Talos (dinosauriër)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Talos
Status: Uitgestorven, als fossiel bekend
Talos sampsoni
Talos sampsoni
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Superorde: Dinosauria (Dinosauriërs)
Orde: Saurischia
Onderorde: Theropoda
Infraorde: Tetanurae
Familie: Troodontidae
Geslacht
Talos
Zanno, Varricchio, O'Connor, Titus & Knell, 2011
Typesoort
Talos sampsoni
Afbeeldingen Talos op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Talos op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

Talos is een geslacht van theropode dinosauriërs, behorend tot de groep van de Eumaniraptora, dat tijdens het late Krijt leefde in het gebied van het huidige Noord-Amerika.

Naamgeving en vondst[bewerken]

De typesoort Talos sampsoni is in 2011 benoemd en beschreven door Lindsay Zanno, David Varricchio, Patrick O'Connor, Alan Titus en Michael Knell. De geslachtsnaam verwijst naar Talos, de bronzen reus uit de Griekse mythologie omdat die wel als gevleugeld wordt afgebeeld, stierf aan een wond aan de enkel en de naam een woordspeling vormt met het Engelse talon, "klauw". Talos is namelijk nauw verwant aan de vogels, heeft de meeste onderscheidende kenmerken in de enkel en bezit een sikkelklauw. De soortaanduiding eert paleontoloog Scott Sampson, grondlegger van het Kaiparowits Basin Project in het kader waarvan de vondst gedaan werd.

De gevleugelde reus Talos of Taloon

Het fossiel, holotype UMNH VP 19479, is in 2008 door Knell gevonden in The Blues, een gebied in het Grand Staircase-Escalante National Monument in Utah, in een laag van de Kaiparowitsformatie uit het bovenste Campanien waarvan de ouderdom door argondatering bepaald is op 75,95 miljoen jaar. Het bestaat uit een gedeeltelijk skelet zonder schedel. Bewaard zijn gebleven: delen van beide achterpoten, delen van het bekken, stukken wervel uit de rug en de staart, chevrons en de linkerellepijp. Het gaat wellicht om een nog niet geheel volgroeid dier zoals blijkt uit de mate van vergroeiing van de beennaden; botonderzoek toonde minstens drie en mogelijk vijf groeilijnen aan dus de minimale leeftijd is vier jaar. Het is de twaalfde dinosauriër die benoemd is op grond van vondsten in het natuurreservaat.

De beschrijvers stellen dat verscheidene troödontide fragmentarische vondsten uit de formatie die eerder aan Troodon zijn toegewezen, zoals het gedeeltelijke skelet UCMP 149171, vermoedelijk van Talos afkomstig zijn maar ze hebben die niet formeel aan de nieuw benoemde soort toegewezen omdat de in omvang beperkte of zwaarbeschadigde fossielen daarmee geen vaststelbare diagnostische kenmerken delen.

Beschrijving[bewerken]

De gevonden delen van Talos in het rood afgezet tegen een skelet van de verwant Troodon

Algemene bouw en grootte[bewerken]

Door de beperkte resten bestaat er geen heel goed beeld van Talos. Vrij zeker gaat het om een warmbloedige bevederde tweevoeter met een verenkleed, waarvan de armen een soort vleugels vormen en die een sikkelklauw aan de voet draagt.

De beschrijvers hebben de lengte van het holotype van Talos geschat op zo'n twee meter, het gewicht op achtendertig kilogram. Het dier lijk duidelijk eleganter gebouwd te zijn dan zijn verwant Troodon. De beschrijvers verwachten niet dat de volwassen grootte beduidend hoger lag dan die van het typespecimen en denken dat het groeitempo en de uiteindelijke grootte lager waren dan bij deze robuustere verwant.

Onderscheidende kenmerken[bewerken]

De beschrijvers hebben enkele onderscheidende kenmerken weten vast te stellen. Enkele daarvan zijn op zich unieke afgeleide eigenschappen, autapomorfieën. De welving tussen de gewrichtsknobbels van het sprongbeen is sterk vernauwd. De bovenliggende groeve die het hoofdlichaam van het sprongbeen scheidt van zijn opgaande tak is V-vormig en van voor naar achteren breed. Het vierde middenvoetsbeen heeft aan de zijde die van het gehele lichaam afwijst een uitholling voor het gewrichtskapsel met in de onderste hoek een kleine verheffing wat daarboven een afgeronde verdieping schept tussen de aanhechtingsvlakken voor de pezen van de strekkende spieren op de onderste gewrichtsknobbels.

Daarnaast toont Talos ook een unieke combinatie van eigenschappen die op zich niet uniek zijn. Het stuk zitbeen dat de bovenrand van het heupgewricht vormt is bovenaan zeer hol. De inkeping tussen de buitenste gewrichtsknobbel van het sprongbeen en de opgaande tak is slechts zwak ontwikkeld. De gewrichtsknobbels van het sprongbeen worden aan hun voorste bovenkant niet begrensd door horizontale groeven. De gewrichtsknobbels van het sprongbeen lopen niet even ver naar boven door. De schacht van het tweede middenvoetsbeen is opvallend vernauwd met een lengte/breedte-verhouding van 38,8. Het derde middenvoetsbeen heeft onderaan een scharniergewricht. Het derde middenvoetsbeen heeft boven de buitenste gewrichtsknobbel aan de rand tussen het bovenvlak met het buitenste zijvlak een afgerond uitsteeksel.

Skelet[bewerken]

De wervelkolom van Talos is slecht bekend. De best bewaarde wervel betreft een middelste ruggenwervel. Die is amficoel, met holle uiteinden, en heeft een gepneumatiseerd wervellichaam dat een lang doornuitsteeksel draagt. De laatste twee eigenschappen zijn kenmerkend voor afgeleide troödontiden.

De ellepijp is vrij recht met een driehoekige doorsnede en heeft een lengte van 93,4 millimeter. In de buurt ervan werd nog een stuk bot gevonden van een duim lang dat een deel kan zijn geweest van het spaakbeen.

De meeste botten in het bekken zijn te zwaar beschadigd om nog veel informatie te verschaffen. Het zitbeen is aan de binnenzijde plat, aan de buitenzijde hol onder een schuin naar achteren en boven lopende richel.

De belangrijkste beenderen van de achterpoot zijn te onvolledig aanwezig om hun speciale kenmerken te achterhalen. Het scheenbeen werd onderaan aan de voorzijde bedekt door een relatief hoge opgaande tak van het sprongbeen. Dit uitsteeksel was iets naar het midden gericht als bij Troodon. Doordat de welving tussen de gewrichtsknobbels van het sprongbeen vernauwd is, heeft de verticale trog tussen de onderkant van het sprongbeen en de opgaande tak een V-vormige doorsnede. Bovenaan heeft de trog maar een klein inkepinkje; dat is bij Troodon veel sterker ontwikkeld. De rand van de opgaande tak is boven de binnenste gewrichtsknobbel sterk verdikt; bij Troodon is die juist smal. Naast het sprongbeen is een klein calcaneum aanwezig; dit bewijst na een overeenkomende vondst bij Sinovenator opnieuw dat het zelden aantreffen van dit element bij een gevolg is van toeval en niet veroorzaakt wordt door een totale reductie zoals Philip John Currie eerder suggereerde.

De linkervoet

Het best bewaard zijn bij het fossiel de langwerpige voeten. De middenvoet heeft de typische troödontide bouw, arctometatarsaal met een bovenaan sterk toegeknepen middelste derde middenvoetsbeen terwijl het veel kortere — 158,86 millimeter — tweede middenvoetsbeen juist onderaan sterk versmald is. Bij Talos is het tweede middenvoetsbeen echter extreem plat en smal — maar half zo breed als bij Troodon; het vierde, 175,88 millimeter lang, extreem plat. Bij elkaar resulteert dit in de slankste middenvoet die van enig troödontide exemplaar bekend is, jonge dieren inbegrepen. Het eerste middenvoetsbeen is minuscuul en laag op de zijkant van het eerste bevestigd. Het derde middenvoetsbeen heeft een halve centimeter boven de onderste gewrichtsknobbels een verbreding waardoor het bovenoppervlak aan de zijkant een uitstulping vormt die in een inkeping bij het vierde middenvoetsbeen past. De flens die het vierde middenvoetsbeen vormt door zich van achteren rond de rand van het derde te wikkelen, is niet erg geprononceerd. Op het vierde middenvoetsbeen heeft de uitholling voor het gewrichtskapsel de vorm van een groeve met opstaande rand, net als bij Troodon; bij Talos echter heeft die rand een zijbultje waardoor de groeve een ovale verdieping wordt.

Talos heeft een sikkelklauw aan de tweede teen van de voet; deze is met 32,66 millimeter niet zoveel langer dan de andere voetklauwen maar wel een stuk hoger. De klauw werd normaal opgetrokken gedragen en kon dienen als aanvalswapen. Het eerste kootje van de tweede teen van het specimen is volgens de beschrijvers tijdens het leven beschadigd geraakt, vermoedelijk bij een aanval op een prooi. Ze leiden dat af uit de aanwezigheid van een ovale verwonding in het bot die het gevolg zou kunnen zijn geweest van een verdedigende beet van een prooidier. De heling van het botweefsel zou de hele vorm van dit element gewijzigd hebben.

Fylogenie[bewerken]

Talos is door de beschrijvers in de Troodontidae geplaatst. Een exacte kladistische analyse leverde geen heel stabiele positie op in de zin dat Talos zich zowel net boven of net onder Byronosaurus in de stamboom zou kunnen bevinden. Hij zou in ieder geval deel uitmaken van een afgeleide klade met Byronosaurus, Saurornithoides, Zanabazar en Troodon.

Talos is de eerste troodontide die naast Troodon uit het Opper-Krijt van Noord-Amerika benoemd werd. De beschrijvers stelden dat vermoedelijk een groot aantal vondsten die aan Troodon zijn toegeschreven en die afkomstig zijn uit een zeer breed tijdsinterval van twintig miljoen jaar, in feite aparte soorten vertegenwoordigen die alleen niet als zodanig herkend zijn door de schamelheid van het materiaal.

Literatuur

  • Zanno, Lindsay E., David J. Varricchio, Patrick M. O'Connor, Alan L. Titus & Michael J. Knell (2011). A new troodontid theropod, Talos sampsoni gen. et sp. nov., from the Upper Cretaceous Western Interior Basin of North America. Public Library of Science ONE 9 (6): e24487 . DOI:10.1371/journal.pone.0024487.