Táhirih

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Táhirih
Huis van Táhirih in Qazvin
Gevangenis van Táhirih in Teheran

Táhirih (Arabisch:طاهره "De Zuivere") of Qurratu'l-`Ayn (Arabisch: قرة العينHet "Comfort van de Ogen") zijn beide titels van Fátimih Baraghání (geb. 1814-1820, d. 1852), een invloedrijke dichteres en theologe van het Bábí-geloof in Iran. Als prominente Bábí wordt zij hoog gewaardeerd door Bahá'ís en zij wordt in de Bahá'í-literatuur vaak vermeld als voorbeeld voor haar moed in de strijd voor de rechten van vrouwen. Haar geboortedatum is onzeker, aangezien haar geboortebewijs bij haar executie werd vernietigd.

Achtergrond[bewerken]

Táhirih, de dochter van Mulla Muhammad Salih Baraghani, een mullah, groeide op in Qazvin (nabij Teheran), waar zij haar neef Muhammad ibn Muhammad Taqi op de leeftijd van dertien (?) huwde. Zij kreeg godsdienstig onderwijs van haar vader en begon een correspondentie met leiders van de Shaykhísme die in de Shi'ah-heiligdomsteden in Irak bloeide. Uiteindelijk reisde zij daar zelf heen.

Zij is ook bekend in het kader van de godsdienstige titel "Qurratu'l-`Ayn", aan haar gegeven door de tweede Shaykhi-leider, Sayyid Kazim Rashti. Na zijn dood in 1844, vond zij door correspondentie, 'Ali Muhammad van Shiraz (bekend als de Báb) en accepteerde hem als de beloofde Mahdi. Zij was de zeventiende discipel of "Letter van de Levende" van de Báb en de enige vrouw in die groep. In tegenstelling tot de andere Letters van de Levende, ontmoette Táhirih nooit de Báb.

Als Bábí[bewerken]

In Karbala, Irak begon Táhirih haar nieuw geloof te onderwijzen. Nadat enkele Sjii-geestelijken klaagden, bracht de overheid haar over naar Bagdad. Daar begon zij openbare verklaringen te geven over het nieuwe geloof, de geestelijken uit te dagen en met hen te debatteren. De autoriteiten besloten haar daarom uit te zetten naar Iran.

Bij terugkeer in Qazvin scheidde zij informeel van haar echtgenoot, wiens familie vijandig was tegenover de Báb en zijn leringen, evenals haar vier kinderen.

De conferentie van Badasht[bewerken]

Na de arrestatie van de Báb in 1848, woonde Táhirih een conferentie van Bábí-leiders in Badasht bij. In de loop van deze conferentie verscheen zij in het openbaar zonder haar sluier, waarmee de Islamitische Sharia-wet werd afgeschaft en door Bábí-wet werd vervangen. Het was tijdens deze conferentie dat zij van Bahá'u'lláh de titel Táhirih ("Zuivere") kreeg.

Dood[bewerken]

Eén van haar opmerkelijkste citaten zijn haar laatste woorden: "U kunt me doden zodra u houdt wilt, maar u kunt de emancipatie van vrouwen niet tegenhouden." Met de uitroeiing van de Bábi-beweging in de vroege 1850's, werd Táhirih gedood in 1852 in de tuin van Ilkhani in Teheran. Een prominente Bábí, en later Bahá'í, werd zij door een dronken ambtenaar van de overheid met haar eigen sluier gewurgd. Daarna werd haar lichaam geworpen in een put in de tuin.

Bronnen[bewerken]

  • (en) Nabíl-i-Zarandí, The Dawn-Breakers: Nabíl’s Narrative, Bahá'í Publishing Trust, Wilmette, Illinois, VS, 1932 ISBN 0900125225.
  • (nl) Nabíl-i-Zarandí, Nabíl's Verhaal - een verkorte weergave door Zena Sorabjee, Stichting Bahá'í Literatuur, Den Haag, 2009
  • Smith, P., A Concise Encyclopedia of the Bahá'í Faith, Oneworld Publications, Oxford, UK, 1999 ISBN ISBN 1851681841.

Externe links[bewerken]