstranten: geschiedenis
  6. a b Remonstrantse Broederschap: Remonstranten: ontstaan en geschiedenis
  7. Calder, blz. 270-271.
  8. W.B. Patterson, King James VI and I and the Reunion of Christendom (1997), hfdstk. 8, voor een volledig overzicht.
  9. Thomas Scott, The Articles of the Synod of Dort, Sprinkle Publ., 1993 herdruk, blz. 5
  10. Calder, blz. 388-389.
  11. Calder, blz. 389.

Externe links[bewerken]