Systeemtherapie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Systeemtherapie is een koepelterm voor alle methodieken en strategieën die gebruikt worden in de begeleiding en behandeling van gezinnen met allerlei psychosociale moeilijkheden.

Uitgangspunt[bewerken]

De systeemtherapie is ontstaan in het begin van de jaren vijftig in Amerika, als een antwoord op het tekort van interventies die zich richten op het individu en de invloed van andere gezinsleden erkenden.

De psychoanalyse bleek echter al vlug ontoereikend om het gedrag binnen een gezin te beschrijven. Systeemtherapeutische denkers verrijkten hun concepten met ideeën uit diverse wetenschappen, bijvoorbeeld de cybernetica, de opbloeiende wetenschap over zelfregulerende systemen. Het project van antropoloog Gregory Bateson rond psychiatrie en schizofrenie en de samenwerking tussen Bateson en therapeuten als Jay Haley, Weakland en Jackson betekende een stap vooruit in de ontwikkeling van de systeemtherapie.

Nadien formuleerde Paul Watzlawick het systeemdenken in een aantal bijna wiskundig geformuleerde stellingen.

Systeemtherapie is ook bekend als gezins- en relatietherapie. Het gezin is daarbij het systeem, waarvan een persoon lid is door biologische, wettelijke, affectieve, geografische en historische banden. Volgens de stichters van de systeemtherapie zijn menselijke problemen in de kern problemen die ontstaan tussen personen die lid zijn van dit systeem. De onderliggende idee is immers dat als in een systeem (gezin, partnerrelatie, ...) één van de leden een probleem heeft, ook het hele systeem ontwricht wordt. Omgekeerd kan men een individu helpen door het systeem waarin hij/zij leeft te versterken.

Historische evolutie[bewerken]

Historisch bezien zijn een aantal vormen van systeemtherapie, ook wel scholen genoemd, te onderscheiden:

  • Structurele systeemtherapie. In de structurele systeemtherapie is, zoals de naam al suggereert, de structuur van het systeem het voornaamste object van onderzoek en therapie. Salvador Minuchin ontwikkelde deze vorm van gezinstherapie.
  • Strategische systeemtherapie. In de strategische systeemtherapie is men met name geïnteresseerd in de effecten binnen een systeem van diverse gedragingen. Een veelgenoemde naam in dit verband is Jay Haley.
  • Cybernetische systeemtherapie. De cybernetische school ontstond onder in impuls van Mara Selvini Palazzolli. De begrippen circulariteit en neutraliteit vormen de kern ervan.
  • Contextuele systeemtherapie. De voornaamste bezieler van de contextuele school is ongetwijfeld Iván Böszörményi-Nagy (uitgesproken als 'Nodj'). Nagy beschouwt de relatie van de mens met anderen als een relatie over verschillende generaties, die lasten en mogelijkheden aan elkaar overgeven. Hij spreekt vaak over de balans van geven en nemen. Therapie is volgens Nagy zich bewust worden van de (verstoorde) loyaliteit en proberen een zeker evenwicht te herstellen. Ook de term 'destructief recht' is voor Nagy belangrijk. Ouders hebben volgens Nagy de neiging hun eigen onrecht (wat hen aangedaan is tijdens hun jeugd) op hun kinderen te verhalen. Men poogt door therapie dit destructief recht om te buigen tot het verdienen van recht.

Zie ook[bewerken]

Zoek dit woord op in WikiWoordenboek