Tankjager

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een tankjager is een pantservoertuig met als hoofddoel het uitschakelen van vijandelijke tanks. Met behulp van groot geschut en een laag silhouet kon een tankjager gemakkelijk vijandelijke pantsereenheden vernietigen. Het sterktepunt van tankjagers was hun camouflage en laag profiel. Een tankjager is een antitankvoertuig.

Tankjagers kenden hun hoogtepunt tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De Jagdpanther
De M36; de "koepel" is open aan de bovenzijde
M10 Wolverine

Ontwikkeling[bewerken]

De tankjager vindt zijn oorsprong in de Tweede Wereldoorlog. De Duitsers bliezen verouderde tanks nieuw leven in door ze om te bouwen tot gemechaniseerd geschut met een sterker kanon en noemden zulke voertuigen: Panzerjäger. Later poogden ze op dezelfde wijze de kwaliteit van hun laatste tanks nog eens te vergroten en schiepen de klasse van de Jagdpanzer, zoals de Jagdpanther en de Jagdtiger. De Hetzer of Jagdpanzer 38(t) was de meest geproduceerde Duitse tankjager. Van 1944 tot het einde van de oorlog werden er ruim 2.500 gebouwd.

Bij de geallieerden richtte de Amerikanen, naast hun Tank Corps, nog een apart Tank Destroyer Corps op. Deze laatste had de exclusieve taak Duitse tanks te jagen met een aantal speciale licht gepantserde, maar zwaar bewapende, tanks, waarvan - om hun aparte karakter goed duidelijk te maken - de koepels niet van een dak waren voorzien, zoals de M10 Wolverine, de M36 en de M18 Hellcat. Een voorbeeld van een Engelse tankjager was de Archer.

Beide ontwikkelingen worden samengevat onder de noemer: tankjager - vandaar de ingewikkelde definitie. Beide ontwikkelingen zijn ook zeer tijdgebonden: een Duits gebrek aan productiecapaciteit; een Amerikaanse vergissing om tanks niet met tanks te willen bestrijden.

Na de Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Na de oorlog komt de tankjager niet vaak meer voor, tenzij in even speciale omstandigheden. Zwitserland kocht in 1946 ruim 150 stuks van de Hetzer en deze bleven tot 1974 in dienst. De Sovjet-Unie ontwikkelt de ASU-85: een luchtmobiel gemechaniseerd geschut voor haar luchtlandingstroepen. Oostenrijk bouwt de Kürassier want het is dat land bij het neutraliteitsverdrag van 1955 verboden antitankraketten te bezitten. Nederland gebruikte de AMX-13/105 als zodanig en Duitsland bouwt de Kanonenjagdpanzer omdat het zulke goede ervaringen had opgedaan. Dit laatste voertuig werd ook door België aangeschaft.